Onze smartphone weet vandaag meer over onszelf dan onze eigen moeder of partner. Waar en wanneer je de afgelopen weken was en met wie. Die informatie over jou spelen Telenet, Orange en Proximus nu in opdracht van de overheid door aan een privébedrijf om ons verplaatsingsgedrag te bestuderen. Om corona te bestrijden. Dus is iedereen akkoord, logisch toch?


We leven inderdaad in bijzondere tijden en er worden uitzonderlijke maatregelen genomen. Meer nog, we kijken er zelfs niet meer van op. Een drone die over onze steden vliegt om te kijken of iedereen wel in zijn kot zit? Verkeerscamera’s die nagaan of er iemand naar zijn appartement aan zee is gereden? Een maand geleden zouden we dit nog slechte fictie genoemd hebben. Vandaag gebeurt dat in ons land. Haastig beslist in lokale crisiscellen die overlopen van goede bedoelingen.


Uiteraard klein bier in vergelijking met Aziatische landen die hun bevolking opsluiten of scheiden op basis van niet alleen mobiele datagegevens maar ook medische gegevens. Of Israël waar Premier Netanyahu met een “noodbesluit” het parlement buitenspel zette om het Israel Security Agency te machtigen coronaviruspatiënten op te sporen met surveillance-technologie, bedoeld voor terroristen. 


Ook in Europa, hét continent waar de privacywetgeving het strengst is, zien we hoe lidstaten plots de privacygrenzen zeer vlot passeren met ‘opsluit-apps’ en hittekaarten. Corona is daarbij het paswoord. En de uitzondering die de GDPR-wetgeving voorziet. Daarin paste ook het initiatief van Ministers De Block en De Backer om onze GSM-gegevens in te zetten voor een analyse-experiment waar we de afloop nog niet van kennen. 


Een schandelijke beslissing? Neen, het inzetten van artificiële intelligentie om mensenstromen in kaart te brengen kan ons zeker helpen om betere maatregelen te nemen. Al is en zal elk virus anders zijn. We mogen dus niet de illusie koesteren dat dit de heilige graal is. Dat geldt ook voor tracing-apps die vandaag bij sommige privacy-experten en vele landgenoten veel argwaan opwekken. Maar als de keuze van de exit-groep straks is: langer binnen blijven of testen én een tracing-app installeren, dan zullen velen die snel downloaden. Maak je daar geen illusie over.


Veel belangrijker is: hoe kunnen we dit soort technieken vertrouwen? Simpel. Kies voor openheid. Letterlijk. De tracing-app die de overheid promoot, moet ontwikkeld zijn in open source zodat iedere gebruiker de broncode kan bekijken en zelfs verbeteren. Of door de Europese aanpak te volgen. Er is vandaag een Europees platform waarin toonaangevende Belgische partners zoals de KULeuven zetelen die de weg uitstippelen. En door duidelijke afspraken te maken: wie krijgt wat te zien en tot wanneer? Verdwijnt de info als ik die app nadien terug verwijder? Geef een antwoord op die vragen en mensen zullen zich met meer vertrouwen laten 'tracen'.


Veel gekker moet het voorlopig wel niet worden. Tracen is dus mogelijk maar moeten we zo ver gaan als sommige landen en ook locaties gaan controleren of zelfs afzondering technologisch organiseren? Zo begraaf je natuurlijk elk vertrouwen in de burgerzin van onze medemens. Een besmet iemand om de drie uur app-gewijs controleren waar hij zich bevindt? Uiteraard is dat handig. Maar waarom stoppen we hem niet meteen in een kooi? Dan zijn we helemaal zeker. Om maar te zeggen: ergens moeten we die grens als samenleving wel trekken.


Vandaag is daar geen tijd voor. Dus laat ons redelijke en tijdelijke maatregelen nemen in functie van de corona-bestrijding. Tijdelijk zodat we nadien goed kunnen evalueren. Onze privacy verdient immers een grondig debat met alle betrokkenen. In het parlement en daarbuiten. Ook als dat achteraf moet. In alle openheid die vandaag door de omstandigheden ontbreekt. Met de pro’s en de contra’s. Zonder corona-filter.