Geen campagne zonder huisbezoeken. Ze zijn ideaal om de temperatuur te meten. Vandaag staat de wijk Nekkerspoel op het programma, thuishaven van onze jongste kandidaat op de lijst: Johan De Vleeshouwer (26), vierde plaats bij de opvolgers. Uitvalbasis is café Sporthuis, onder de vlag van KV Mechelen. Vandaar trekken we de wijk in.

Caroline en Johan op huisbezoekJohan heeft direct ‘prijs’. “Wat een knappe gast!”, zegt een jonge vrouw als ze hem in haar richting ziet wandelen. En ze gaat direct op doel af:  “Waar sta je voor?” Johan hoeft geen twee keer na te denken: “Ik wil de strijd tegen jongerenwerkloosheid aangaan. Ik word kwaad als ik hoor hoe Open Vld jongeren die van school komen hun wachtuitkering wil afpakken. En ik ben ook zeer erg begaan met de pensioenen. Misschien een beetje raar voor een 26-jarige, maar ik ben dan ook beleidsmedewerker ouderenzorg. En het derde programmapunt dat mij beroert, is ons voorstel voor de oprichting van een Kansen voor Kinderen-fonds. 17 procent van de kinderen leeft in armoede. Dat is ons land toch onwaardig?”

Gelijk heeft hij, zegt de vrouw. En haar stem heeft Johan ook. “We moeten de jeugd meer kansen geven”, zegt ze. Verderop in de straat worden we een tweede keer vergast op een vurig pleidooi voor jongeren in de politiek. Of preciezer, voor jongeren bij sp.a. “Ik ben sinds mijn geboorte rood getint”, klinkt het. En met een flinke knipoog erachter. “Maar ik ben te oud voor de revolutie. Laat de jongeren het maar doen!” En voor een goed begrip: met ‘revolutie’ doelt deze man op een sociale ommekeer, niet op een communautaire kladderadatsch. “Het zou spijtig zijn als de stemmen verloren gaan aan radicalisme.”

Op huisbezoek in MechelenEn we ontdekken vandaag dat er nog meer rode roots achter de gevels van Nekkerspoel zitten. “De beste burgemeester die Mechelen ooit gekend heeft, was Antoon Spinoy, van 1944 tot 1967!”, zegt Jules. En zijn buurvrouw Jeanneke valt hem bij: “Ik heb de sossen weten opkomen. Dat ging soms met vallen en opstaan, maar ik ben blij dat jullie er nu weer staan. Ik hoop in ‘Brussel’ straks ook weer. En zorg maar goed voor de ouderen!”

We zeggen het in ‘Brussel’ nu al een hele maand: we moeten weer vooruit. De Wetstraat moet opnieuw meer over de Dorpsstraat gaan. Achter zowat elke deur schuilt een zeer herkenbaar verhaal. Vrouw en man die beiden (te) hard moeten werken en lijden onder die stress, het tekort aan tijd voor de kinderen. Ouderen die zich niet altijd voelig voelen op straat. Je kunt geruststellen, tegenspreken en argumenteren, maar je moet de mensen wel blijven zien om dat te kunnen doen. Dat is politiek voor mij. Luisteren naar de verhalen van mensen, ermee praten, ze desnoods tegenspreken, maar nooit opgeven (sic). Een middagje huisbezoeken geeft me altijd weer verse zuurstof om er tegen aan te gaan. Ja, het gaat op 13 juni over deze mensen. En dat vergeten we soms in het heetst van het politieke debat op radio en televisie. Je krijgt vaker de vraag ‘waar zijn jullie cijfers?’ voor de voeten gegooid dan ‘wat is volgens jullie nodig om er met z’n allen weer op vooruit te gaan?’