Gisteren onderwierp ik mij aan de toog van een van mijn favoriete cafés op de Vismarkt in Mechelen aan de nieuwsgierige vragen van Frederick. Kent u nog niet, die Frederick? Hij is een van de gezichten van Stem 18+, zelf 19 jaar en hij vindt het “gevaarlijk dat veel jongeren niet weten wat politiek inhoudt”.

Frederick zei op Oog in Oog dat hij vooral mijn lach zo aanstekelijk vond! Mooi compliment. Want reken maar dat er in een campagne, zelfs als ze op het scherpst van de snee is, af en toe ook uitbundig gelachen wordt.
De hele campagne al schuimen de jongens en meisjes van Stem 18+ de Wetstraat én de Dorpsstraat af om politici te confronteren met prangende vragen van achttienjarigen. Want ja, jongeren liggen wel degelijk wakker van politiek. En ze hebben er vaak uitgesproken meningen over. Ze zijn bezorgd over hun kansen op de arbeidsmarkt en ook over hun later pensioen.

Ik begrijp die zorgen en ik vind dat te veel politieke partijen, aan de rechterkant, jongeren vandaag onnodig op stang jagen. De ene dag wordt naar hun wachtuitkering gelonkt, de volgende dag krijgen ze te horen dat ze zich beter vandaag al privé beginnen te verzekeren voor hun later pensioen. Ik heb in deze campagne al enkele keren uitgelegd dat dit onzin is. Het is perfect mogelijk om de huidige pensioenen te verbeteren (met 300 miljoen euro tillen we elke senior boven de armoederisicogrens) en het stelsel zo te hervormen zodat elke jongere die vandaag begint te werken op het einde van de rit met gerust hart met pensioen kan. Dit is geen belofte of geen wens van sp.a, het is een haalbare en betaalbare politieke keuze.

Maar het goede nieuws is dus dat jongeren vandaag wel degelijk bezig zijn met politiek. Dat merkte ik eerder tijdens deze campagne ook al toen ik een bezoekje bracht aan de bus van de Stem van Vlaanderen van VTM. Ik ontmoette er twee studenten toegepaste informatica die zich aan de stemtest onderwierpen. Ze vroegen of ze hun mening en twijfels bij mij mochten aftoetsen. En dat leverde fijne discussiestof op.
Jongeren ongenuanceerd? Ik geloof het niet.

Zelfs niet als het over het communautaire gaat. Lees maar mee:

“De kiesbrief moet in faciliteitengemeenten altijd in twee talen zijn? Dat lijkt me een beetje absurd.”
“Hm, in een ziekenhuis in Brussel vind ik het wél belangrijk dat je geholpen wordt in je eigen taal.”
“Juist! Zullen we de cursor maar ergens tussen akkoord en niet-akkoord zetten?”
Of over asiel en migratie?
“De grenzen sluiten? Dat is een slecht idee. Compleet irrealistisch.”
“De grenzen openhouden, maar dan wel met een ander integratiebeleid. Dat lijkt me logischer.”
Of over justitie?
“Schaf de assisenjury af en laat de rechters belissen. Hm, wat is een assisenjury?”
Ik help een handje. “Dat is een jury die is samengesteld uit gewone burgers die worden opgeroepen. Een dwarsdoorsnede van de bevolking. De vraag is dus: wie vertrouw je het meest, de rechters of het volk?”
“Geen van beiden”. Hilariteit. “Schaf het toch maar af.”
Over werk?
“De werkloosheidsuitkering beperken tot 1 jaar. Dat is een moeilijke.”
“Daar ben ik heel erg tegen”, zeg ik. “Want dan schuif je de mensen en de rekening sowieso door naar het OCMW. Je moet niet de werkloosheidsuitkering beperken in de tijd, wel de werkloosheid. Als mensen tegenslag hebben, en er zijn 56.000 jongeren zonder baan gevallen, dan moet je ze niet nog dieper duwen, vind ik.”