Kmo’s vormen de kloppende pols van onze economie. In Merksem bezoek ik vandaag een uitzonderlijk succesverhaal. Dat van Hubis, een dienstenchequebedrijf dat door twee zonen van Turkse migranten in 2002 uit de grond werd gestampt.

[image] De vader van Kurt werkte in Wallonië in de mijnen, die van Bilal in Limburg. Maar noem ze geen ‘allochtonen’. Kurt en Bilal zien zichzelf als twee doorsnee hardwerkende Vlamingen met een ondernemersdroom.

“We zijn al vrienden sinds ons twaalfde”, zeggen ze. “Hoewel. We speelden als kind in verschillende voetbalploegen.” “Hij was van het Dam”, zegt Kurt. “En hij van Stuyvenberg”, zegt Bilal. “Maar op school zaten we wel samen. En we zijn nu toch al zo’n twintig jaar dikke buddies.”

“We hadden beiden een goede job als bediende”, zegt Bilal. “Ik werkte voor de Unie van Turkse Verenigingen waar ik verantwoordelijk was voor de toeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt.” Maar Bilal wilde al langer méér. Ook al op school. “In het middelbaar wilde iedereen mij doen afzakken naar het beroeps, maar ik koos koppig voor het technisch onderwijs, handel.”

Samen met Kurt startte Bilal in 2002 een bedrijfje in industriële schoonmaak. “We deden dat buiten onze uren als bediende”, vertelt Kurt. “Maar dat werkte niet.”

HUBIS

Ze bleven niet bij de pakken zitten. “Toen we voor het eerst over dienstencheques hoorden, dachten we: daar zit muziek in! Daar zijn we dan ook met volle goesting op gesprongen.” Vandaag hebben ze vijftig mensen in dienst en bedienen ze 240 gezinnen met hun poetsdienst en nog eens 400 klanten met hun strijkatelier. Een succes, ook al gaat het nu met de crisis allemaal iets rustiger.

Opstarten was niet gemakkelijk, en dat is het voor weinig kmo’s in dit land. sp.a is niet tegen ondernemen, integendeel. Maar we vinden het wel niet kunnen dat multinationals en BEL20-bedrijven amper belastingen betalen, terwijl kmo’s gebukt gaan onder lasten en paperassen.

Bilal en Kurt gooien de armen in de lucht. “Paperassen!” We worden er allemaal wel eens gek van. Bovendien stond het systeem van de dienstencheques nog in zijn kinderschoenen, toen Bilal en Kurt van wal staken. “We hebben het zelf allemaal een beetje moeten uitvinden”, lacht Bilal. “In het leven moet je altijd vechten. Op school was dat ook al zo.”

HUBIS

Ik vraag hen wat ze verwachten van de overheid? Bilal moet geen twee keer nadenken. “Betere informatie en minder administratie. En de overheid zou mensen vandaag boven alles moed moeten inspreken om de economie aan te wakkeren. Er staat nu te veel geld op spaarboekjes. Om de economie draaiende te houden, moeten de mensen geld uitgeven.”

Als het van Bilal en Kurt afhangt, gaat het morgen beter dan vandaag. En dat wil ik ook. We kunnen de lasten op arbeid perfect laten dalen, de koopkracht van de mensen verhogen en de kmo’s opnieuw zuurstof geven. Hoe je dat betaalt? Het is de vraag die ik een paar keer per dag krijg. Wel, het kan. 80% van de mensen betaalt nu te veel belastingen, 20% te weinig. We ontzien wie een eigen huis heeft of een job, en al helemaal wie op zoek is naar een goede job om uit de startblokken te geraken. Zoals Bilal zegt: die mensen zijn de motor van de economie. Van wie het geluk heeft niet te moeten werken voor zijn of haar inkomen, vragen we een bijdrage. Dat heet solidariteit.

Caroline Gennez