De volgende jaren komen er heel wat grote projecten bij aan de Brusselse Ring, zoals het nieuwe nationaal stadion op de huidige Parking C, NEO, Dockx Bruxel en Uplace. Spijtig genoeg worden die allemaal los van elkaar ontwikkeld. Deze visieloze aanpak creëert grote verkeersellende en heeft een enorme impact op het leven van zowel de inwoners van de Rand als de tienduizenden automobilisten die dagelijks hun wagen nemen om in Brussel te komen werken.

“Een duurzame integrale visie op de mobiliteit op en aan de Brusselse Ring dringt zich dan ook op”, zegt Vlaams Parlementslid Katia Segers. “Helaas ontbreekt het de Vlaamse Regering aan elke visie”.

In eerste instantie kan de Vlaamse regering de huidige congestie en het aantal ongevallen op de R0 terugschroeven door werk te maken van een aantal ‘quick wins’, zoals een lagere maximum snelheid en de aanleg van goed bereikbare randparkings waar je kan overstappen op het openbaar vervoer. “Een verlaging van de maximumsnelheid van 120 km/u naar 100 km/u is een ingreep die op korte termijn kan gebeuren”, vult haar collega Joris Vandenbroucke aan. “Dat is een eenvoudige, goedkope en effectieve oplossing. Het is niet te begrijpen waarom er op de Brusselse Ring waar zoveel ongevallen gebeuren een hogere maximumsnelheid geldt dan bijvoorbeeld op de Ring rond Antwerpen en alle andere grote Vlaamse verkeerswisselaars (Gent, Lummen, Kortrijk). Een lagere maximumsnelheid verbetert de doorstroming en reduceert de kans op ongevallen”.

Het is ook hoogdringend dat men het GEN, een project dat reeds 15 jaar achterstand heeft opgelopen, finaliseert, en dat er werk wordt gemaakt van de drie nieuwe tramlijnen rond Brussel. Volgens minister Weyts zouden de deze tramlijnen klaar zijn in 2019, maar er is vandaag nog geen enkele vergunning aangevraagd. Er is ook grote onduidelijkheid over welke budgetten hiervoor voorzien zijn.
Goed bestuur gaat natuurlijk nog verder. Het gaat over het duurzaam oplossen van problemen: een integrale én vooruitziende visie over alle beleidsdomeinen en beleidsniveaus heen op de huidige en toekomstige mobiliteitsproblematiek op en aan de Brusselse Ring. Congestie stopt immers niet aan grenzen van de gewesten en neemt toe wanneer nieuwe projecten bijkomende mobiliteit genereren.

“Indien het de Vlaamse regering echt menens is met haar beloftes van goed bestuur, dan zal ze bij het al dan niet uitvoeren van grote projecten rond de Brusselse Ring keuzes moeten maken in functie van hun maatschappelijke meerwaarde”, besluit Katia Segers.