Tijd voor je kinderen, een goede school, een veilige straat, het einde van de maand halen zonder in het rood te hoeven gaan. Je hoort die verzuchtingen in elke Dorpsstraat. Bij oude en nieuwe Belgen.




"Ik ben 53 en gescheiden”, vertelt een van de Turkse vrouwen met wie ik vandaag een afspraak heb in de Diyanet moskee van Hoboken. “Mijn man werkte, ik niet. Ik moet het doen met een uitkering van 615 euro. Als de huur, de gas en de elektriciteit betaald zijn, hou ik amper iets over om van te leven. Makkelijk is dat niet.”

De vrouw vertelt haar verhaal met een minzame glimlach. Geen vrolijk verhaal, en toch zit hier tegenover mij een sterke, levenslustige vrouw. Ik blijf versteld staan van de veerkracht van mensen die pech in het leven hebben. Ik heb altijd alle kansen gehad. Thuis, in mijn stad, in de gemeenschap waartoe ik behoor. Niet iedereen heeft dat geluk. Het is vanuit dat besef dat ik socialist geworden ben.

Het is vanuit dat besef ook dat ik overal waar ik maar kan, luister naar de verhalen van mensen. En ons eigen verhaal vertel, een verhaal van vooruitgang en toekomst. Politieke tegenstanders zeggen dat dit holle woorden zijn, dat onze slogan ‘We moeten weer vooruit’ niets zegt. Praten ze ooit wel eens écht met de mensen, vraag ik me af? Ouders die voor hun kind een goede opvangplaats vinden, dicht in de buurt en betaalbaar, weten maar al te goed wat we willen zeggen. Mama’s die hun kind ook eens iets extra kunnen toestoppen voor een schoolreisje of een uitstapje. Of alleenstaande mama’s. Die weten allemaal wat een wereld van verschil het maakt, of je stilstaat of vooruitgaat. Of je dit verhaal nu in het Nederlands of het Turks vertelt: iedereen begrijpt het.

Güler Turan vertaalt mijn woorden in vloeiend Turks. Güler is advocate en Vlaams Parlementslid en ze ondersteunt op 13 juni onze partij als tweede opvolger voor de Kamer. Ze is hier thuis. Als ze de moslimvrouwen een woordje uitleg wil geven over België en ons politiek systeem, wordt ze vriendelijk onderbroken. “Niet nodig”, klinkt het. “Onze stem hebben jullie sowieso al.”

 

Dat zeggen ook de mannen die ik even later apart ontmoet, in het café boven de moskee. Het valt mij altijd weer op bij verkiezingen hoe politiek geïnteresseerd nieuwe Belgen zijn. Ik krijg vragen over werk, hoofddoeken, discriminatie bij sollicitaties, (on)veiligheid en zowaar zelfs één over BHV. Hoeveel geïntegreerder kun je zijn als Turk? ;) Ik kan rustig mijn punt maken over de staatshervorming en hoe wij die zien. “Vlaggen of symbolen interesseren ons niet”, zeg ik. “Werkt het land of werkt het niet? Leidt het tot meer jobs, meer welvaart en welzijn of net niet? Daar gaat het om.”

Ook ‘werk’ en ‘jobs’ zijn woorden die in elke taal worden verstaan. “Ik werk in de haven”, vertelt een van de mannen. “En daar voelen we de crisis. Hoe moet het verder met de automobielsector bijvoorbeeld?”

Ik vertel dat we zeker in crisistijden versneld moeten investeren in innovatie. Opel had uit de gevarenzone kunnen blijven indien er vroeger was ingezet op de ontwikkeling van nieuwe types van wagens, kleinere stadswagens bijvoorbeeld en de elektrische auto. Werkgevers zijn nogal gefixeerd op de loonkosten, die inderdaad te hoog zijn, maar hoe zit het met hun eigen creativiteit? Als we willen voorkomen dat Belgische filialen van multinationals de speelbal worden van globalisering, van sociale dumping, oneerlijke concurrentie en slecht management aan de andere kant van de wereld, moeten we zorgen dat we in eigen land de beste producten van de toekomst maken. Ingrid Lieten investeert vanuit Vlaanderen wel in innovatie, de federale regering heeft ook hier drie jaar tijd verloren. Ik heb het al vaker gezegd: de oude industrie wordt te snel afgeschreven, de nieuwe economie onvoldoende voorbereid.

Maar ook als er werk is, vindt niet iedereen de weg naar een geschikte job. Ik luister naar het getuigenis van de man die de beste kaarten had voor een job waar hij enorm op gebrand was. Tot de werkgever zijn Turkse naam hoorde. Helaas een al te bekend verhaal.

“Discriminatie is een gif”, zeg ik. “Het begint bij de kinderen op school. Spelen ze mee of niet? Mogen ze of niet? Er is geen enkel excuus voor discriminatie. Zoals Job Cohen in Nederland het zo mooi zegt: ‘Niet je afkomst, wel je toekomst telt’.”

Dat de kinderen veilig naar school en op straat kunnen, is hier in Hoboken een andere grote zorg. “De buurt wordt onveiliger”, klinkt het. “Met rondtrekkende bendes en dealers die ’s avonds op de pleintjes rondhangen. Onze kinderen zijn bang. En de politie? De agenten hebben zelf schrik.”

Iedereen heeft recht op veiligheid. Het recht om vrij te wandelen op straat zonder telkens achterom te hoeven kijken. Mijn partij past voor een veiligheidsbeleid waarbij veiligheid wordt voorbehouden voor diegenen die het zich kunnen permitteren. Er is in de wijken nood aan meer wijkagenten die begaan en vertrouwd zijn met de problemen van hun wijk. De politiehervorming heeft veel beterschap gebracht, maar de hervorming van justitie blijft ver achter. Als de politie goed werk levert, maar de boeven de volgende dag alweer moeten laten gaan, is dat frustrerend. En voor de agenten én voor de slachtoffers.

Een samenleving werkt niet zonder vertrouwen. Elke Belg, oud of nieuw, moet zich sociaal verzekerd weten en veilig op straat. Elke Belg moet er kunnen op vertrouwen dat hij of zij een eerlijke kans krijgt op school en de arbeidsmarkt. In de samenleving die sp.a voorstaat, is geen plaats voor discriminatie en onveiligheid. Tegenover onverdraagzaamheid moeten we niet verdraagzaam zijn.

De boodschap valt niet in dovemansoren hier in Hoboken. In geen enkele Dorpsstraat eigenlijk. De mensen kennen het verhaal, ze beleven het elke dag. Ze voelen het vaak beter aan dan waarnemers in de Wetstraat…

Uit de zaal komt er wel nog een laatste prangende, zelfs beetje wanhopige vraag: “Hoe moeten we stemmen?” Güler haalt nog eens haar beste Turks boven om uit te leggen hoe het in zijn werk gaat: elektronisch stemmen. Dat is dan weer een vraag waar in de Wetstraat niemand bij stil staat! Misschien moeten we toch maar overwegen om weer te keren naar het aloude rode potlood. Keep it simple.