Uit de laatste berichten blijkt dat, naast de vier partijen die een nieuwe federale regering willen vormen, ook de energielobby opnieuw aan tafel zit. Sterker nog: ze weten meteen weer hun stempel te drukken op het nieuwe beleid. Het langer open houden van Doel 1 en 2 en het slechts beperkt verlengen van het mechanisme dat de energieprijzen in toom moet houden, zijn nog maar de eerste echo's hiervan.

De grote energiespelers slaan weer toe, en de politieke onderhandelaars lijken niet tegen hen in te gaan.

Als we de berichtgeving mogen geloven hebben de onderhandelende partijen beslist om de kerncentrales van Doel 1 en 2 tien jaar langer open te houden. Ze beweren die 1.000 MW nodig te hebben, en het is bovendien goedkope elektriciteit. Geen van beide redenen houdt steek. De idee dat het langer openhouden van Doel 1 en 2 extra capaciteit oplevert, klopt niet. Immers, door Doel 1 en 2 te sluiten, krijgen we binnen de drie maanden de mogelijkheid om 1.000 MW extra te importeren vanuit Nederland. De vertegenwoordiger van Elia bevestigde dit nog tijdens de hoorzitting in het federaal parlement van begin september. Letterlijk: "Dit betekent dat wij enkele maanden na de stopzetting van Doel 1 en 2 ongeveer 1.000 MW meer importcapaciteit kunnen krijgen via de noordgrens." Met andere woorden, de verlenging van Doel 1 en 2 verhoogt de capaciteit niet, het verhindert alleen de import van een gelijke capaciteit.

Duurder

Ook de belofte van goedkope elektriciteit is een drogreden. Doel 1 en 2 verlengen vraagt natuurlijk extra investeringen: 500 miljoen euro is een minimum, vermoedelijk zal het veel meer zijn. Die moeten in tien jaar afgeschreven worden, lees: in de prijs verrekend worden. Stel dat we ervoor opteren om Doel 1 en 2 toch te sluiten en 1.000 MW extra te importeren: dan is er enkel een investering aan het net van ongeveer 50 miljoen nodig. Het gaat bovendien om een investering die op een veel langere termijn dan tien jaar moet worden afgeschreven. Vandaag liggen er in Nederland verschillende gascentrales stil; Maasbracht is de meest bekende. Die centrales heropstarten, samen met de investeringen in ons netwerk, kost een pak minder dan de kerncentrales van Doel 1 en 2 tien jaar langer ophouden.

Vangnet

Doel 1 en 2 sluiten en 1.000 MW importeren levert ons dus minstens evenveel capaciteit op, maar kost minder. Waarom kiezen de nieuwe regeringspartijen hier dan niet meteen voor? Dit is inderdaad de echte vraag. Net zoals we ons ook de vraag moeten stellen waarom de onderhandelende partijen het vangnetmechanisme met maar één jaar willen verlengen.

Om de strijd met de hoge energieprijzen aan te gaan, heb ik samen met de ontslagnemende federale regering een bepaling in de wet laten opnemen die er voor moet zorgen dat de prijs van onze gas en elektriciteit niet hoger is dan in onze buurlanden: het zogenaamde 'vangnetmechanisme'. Om er zeker van te zijn dat dit de markt niet verstoort, zorgt de CREG en de Nationale Bank van België voor een permanente monitoring. Het vangnetmechanisme loopt tot eind 2014. De regering kan dit met een nieuwe termijn van drie jaar verlengen op basis van het rapport van de CREG en de NBB. Dat rapport stelt zwart op wit dat het vangnetmechanisme geen enkel marktverstorend effect heeft gehad. Integendeel, de CREG vindt de voortzetting van het vangnetmechanisme noodzakelijk om de recent ontstane marktdynamiek voort te ondersteunen.

En toch kiest de nieuwe regering ervoor om dit mechanisme dat de energieprijzen in toom houdt maar met één jaar te verlengen. Waarom? Zou het komen onder druk van FEBEG, de energieleveranciers die de prijzen opnieuw willen doen stijgen? Zou het kunnen dat de energielobby haar stem aan de onderhandelingstafel laat horen, en ook gehoord wordt? Het zou in ieder geval niet de eerste keer zijn. Ook tussen 2007 en 2011 (toen sp.a in de oppositie zat) informeerden marktspelers de meerderheidspartijen uiterst selectief, op een wijze die hen goed uitkwam. De regeringspartijen namen dat vervolgens klakkeloos over en aan het einde betaalde de consument de rekening. Telkens onder het mom dat er zogezegd geen alternatief was. De komende maanden zullen we dit opnieuw horen. Wel, er was en er is wel een alternatief. Tussen 2011 en vandaag hebben we bewezen dat het anders kan, dat er wel degelijk tegen de grote spelers op de energiemarkt kan worden ingegaan. Maar dan moet de wil hiervoor wel aanwezig zijn. De eerste signalen vanuit de onderhandelingskamer zijn in ieder geval niet hoopgevend. (Dit opiniestuk verscheen ook in De Morgen)