De mate waarin een samenleving beschaafd is, lees je af aan het armoedecijfer én hoe er met armoede wordt omgegaan. In armoede leven is zoveel meer en erger dan het geldtekort op zich. Het knaagt aan je eigenwaarde, het maakt ziek en ongelukkig. Het gooit drempels op waar iedereen met een fatsoenlijk inkomen gewoonweg geen idee van heeft. Een uitstapje met de kinderen? Mee op schoolreis? Een nieuw kleedje? Een doktersbezoek? Een (onverhoopt) sollicitatiegesprek gaan voeren?Alles wordt moeilijk, alles doet pijn.

Eén op vier senioren leeft in armoede. 17 procent van de kinderen ook. Dat is onaanvaardbaar. Ik kan niet genoeg herhalen dat dit geen natuurwet is, maar het gevolg van politieke keuzes. Met 300 miljoen euro tillen we elke oudere boven de armoederisicogrens. Met een bescheiden bijdrage op de winst uit vermogens kunnen we een Kansen voor Kinderen-fonds spijzen dat de vicieuze cirkel van de generatiearmoede doorbreekt. Dit zijn voor mij zelfs geen verkiezingsbeloftes, het is een morele, ethische plicht.

Om dat te onderstrepen heb ik in deze campagne samen met Johan Vande Lanotte en Kathleen Van Brempt een dag uitgetrokken om in Antwerpen te gaan luisteren naar mensen die in armoede leven. We zijn te gast bij vzw Recht-Op, een vzw waar armen het woord nemen.

Twee ervaringsdeskundigen, Helmut en Patricia, schetsen ons hoe groot de kloof soms is tussen het recht op wonen of een job enerzijds, en de praktijk anderzijds. “Als je met een inkomen van 1.000 euro 500 euro aan huur moet betalen”, zegt Helmut, “is het elke dag eindjes aan elkaar knopen. Wil je een sociale woning, dan kom je op een lange wachtlijst terecht. Ga je noodgedwongen naar de private huurmarkt, dan vind je enkel slechte woningen voor te hoge prijzen.”

Patricia vindt het belangrijk dat er meer jobs komen, maar vraagt ons toch even stil te staan bij de kwaliteit van die jobs. “Waarom zou iemand die in armoede leeft, de lat lager moeten leggen dan een ander?”, zegt ze. “Waarom zouden wij om het even welke job moeten aanvaarden? Niet iedereen die in armoede leeft, kuist graag bijvoorbeeld. Wat ik bedoel, is dat wij vaak geen keuze hebben. Niet wij kiezen een job, de werkgevers kiest ons. Het is door organisaties als Recht-Op dat we ons wat weerbaarder leren op te stellen. Ik kijk zo uit naar de dag dat ik eens een job kan kiezen, en niet omgekeerd.”

En zo passeren er deze ochtend nog vele andere, terechte bekommernissen de revue, zoals het niet automatisch toekennen van sociale rechten. 800.000 Belgen hebben recht op het OMNIO-statuut waardoor medische en andere elementaire kosten draaglijker worden. In de praktijk genieten slechts 260.000 mensen van dat recht. Waarom? “Omdat de administratieve verplichting vaak onoverkomelijk is”, zegt Anita, die ook uit ervaring spreekt. “Als niemand je de weg wijst, kom je er niet. Tientallen papieren moet je verzamelen, invullen en terugsturen. De Kruispuntbank heeft nochtans alle gegevens. Hoe zouden ze anders weten dat 800.000 mensen er recht op hebben? En vergeet je één papier, dan is het terug naar af.” Haar buurvrouw, Marie-Louise, zucht: “Zeven maanden heeft het mij gekost.”

Op onze volgende stop, Binnenste Buiten, een kledingwinkel en naaiatelier, een in Vlaanderen unieke OCMW-dienst, worden Johan, Kathleen en ik nog dieper ondergedompeld in de armoede-ervaring, zo moeilijk in cijfers te vatten. Wat je hebt, is wat je bent. Een job en een inkomen zorgen voor achting, zelfvertrouwen, erkenning. Ontbreekt dat alles, dan verdwijnt de grond onder je voeten. Gevoelens van minderwaardigheid of regelrechte depressie trekken je almaar dieper naar beneden.

“Veel mensen in armoede hebben een gekwetste binnenkant”, zegt Tine Liekens. “Dat straalt af op de buitenkant, hoe je eruit ziet, wat je draagt.” Binnenste Buiten werkt aan het zelfvertrouwen van vooral vrouwen in armoede. Ze kunnen hier voor geen geld merkkledij kopen. “Op doorverwijzing van hun hulpverlener bij het OCMW. Die kan het zinvol achten voor een cliënt, zodat die bijvoorbeeld ook eens naar een communiefeest of een sollicitatiegesprek kan gaan.”

“Je voelt je slecht, je ziet er niet goed uit, je wordt afgewezen, je gaat je nog slechter voelen, enzovoort. Het is een verschrikkelijke cirkel”, zegt een vrouw die na lang aarzelen toch bij Binnenste Buiten is binnengestapt. “Wat voor gewone mensen een vanzelfsprekendheid lijkt, is voor ons vaak een onoverkomelijke hindernis. Je gelooft op den duur in niemand meer, het minst nog in jezelf.”

Dit gaat niet (alleen) over kleren en make up, maar over de mens in die kleren en achter die make up. “Het is niet de bedoeling om tegen de mensen te zeggen: kleed je zus of zo”, zegt cursiste en verzorgingsconsulente Miek. “We doen geen make-overs. We maken mensen wel bewust van het belang van buiten- én binnenkant.”

“Het geeft uw zelfbeeld een duwtje”, zegt een vrouw die de cursus volgt. “Nadat ik in de steek werd gelaten, kwam ik op een kamertje terecht waar de douche onder de schimmel zat. Met de kinderen ging ik naar het zwembad om te kunnen douchen. Je voelt je niets meer waard. Je valt zo diep en toch heb je nog je trots. Op deze plek kan ik me voor het eerst in jaren enkele uren ontspannen voelen. Kom ik thuis, dan is het vaak weer weg. Het gevecht dat ik voer is er een om dat goede gevoel vast te houden, mee te nemen, door te geven aan mijn kinderen.”

Voor wie er zou aan twijfelen: We moeten weer vooruit, is voor vele mensen geen slogan. Ze kennen maar al te goed het vaak letterlijk levensbelangrijke verschil tussen achteruitgang, stilstand en vooruitgang. Armoede is een schande en we kunnen niet genoeg op die nagel blijven kloppen. Het gemak waarmee andere partijen vandaag ‘besparingsplannen’ op de achterkant van een bierviltje schrijven, vinden we daarom zo stuitend.

Net zo stuitend als het cijferfetisjisme in de verkiezingsdebatten over de gezondheidszorg. Na een tussenstop in het sociaal restaurant De Pollepel fietsen we naar de Groenplaats waar we een actie voeren rond toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg en goedkope medicijnen (zie http://www.s-p-a.be/thema/3/). Ziek zijn maakt arm, arm zijn maakt ziek. Ook dat zou geen natuurwet mogen zijn. Ook hier moet de politiek radicaal kiezen voor vooruitgang.