Bernard Clerfayt stelt dat de Brusselse taalwetten verouderd zijn en dat de taalwetgeving aangepast moet worden aan de realiteit.

Heeft hij misschien een punt ?

Clerfayt wil de vertegenwoordiging van de Vlamingen in evenredigheid brengen met het aantal dat ze vormen in zijn gemeente (en daarna waarschijnlijk ook in heel Brussel). Hij vindt de regel die zegt dat er 25% Nederlandstalige ambtenaren moeten zijn in de Brusselse gemeentelijke administraties achterhaald en gaat voorbij aan de verplichte tweetaligheid van de ambtenaar in de Brusselse gemeenten. “Nergens in Brussel wonen meer dan 15 % Nederlandstaligen”, zegt Clerfayt.

Hij stelt voor om het aantal Nederlandstalige ambtenaren overeen te laten komen met het aantal behandelde dossiers in het Nederlands. Ook de allochtonen zouden op dezelfde manier een vertegenwoordiging moeten krijgen.

Laat het voor iedereen duidelijk zijn in wat zijn vermeende openheid en tolerantie resulteert.

Twee anecdotes om dit te illustreren :

In 2006 ga ik naar de gemeente voor een nieuwe identiteitskaart. Bij de dienst bevolking leg ik uit waarvoor ik kom en de ambtenaar vraagt mij, “Pouvez-vous répéter celà en français?”  “Oui, je peux, mais vous êtes payé pour m’adresser en Néerlandais et je veux mes documents en Néerlandais”. Er wordt een Nederlandstalige ambtenaar bijgehaald, dat kost mij 20 minuten extra tijd en veel boze blikken.  Voor mijn rijbewijs gaat de Franstalige ambtenaar er meteen een collega bijhalen als ik in het Nederlands begin. Men evolueert hier duidelijk naar  de tweetaligheid van de dienst ipv de tweetaligheid van de ambtenaar.

Een paar maanden later wordt mijn twaalfjarige dochter opgeroepen voor de aanmaak van een electronische identiteitskaart. De oproepingsbrief is in correct Nederlands gesteld en de ambtenaar spreekt Nederlands. Geen vuiltje aan de lucht, zou je denken. Een paar weken later krijgen we een brief in het Frans dat we haar identiteitskaart kunnen komen ophalen. Na enkele weken werd de Franstalige identiteitskaart die ik weigerde toch nog aangepast.

Als Clerfayt de Verhinderde op deze manier het aantal Nederlandstalige ambtenaren wil laten overeenkomen met het aantal behandelde dossier in het Nederlands, dan is de Nederlandstalige ambtenaar een uitstervend ras in Schaarbeek. Nochtans is het niet op alle diensten van de gemeente zo, en doen de meeste ambtenaren heel veel moeite om me in het Nederlands te woord te staan. Ook in de gemeenteraad was het voor mijn  voorgangers vaak anders.

Het pleidooi van Clerfayt dient in de eerste plaats om de druk op het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde opnieuw te verhogen en is pure FDF-retoriek. Concreet pleit Clerfayt voor:

  • minder Vlaamse ambtenaren in de gemeentelijke administraties,
  • de tweetaligheid van de ambtenaar veranderen in de tweetaligheid van de dienst zodat hij ééntalige ambtenaren kan aanwerven
  • een gegarandeerde vertegenwoordiging van de Franstaligen in de rand in de Vlaamse besluitvorming.

Als de Vlamingen ook zo gaan redeneren door op federaal vlak in administratie, parlement en ministerraad een verdeelsleutel 60-40 voor te stellen zijn we in dit land nog niet uit de problemen.