Ergens onderweg zijn we elkaar kwijt geraakt. En dat is slecht voor onze partij. Want als we niet samen zijn dan verdwalen we en als ik jullie kwijt ben, ben ik verloren. Gisteren zijn we ons congres gestart met een sessie waarbij we mekaar recht in de ogen hebben gekeken. En dat was nodig. Vele leden hebben hun ongenoegen, onbegrip en bekommernis geuit.

Vertrouwen herstellen

Het was eerlijk en direct, soms hard maar vooral hartverwarmend. En hopelijk ook heilzaam. Want die sessie was geen eindpunt maar een nieuwe start. Een nieuwe start in de opbouw van een stevige partij, vol zelfvertrouwen. Gisteren hebben we afgesproken dat alle afdelingen voorstellen doen, ideeën leveren, vragen formuleren die op onze Raad van voorzitters en secretarissen van 5 december uitmonden in de krijtlijnen voor een partij die tegen een stoot kan, een partij die verkiezingen kan winnen, in 2011 én in 2012. Want een sterke, stevige, sp.a is de vurige wens van elk van ons. Daarom ben ik er 100% van overtuigd dat we elkaar gaan terug vinden. We zitten allemaal op dezelfde weg en we gaan allemaal dezelfde richting uit: vooruit.

DNA van onze partij
Vrienden, kameraden. Wij hebben elkaar nodig, want de mensen hebben ons nodig. We moeten elkaar vertrouwen want de mensen moeten ons kunnen vertrouwen. Wij zijn de enige partij die écht aan de kant van de gewone mensen staat. Dat is ons DNA.  Wij willen de toekomst van gewone mensen veilig stellen. We willen hun behoefte aan zekerheid verzoenen met de nood aan vooruitgang. Iedereen wil het vandaag en morgen beter hebben dan gisteren en daar moeten wij voor zorgen. Sommigen zeggen mij ietwat meewarig: ‘Wie zijn dat, de gewone mensen?’ en ‘Wat is dat voor iets: gewone dromen voor gewone mensen ?’

Wel vrienden, sinds de bankencrisis, heb ik geen enkele gêne om te spreken over gewone mensen.  Gewone mensen, dat zijn de mensen met eerlijk verdiend geld op een spaarboekje, die een jaar geleden moesten vrezen dat hun spaargeld in rook was opgegaan. Het zijn die mensen die nu door het geklungel van deze regering de crisisbelasting van de banken betalen, terwijl de speculanten die lustig geld verdienen aan de aandelen die wij als gemeenschap hebben gered, nog steeds vrij spel krijgen. En zichzelf opnieuw duizelingwekkende bonussen uitkeren...

De gewone mensen dat zijn de mensen die zich op vrijdag 3 oktober 2008 niet bezondigd hebben aan aandelenhandel met voorkennis, omdat ze gewoon niet konden weten wat de baronnen, rechters en ministers van dit land wel al wisten, namelijk dat Fortis failliet was.

De gewone mensen dat zijn de twintigers en dertigers die nog maar pas aan het werk zijn en maar zelf beginnen sparen voor hun pensioen, omdat iedereen, de bank, de kranten, de regering, blijft herhalen dat de pensioenen voor hen onbetaalbaar worden, of ze nu lang werken of niet.

De gewone mensen zijn die duizenden die voor het eerst in hun leven via dienstencheques aan een witte job zijn geraakt en de jonge ouders die dankbaar gebruik maken van de dienstencheques  maar zich elk jaar afvragen of de regering ze nu duurder gaat maken, minder aftrekbaar of in aantal verminderen.

De gewone mensen zijn de ouderen die teveel betalen voor een hospitalisatieverzekering omdat hen voorgelogen wordt dat de wettelijke ziekteverzekering hun in een 2de klashospitaal zal doen belanden.

Wij, socialisten, verbinden al deze dromen van gewone mensen, van u en ik. Wij willen geen samenleving van winners en losers, want elke gewone mens heeft iets bijzonders.

Sociale bescherming
Vrienden, het is in crisistijden meer nog dan anders dat voorzieningen waarvoor wij gevochten hebben, worden belaagd. Het is in crisistijden dat de herverdelingskwestie op scherp wordt gesteld. En het is in crisistijden meer nog dan anders dat wij de mensen zekerheid en sociale bescherming moeten garanderen.

Daarom zijn we beducht voor debatten over de groeinorm in de gezondheidszorg of de verhoging van de pensioenleeftijd. Natuurlijk willen we praten over wat onze sociale bescherming kost, we willen de cijfers kennen omdat we rationele en zuinige beheerders zijn. Maar we willen eerst en vooral weten waarover we praten. Wij zijn bezorgd om onze gezondheid, en staan garant voor onze gezondheidszorg. Wij vechten tegen armoede bij ouderen en pensioenzekerheid voor jongeren.

