Langsheen de taalgrens is men er niet zeker van dat een noodoproep op het nummer 112 steeds aankomt in het Gewest waar het wordt verstuurd. Door taalproblemen gaat er kostbare tijd verloren en worden telefoonoproepen niet altijd doorgeschakeld naar de juiste centrale. Minister Jambon erkent dit probleem en wil een keuzemenu invoeren voor noodoproepen. Hoewel men bij dergelijk keuzemenu kan aanduiden welke taal men spreekt valt te betwijfelen of de noodoproep snel genoeg gehoor zal krijgen. Bovendien bellen heel wat mensen in paniek naar het noodnummer, vaak is een menselijke stem dan onontbeerlijk om de beller terug rationeel te laten denken. 

Langsheen de taalgrens is men er niet zeker van dat een noodoproep op het nummer 112 steeds aankomt in het Gewest waar het wordt verstuurd. Door taalproblemen gaat er kostbare tijd verloren. Naast dit probleem blijkt het ook niet te lukken om gsm-oproepen door te schakelen naar de juiste centrale. Een bijkomend probleem is dat als er vanuit het Waalse Gewest toch een ziekenwagen wordt gestuurd, deze verplicht is het slachtoffer naar een Franstalig ziekenhuis te brengen, gezien deziekenwagen aan dit ziekenhuis verbonden is. Deze dagelijks problematiek heeft tot op vandaag nog geen oplossing gekregen. Ik vroeg de minister in de commissie Binnenlandse Zaken van 9 december of deze problematiek reeds werd aangepakt. 

Lees hieronder zijn volledige antwoord: 

Minister Jan Jambon: Vandaag zijn er reeds operatoren/calltakers aanwezig die kennis hebben van de andere landstaal, maar dat is geen vereiste bij de aanwerving. Zij kunnen de oproeper in de meeste gevallen verder helpen, maar uiteraard kan het altijd nog beter, vanwaar de noodzaak om nieuwe taalcursussen te organiseren. In het verleden werden reeds inspanningen geleverd om de taalkennis van de operatoren en calltakers in de noodcentrales en Cicads te verbeteren. Ook in de nabije toekomst zal hierop verder worden ingezet. Mijn administratie bereidt momenteel een overheidsopdracht voor met als doel in 2016 nieuwe taalcursussen voor operatoren/calltakers te organiseren. Het moet wel duidelijk zijn dat die taalcursussen er op zich niet zullen voor zorgen dat iedere operator of calltaker straks perfect twee- of drietalig zal zijn. Om die reden wordt ook bekeken of dit probleem niet op een andere manier kan worden aangepakt. Technologisch kan niet worden vermeden dat oproepen rond een provinciegrens uitzonderlijk worden gerouteerd naar een andere provincie. Hetzelfde geldt voor oproepen uit het taalgrensgebied. In het grensgebied kan een oproep immers worden gecapteerd door een gsmmast van een naburige provincie. Het routeren van noodoproepen naar een noodcentrale 112/100 gebeurt immers op basis van de mast die de straling van de gsm capteert.

In principe kunnen de gsm-operatoren per antenne en per sector van antenne de routering aanpassen aan de gewenste provincie om de routering te optimaliseren. De herroutering van de noodoproepen zal dan van toepassing zijn voor heel de dekking van de antenne of sector. Het is daarom technisch niet haalbaar om de provinciegrenzen perfect te volgen. Er bestaat vandaag de dag een procedure waarbij noodoproepen die verkeerd worden gerouteerd, na basisbevraging worden doorgeschakeld naar de bevoegde noodcentrale 112/100. Deze procedure werd in het geval van oproep B strikt nageleefd. De IVR-technologie, die het toelaat om met een keuzemenu te werken, kan het mogelijk maken om een Franstalige oproep in Vlaanderen door te schakelen naar een meldkamer waar Frans wordt gesproken, en omgekeerd voor een Nederlandstalige oproep in Wallonië. U weet dat wij bezig zijn met pilootprojecten. Ik meen dat dit voor een oplossing kan zorgen. De kritische succesfactor is dat er niet veel tijd verloren mag gaan door het indrukken van die ene toets. Dit laatste vormt het onderwerp van het pilootproject. Het behandelen van een oproep in een andere taal kan echter ook veel tijd vragen. Deze afweging zal moeten worden gemaakt op basis van de ervaring met de pilootprojecten.