Volgens Bernard Clerfayt zijn de taalwetten die bepalen hoeveel Vlamingen er in de Brusselse administraties werken, achterhaald. Volgens hem is het onmogelijk om 25 procent Nederlandstalig personeel te vinden.

Hij heeft het vooral over de taalwetten van 1962-1963 die garanderen dat er in de Brusselse gemeenten 25 procent Nederlandstalige ambtenaren moeten zijn. Maar volgens Clerfayt zijn er nergens meer dan 15 procent Nederlandstaligen.

De dienstverlening komt volgens Clerfayt niet in het gedrang als er minder Vlamingen worden aangenomen. Hij wil dat iedereen in zijn eigen taal wordt geholpen.

"Ik wil deze waarborgen niet aanvallen. Ik wil alleen zeggen dat de taalwetten van de jaren zestig niet in overeenstemming zijn met de realiteit in Brussel," aldus Clerfayt.

De Vlamingen willen net een betere afdwingbaarheid van de taalwetten, reageert Brussels staatssecretaris voor Ambtenarenzaken Brigitte Grouwels (CD&V). "Wij hebben niet eens gekregen waarop we volgens de wetgeving recht op hebben. In de gemeenten wordt een loopje genomen met de tweetaligheid van de ambtenaren."

Clerfayt wil ook dat de Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel dezelfde garanties krijgen als de Vlamingen in Brussel. "In de randgemeenten is er ook een Franstalige minderheid. Waarom krijgen zij geen gegarandeerde zetels in het Vlaams parlement en geen gegarandeede Franstalige minister in Vlaamse regering?"Daar kan volgens Grouwels geen sprake van zijn. "In Vlaanderen heeft men de wetgeving altijd heel democratisch en correct toegepast. Franstalige verkozenen zetelen in het Vlaams parlement."
De oplossing voor Clerfayt is de uitbreiding van Brussel, een al even moeilijk thema bij de Vlaamse partijen.

© tvbrussel - maandag 18 augustus 2008