Wij doen niet mee aan paniekvoetbal over de pensioenen. Ik wil gerust toegeven dat het beter kan. Dat ook wij in het verleden meer hadden moeten doen voor uw pensioen. Maar angst is niet alleen een slechte raadgever, het is ook de allerslechtste investering. Wij moeten die angst wegnemen. Een stevig wettelijk pensioen is nog altijd een sterke buffer tegen armoede en blijft daarom onze eerste zorg. En de tweede pijler moet het behoud van de levensstandaard verzekeren. Daarom moet het een recht zijn voor elke werknemer, geen beleggingsclubje voor enkelen. Contractuele ambtenaren hebben recht op hetzelfde pensioen als hun collega’s. Ook kleine zelfstandigen hebben recht op een deftig pensioen. Want we zijn allemaal werkmensen. Mensen moeten het verband kunnen zien tussen wat ze bijdragen en wat ze ontvangen. Zo wordt de solidariteitsgedachte hersteld.
En op het einde van de rit zal iedereen er sterker uitkomen.

Kameraden, net omdat wij willen dat iedereen er sterker uitkomt, blijven we de felste verdedigers van een voor iedereen toegankelijke, betaalbare eerstelijnsgezondheidszorg.  Daarom bonden we als eerste de strijd aan tegen de private verzekeraars die met steun van deze regering de tarieven van een hospitalisatieverzekering lieten ontsporen. Daarom deden we ook het voorstel om de derdebetalersregeling te veralgemenen. Niemand zal nog een doktersbezoek  moeten uitstellen, omdat hij of zij het remgeld niet kan betalen.  Niemand mag in de kou blijven staan. Daarom willen we ook de commerce en de wachtlijsten in de zorg weg, voor kinderopvang, gehandicapten, bijzondere jeugdzorg... Elke wachtlijst is een tijdbom onder de samenleving en een samenleving die al is het maar één mens in de steek laat, verliest in zijn geheel.

We willen dan ook dat onze vijftigplussers het vandaag en morgen beter hebben dan gisteren. Want ook dat moet mij van het hart. Je kunt niet én zeggen dat we met z’n allen langer moeten werken én tegelijk vijftigplussers aan de deur zetten. Dat is hypocriet en een schandelijke verkwisting van talent en ervaring. Daarom is het des te schandelijker dat de regering de werkende 50+’er in de werkloosheid dwingt door zijn lastenverlaging te schrappen en ze weer in te voeren na 6 maanden werkloosheid. Dat is geen anti-crisisbeleid, dat is de crisis versterken.
 
We willen dat iedereen er sterker uitkomt, we hebben daarvoor ook iedereen nodig. De jonge schoolverlater en de ervaren vijftigplusser. Werkgevers moeten creatiever nadenken over nieuwe jobs voor jongeren en ouderen: groene jobs, gezonde jobs, zinvolle jobs, duurzame jobs.  De overheid moet de investeringen met maatschappelijk belang stimuleren, bijvoorbeeld via de Volkslening. Geef de groene economie maximale kansen. Investeer in alternatieve energie, de Noordzeering, grootscheepse isolatieprogramma’s en versterk zo de sociale bescherming. Want het cliché is waar: een job blijft de beste sociale zekerheid.

Sociale rechtvaardigheid

De federale regering doet in haar energiebeleid het tegenovergestelde. Met de beslissing om de kerncentrales langer open te houden, kiest ze voor het verleden. Ze verwaarloost investeringen in hernieuwbare energie en ze laat de consument daar nog dubbel voor betalen ook.
Dit is het Belgisch bilan aan de vooravond van de cruciale klimaattop in Kopenhagen: geen inkomsten voor onze begroting, een miljoenencadeau aan Electrabel, geen garantie op een betaalbare energiefactuur, geen maximumprijzen en geen stappen gezet naar een duurzame, groene economie. Het is nochtans onze energie en die van onze kinderen. Niet die van Electrabel, niet die van Franse kolonialen. Of is de volgende stap dat ze proberen onze wind en onze schaarse zon af te pakken?

Men zegt ons dat er te veel geld wordt uitgegeven in de gezondheidszorg. Sorry, maar het grootste gat in de begroting wordt vandaag geslagen door de belabberde inkomsten.
5 jaar geleden pleitten wij voor een crisismanager op Financiën omdat Financiën niet werkt. En Financiën werkt niet omdat Reynders niet wíl dat het werkt. De inning is een ramp, de controle is laks en de fraude blijft nog altijd quasi ongemoeid. Creatieve boekhouding viert hoogtij. Managers en topkaders richten vennootschappen op om zichzelf zo hoog mogelijke nettolonen uit te keren en zo weinig mogelijk bij te dragen tot de sociale zekerheid. Dat is een aanfluiting van elke sociale rechtvaardigheid.

