“Minister Homans trok de huurwaarborg op van twee naar drie maanden. Kwetsbare huurders, jonge starters en alleenstaanden hebben vaak niet zo’n smak geld op hun spaarboekje staan. Dit maakt huren voor velen onbetaalbaar”, zegt Hostekint.

Volgens de minister was onze bezorgdheid onterecht, omdat mensen die problemen hebben om hun waarborg te betalen via het OCMW of een bankwaarborg ‘makkelijk’ drie maanden waarborg kunnen krijgen. En daar wringt nu het schoentje. De meeste verhuurders weigeren een OCMW-waarborg. De resultaten van een studie aan UGent zijn dan ook frappant: slechts 24 % van de bankkantoren stelt dat een bankwaarborg mogelijk is, en dan nog rekenen de meesten 216 euro dossierkosten aan en stelt een minderheid onwettelijke voorwaarden.

“Ik blijf pleiten voor een huurwaarborgfonds tot de betaalproblematiek op de huurmarkt ernstig wordt genomen door deze regering”, reageert Michèle Hostekint. “Dankzij een huurwaarborgfonds bundel je alle huurwaarborgen in een krachtig instrument. Het fonds geeft de private huurder de mogelijkheid om de waarborg in schijven te betalen, terwijl de verhuurder de garantie heeft dat hij de waarborg in één keer ontvangt. Bovendien weet de huurder niet of er al dan niet in schijven wordt betaald. Dat sluit meteen ook discriminatie uit. Tot slot kan de rente die de waarborgen opbrengen opnieuw worden geïnvesteerd in de private huurmarkt.”