Later, als historici dit tijdsgewricht zullen becommentariëren, zullen ze het hebben over politici, vC en politici nC. En de C staat ditmaal voor Crisis. Crisis, met een hoofdletter. Ikzelf ben, als jong voorzitter, ongetwijfeld een politica nC. En dat noopt tot bescheidenheid. Ik kan niet terugblikken op een lange carrière die me er aan zou herinneren hoe het in het verleden was. Met de analyse die het boek mij laat, wil ik mijn collega’s niet veroordelen. Zoals het in Eric de Noorman staat: ‘Je moet roeien met de vrienden die je hebt’.Vrijdag werd het boek "De 16 is voor u" aan de pers voorgesteld. Het is het verslag van de voorbije regeringsvorming. Hier lees je welke inzichten ik na de lectuur ervan had. Het verscheen als opiniestuk in De Standaard.

Maar ik wil wel een waardeoordeel uitspreken over ons beroep. Na lectuur van ‘De 16 is voor u’ ben ik toch wat beschaamd over onze stiel, en de manier waarop hij de laatste 9 maanden bedreven is. Politiek begint voor mij bij de ambitie van de utopie, maar is ook de kunst van het haalbare. En ik citeer daarbij graag Jan Peter Balkenende: “Een goed begin is beter dan half werk.” Maar ik heb -samen met de auteurs- géén goed begin gezien en het duurde meer dan 300 dagen om niet eens half werk af te leveren. En dan vraagt een mens zich af hoe dat komt?


Ongetwijfeld omdat men gestart is in wantrouwen. Bye Bye Belgium aan de ene kant van de taalgrens én wapperende leeuwenvlaggen op het feest van de overwinnaar aan de andere kant. Een jaar na de verkiezingen zijn er nog maar weinig tekenen dat het wantrouwen verdwenen is. Het is alsof de onderhandelaars zich hebben laten inspireren door de Nederlandse journalist Jan Blokker, die zei: ‘Politiek is georganiseerd wantrouwen’. Als dat klopt dan hebben de onderhandelaars het goed georganiseerd…

Op badinerende toon illustreert ‘De 16 is voor u’ 3 grote politieke evoluties.

Een eerste duidelijke evolutie situeert zich op het vlak van de partijen zelf. Politiek leiderschap met visie schijnt niet meer te bestaan.
Een Frans europarlementslid zei ooit “les partis politiques sont faits pour réunir, entre eux, des gens qui n’ont que des désaccords”.

‘De zestien is voor U’ schetst niet enkel een bittere strijd tussen de partijen, ook intern zitten de kopstukken amper op dezelfde lijn. Bij gebrek aan visie, aan een maatschappelijk project, ontstond er bijwijlen een strategische gevecht om trofeeën. Het gemak waarmee water en vuur werden verenigd, verbaast: lastenverlaging was de scalp die de liberalen van de hoofden van de christendemocraten rukten, de verhoging van de uitkeringen de scalp die de Christendemocraten bij de liberalen wegsneden. En beide gescalpeerden verklaarden na de ingreep zonder verpinken dat ze tevreden waren. Dat deze holle symbolenstrijd slechts een bloederig tafereel had opgeleverd, scheen niemand te deren.

Het is interessant te lezen hoe de liberale kopstukken vurig hopen dat ‘de Gust op zijn berg in Toscane blijft’. Het is blijkbaar nodig om met drie liberalen te onderhandelen omdat men elkaar niet vertrouwt en er geen consensus is over het leiderschap.

Het is ook interessant te lezen hoe de voorzitter van CD&V op een vrij correcte manier probeert terug te koppelen naar een aantal topkaders in zijn partij. Al snel merkt hij dat die verzamelde toppers er genoegen in scheppen elk mogelijk compromis op voorhand te vermalen. De politieke verantwoordelijkheid van een partij die zonet 30% van de stemmen heeft gehaald lijkt hen te ontgaan. Die twee anekdotes tonen aan wat de achilleshiel van onze democratie dreigt te worden: partijen die niet in staat zijn om als structuur politieke verantwoordelijkheid te nemen, maken het land stuurloos.

Een tweede duidelijke evolutie situeert zich in de politieke families.
Binnen de Christen-democratische familie zijn de wegen gescheiden sinds de Lambermont-akkoorden van 2001. Opgepookt door de N-VA is de scheiding tussen CD&V en CDH het duidelijkst. Ze is in belangrijke mate communautair.

De liberale familie probeert krampachtig een eensgezinde indruk te wekken. Maar onder een ethisch-progressieve saus probeert Open VLD haar harde  anti-belastingsliberalisme te verbergen, terwijl de MR een ietwat milder bourgeoisliberalisme voorstaat. De scheiding tussen die partijen is dan ook vooral inhoudelijk.