Deze laksheid is ontoelaatbaar. Het egoïsme en de graaicultuur zitten in onze fiscaliteit ingebakken. Het moment is rijp om de notionele intrestaftrek voor banken af te schaffen. De banken moeten mee de crisis betalen zonder de consument een tweede keer de rekening te presenteren. De zekerheid die we kunnen bieden is die van strenge regels die eerlijk verdiend spaargeld beschermen. De verandering die we moeten brengen, is het belasten van winst door speculatie en streng bestraffen van oneerlijk verkregen graaigeld.

Sociale ongelijkheid

Maar weet u, vrienden, wat mij in al die verhalen als socialist echt bezighoudt? Wat mij echt over de rooie jaagt?
Dat is iets wat niet eens te becijferen valt. Het is het product van ongelijkheid en het heet: ongeluk.
Want wie geen job heeft, of wel een job maar onder slechte arbeidsvoorwaarden, wordt ongelukkig.

Wie elke dag met de daver op het lijf gaat werken, bang om ontslagen te worden, voelt zich niet goed.
Wie geen uitweg meer ziet om gezin en werk te combineren, wordt ongelukkig.
Wie sukkelt met zijn gezondheid of de rekeningen voor dokter en apotheek niet meer kan betalen, wordt ongelukkig.
Wie het op school niet haalt door taalachterstand, voelt zich alleen.
Wie in zijn wijk moet vrezen voor kleine of grote criminaliteit –en alle criminaliteit is groot voor wie er het slachtoffer van is-, wordt ongelukkig.
Wie in zijn buurt het gevoel krijgt niet meer welkom te zijn, vereenzaamt.

En van ongeluk komen gebroken mensen en gebroken families. En van gebroken mensen en families komt een gebroken samenleving. En van een gebroken samenleving komt alleen nog méér ongelijkheid.

Ongelijkheid, vrienden, of dat nu de vorm aanneemt van oneerlijke belastingen, van scheef getrokken verhoudingen op de arbeidsmarkt of achterstelling in het onderwijs, van drempels in de gezondheidszorg of van wetteloosheid op straat. Sociale ongelijkheid, in welke vorm dan ook, leidt tot ongeluk.

Dat is in eigen land zo, dat is overal ter wereld zo.
Gisteren was het Werelddag van Verzet tegen Armoede. We weten dat er wereldwijd om de drie seconden een kind sterft. Om de drie seconden. Dat is ronduit schandalig. En al mogen we ons gelukkig prijzen dat we in ons land nog altijd een van de best uitgebouwde sociale vangnetten hebben van de hele wereld, we willen het net volledig sluiten. Niet één kind mag verloren gaan. Niet in de wieg, niet in de kindertijd, niet op school, niet later op de arbeidsmarkt. Want kinderarmoede is een schande die we met al onze kracht moeten uitroeien.

Armoede is vreselijk, maar ook welvaart zonder welzijn is niets waard.
Dit is niet ons model, vrienden. Het is niet de samenleving die wij willen. Het is ook niet de keuze die wij maken. Wij zeggen niet vooraf: laat de markt zijn werk maar doen en laat de sterkste maar winnen, we zullen daarna de brokken wel lijmen. Wij kiezen niet voor liefdadigheid achteraf, maar voor structurele ingrepen vooraf. Wij kiezen voor goede gemeenschapsvoorzieningen, voor een stimulerende en corrigerende overheid en voor een sterke sociale bescherming. Wij willen dat iedereen er sterker uitkomt.

Dat is ons verhaal, dat is onze strijd. Gisteren, vandaag en morgen. Elke dag worden nieuwe sociale ongelijkheden geboren en oude ongelijkheden verder uitgediept, elke dag is dus een aanmoediging om meer socialist te zijn.

En dus moeten we ons ultieme doel voor ogen blijven houden: ervoor zorgen dat gewone mensen het vandaag en morgen beter hebben dan gisteren.
Dat is ook waarom we respectvol met mensen moeten omgaan. Ook in eigen rangen. 
Dat is waarom ik hier sta.
Dat is waarom ik nu twee jaar geleden uw voorzitter wilde worden.
Dat is waarom ik aan politiek doe.
Dat is waarom wij aan politiek doen. We zijn het aan elkaar, aan de gewone mensen verplicht.

Dank u.