Even na de middag dien ik mij met Rudi Kennes, ABVV-gezicht bij Opel en vierde op onze Kamerlijst, aan in ’t Kot in de Rigastraat. Dat is het aanwervingslokaal op het Eilandje voor de dokwerkers. Elke dag bieden zich enkele honderden arbeiders, ‘markeerders’ (die de lading controleren) en chauffeurs aan met hun werkboekje. Elke dag is het afwachten of er werk is.

Op de brug staan de voormannen of ploegbazen, op zoek naar man- en (de laatste jaren ook almaar meer) vrouwkracht. In een half uur tijd worden de jobs verdeeld. Klokslag één uur gaat de ‘markt’ dicht. Dan krijgt de ene een werkvignet in zijn of haar boekje, de ander moet gaan doppen.

Zo gaat het hier al decennia, elke dag. Maar het laatste anderhalf jaar stortte de bedrijvigheid in elkaar. “Ik werk hier sinds de jaren tachtig”, zegt  Marc Loridan, secretaris van de Belgische Transportarbeidersbond (BTB). “Op het diepste punt van de crisis in 2009 bleven er soms tot 1.500 werknemers werkloos aan wal. Nooit eerder meegemaakt.”
“Toch wel”, corrigeert een collega van Marc. “In 1975, in de nasleep van de oliecrisis.”

In de eerste helft van 2009 werd er 20 procent minder goederen behandeld in de Antwerpse haven. In de eerste drie maanden waren maar liefst 1.300 van de 6.000 havenarbeiders werkloos.
Overal in het Kot hangen banners van de VDAB. “Samen sterk voor werk”, zeggen die. Maar na één uur verschijnt op de elektronische lichtkrant het woord dat alles zegt, in drukletters: WERKLOOSHEID.

Maar sinds kort gaat het toch weer wat beter. Het rampgevoel van vorig jaar maakt stilaan plaats voor een voorzichtig optimisme. “Twee weken geleden was er veel werk”, zegt een arbeider die weliswaar ook vandaag geen werk heeft gevonden. “Deze week is het weer iets minder. Over de hele lijn blijft het toch slapjes.”
“In 2009 heb ik maar veertig dagen kunnen werken”, zegt Patrick, chauffeur. “2010 is iets beter begonnen, maar het blijft afwachten.” Hij toont ons zijn boekje. Januari: minstens 20 dopstempels. Februari: iets minder. Sinds maart heeft hij meer ‘geluk’. “Eén dag doppen levert 34% minder loon op dan één dag werken. Deze week is er veel werk, maar dat blijft broos. Het is te danken aan één bedrijf, Chinezen.”

De concurrentie is moordend. Niet Rotterdam, wel Vlissingen snoept hier werk af, leer ik. “De productiviteit ligt hier nog altijd hoger, maar de arbeidskrachten zijn goedkoper in Vlissingen. De arbeiders zijn ook minder beschermd dan wij. Zijn we soms duurder, we werken ook harder.”
Met Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui heeft sp.a zich de jongste jaren met hand en tand verzet tegen de havenrichtlijn die de deur openzette voor een verregaande liberalisering. We hebben de strijd van de dokwerkers, de havendiensten, de loodsen én de havenbesturen tegen die richtlijn doorgezet tot in Straatsburg.

Maar we moeten waakzaam blijven. Tegen deloyale concurrentie en dumpingpraktijken. Zelfs met een blijvend sterk sociaal statuut blijft het werk even zwaar, natuurlijk. En die zorg leeft hier meer dan elders. “De schrik slaat mij altijd om het hart”, vertelt een arbeider mij. Hij begon aan de haven op zijn… vijftiende. “Zet je de televisie op, gaat het over langer werken. Mag je na veertig jaar aan de dokken nog niet met pensioen gaan? Weet je wat dit werk doet met je rug?”
Ik verzeker hem dat sp.a daar wél oog voor heeft. Een professor of een politicus kunnen gemakkelijk tot hun 65ste aan de slag blijven. Maar dat kun je niet vragen én willen wij ook niet vragen van wie dertig jaar bouten in een carrosserie heeft geschoten of in het ruim van een schip containers heeft gelost.

Toon moet ook vandaag aan de kant blijven staan. Hij laat het niet aan zijn hart komen. Tijd voor een praatje over de  verkiezingen. “Ik heb meegedaan aan de stemtest en ik hoopte bij Bart De Wever uit te komen”, lacht hij. “Maar ik kwam bij jou uit, Caroline!”
Er is nog hoop. En hopelijk straks ook nog werk. Voor alle Belgen. Met een gelijk loon en identieke sociale rechten, of ze nu in Vlaanderen, Wallonië of Brussel wonen. Toon knikt. Hij lijkt overtuigd. “Waar je werkt, mag het verschil niet maken. Met al dat gesplits. Allez, ik ga toch nog een tweede keer nadenken voor ik zondag het stemhokje binnenstap.” Dikke merci, Toon! ;)