In mijn eigen socialistische familie zien we een politiek-strategische scheiding. De PS zit in de federale regering, sp.a in de oppositie. De redenen daarvoor zijn bekend. Voor de PS was machtsdeelname om de schade voor de Waalse Gewest- en de Franse Gemeenschapsregering te beperken goed genoeg. Voor ons ligt dat anders. Gegeven ons onduidelijk profiel opteerden we voor een puur inhoudelijke koers . We zouden enkel regeren als we het land in een sociaal-progressieve richting kunnen sturen.

Een derde grote politieke evolutie is de rol van de eerste minister. Meer dan vroeger wordt de eerste minister het sleutelstuk van de Belgische democratie. Tot aan het einde van de vorige eeuw werd het beleid gekenmerkt door een  pacificatie- of consensusdemocratie. U weet wel, het gaat dan om dames en heren van stand die met elkaar een akkoord maken dat de grenzen tussen meerderheid en oppositie te buiten gaat. Ik wil niet nostalgisch terugblikken op het verleden.  De problemen van toen, zijn niet die van vandaag. Het is duidelijk dat consensusdemocratie nu afwezig is.

Het model dat in het boek tot uiting komt, is de conflictdemocratie. De conflictdemocratie stelt bijzondere eisen aan de rol van de eerste minister. Vroeger kon de eerste minister kiezen: hij kon de echte leider van een regering zijn, of de notaris van die regering. Hij kon in de regering de eerste van de zijnen zijn of boven de partijen uitgroeien. Ik meen dat één van de redenen waarom België tussen 1991 en 2007 een zekere stabiliteit heeft gekend is dat de twee premiers Dehaene en Verhofstadt, met vallen en opstaan, ervoor hebben gekozen om 1) niet de notaris van hun regering te zijn maar die regering te leiden en 2) als regeringsleider veeleer conflicten te arbitreren dan te genereren.


Geconfronteerd met die drie evoluties wil ik afsluiten met twee bedenkingen:

Ik zei vandaag niet echt fier te zijn op het politieke gild, waarvan ik zelf overigens deel uitmaak. Alle politici weten dat een zekere graad van straatvechterij in de politiek niet uit te sluiten is. Het is geen métier voor doetjes en zal dat ook nooit zijn. Toch is er nu een grens overschreden.  Het herstel van een cultuur van verantwoordelijkheid en de wedergeboorte van de ambitie van de utopie is nodig. Verantwoordelijkheid in de meerderheid. Verantwoordelijkheid in de oppositie. Mijn partij zal oppositie voeren tegen deze Regering. We moeten niet zeggen dat deze Regering geen project heeft want dat zeggen prominente vertegenwoordigers van de Regeringspartijen zelf. We moeten ook niet zeggen dat de Regeringspartijen het nergens over eens zijn want het volstaat het Kamerdebat van gisteren te volgen. Mijn voorganger heeft, inmiddels een aantal maanden geleden, onze steun aan een staatshervorming aangeboden. We blijven dat aanbod gestand doen. Iedereen is die steun geleidelijk aan een beetje vanzelfsprekend gaan vinden, maar ik vraag U welke van de huidige meerderheidspartijen zouden, in onze positie, hun verantwoordelijkheid hebben genomen?

De tweede bedenking houdt verband met de media. Ik heb met belangstelling de inleiding van Hugo De Ridder gelezen. Hij analyseert het onderscheid tussen politieke realiteit en perceptie. Meer dan ooit is het de taak van media en echte journalisten om dat onderscheid te verkleinen. Meer dan ooit is het de taak van media en echte journalisten om niet alleen aandacht te besteden aan het gehakketak maar ook aan de inhoudelijke keuzes die erachter schuilen of  juist aan het gebrek aan inhoudelijke keuzes.

Dames en heren, een verantwoordelijke politiek en een scherpe media die de kloof tussen perceptie en realiteit klein houdt, zijn nodig. Want er zijn belangrijke keuzes te maken. In 2007 gingen de Belgen naar de stembus voor een nieuwe regering. Er was een lokroep naar goed bestuur die de nieuwe uitdagingen van dit opmerkelijke tijdsgewricht moet aanpakken. Een samenleving die op die uitdagingen geen antwoord biedt, is een geblokkeerde samenleving. Er zal ‘goed bestuur’ nodig zijn om de uitdagingen aan te kunnen. Op de 335 pagina’s van ‘De zestien is voor u’ komt dat begrip overigens maar 4 keer voor."