Als het van de SP.A afhangt, kunnen tegen 2030 alle kinderen naar de crèche. Maar is dat wel zo’n goed idee? Volgens tegenstanders krijgen baby’s net te veel stress in een crèche.

INTERVIEW| DS AVOND STEFANIE VAN DEN BROECK

Wat stelt de SP.A precies voor?

Ze willen een volledig nieuw model voor de organisatie van opvang, onderwijs en vrije tijd van jonge kinderen. Alles moet beter in elkaar overvloeien. En belangrijk: tegen 2030 moet elk kind een plaats hebben in de kinderopvang. Concreet betekent dat: 109.000 extra plaatsen creëren in 14 jaar tijd. Nu gaat de helft van de kinderen naar de kinderopvang (crèche of onthaalmoeder), terwijl 90 procent van de driejarigen (en 99 procent van de vijfjarigen) naar school gaat. Die kloof moet dicht, aldus de SP.A.

Moeten we de ‘leerplicht’ dan maar meteen naar 3 maanden laten zakken?

Verplichten gaat voor Caroline Gennez, een van de drijvende krachten achter het voorstel, te ver. ‘Uiteraard moet elke ouder de vrije keuze hebben om zijn kind al dan niet naar de kinderopvang te sturen. Wij pleiten trouwens ook voor de uitbreiding voor het ouderschapsverlof, naar Scandinavisch model. Maar we vinden het heel belangrijk om tegelijk te investeren in goede kinderopvang, zodat de crèche even aantrekkelijk én evident wordt als de kleuterklas.’

Nochtans zijn er wetenschappers die beweren dat een crèche te stresserend is voor jonge kinderen

In april vorig jaar was er nogal wat ophef rond een onderzoek van de Nederlandse hoogleraar Carolina De Weerth. Daaruit bleek dat jonge kinderen meer stress hebben als ze naar de crèche gaan. De Weerth pleitte ervoor dat ouders na de geboorte een jaar zouden thuisblijven om voor hun baby te zorgen.

Volgens Jan Peeters, coördinator van het expertisecentrum Opvoeding en Kinderopvang (UGent), zijn er inderdaad studies die erop wijzen dat baby’s heel gevoelig zijn voor stress. En die stresshormonen zouden negatieve gevolgen hebben voor de latere ontwikkeling. ‘Maar dat gaat alleen om zeer jonge kinderen. Voor peuters vanaf één jaar is zowat iedereen het eens dat kinderopvang een goede zaak is.’

Worden kinderen dan echt socialer van een crèche, zoals je vaak hoort?

‘Ze leren er effectief een aantal “sociale competenties” die belangrijk zijn voor de kleuterschool’, zegt Jan Peeters. ‘Met elkaar spelen, opdrachten uitvoeren die de kleuterleidster geeft... Of er ook effecten zijn op langere termijn, is nog te weinig onderzocht. Dergelijk onderzoek is ook heel duur. Er is wel een grote Britse studie die kinderen volgt vanaf drie jaar, en daaruit blijkt dat de kleuterschool een duidelijk positief effect heeft op de latere ontwikkeling. En uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt ook dat de opvang van jonge kinderen helpt te voorkomen dat ze later vroegtijdig stoppen met school.’

Vooral kansarme kinderen zouden er baat bij hebben

Dat benadrukt ook Caroline Gennez. ‘Uit onderzoek blijkt dat een kind dat naar de crèche is gegaan, op zijn eerste schooldag gemiddeld 1.100 woorden kent, ongeacht de thuissituatie. Een kind uit een kansarm gezin dat niet naar de crèche is gegaan, kent er gemiddeld 400. Hoe sneller je investeert in kinderen, hoe hoger de maatschappelijke “return on investment”, om het met een lelijke term te zeggen.’ En dus is de 40 miljoen euro extra per jaar – want zoveel zou dit voorstel kosten – een slimme investering, aldus Gennez.

En niet te vergeten: hun ouders ook

Goede, betaalbare kinderopvang dichtbij huis heeft niet alleen voor kinderen een emancipatorische waarde, maar ook voor hun ouders, zegt Gennez. ‘We pleiten ervoor dat zo veel mogelijk mensen werken. Dan moeten ouders die willen werken, ook echt de keuze hebben.’
Dat beaamt Jan Peeters. ‘Zeker kansarme moeders hebben het vaak moeilijk om werk te vinden, omdat ze geen plaats hebben in de kinderopvang en hun jonge kinderen altijd thuis zijn.’

Maar wat met ouders die bewust willen thuisblijven voor hun peuter?

Die hoeven zich alvast niet schuldig te voelen, vindt kinderpsychiater Delphine Jacobs. ‘Wat de Nederlandse hoogleraar over stress zei, wordt ook beaamd in ander onderzoek. De conclusie is dat er beter niet te vroeg en niet te veel voor kinderopvang wordt gekozen. Een baby van drie maanden vijf dagen per week naar de crèche sturen, van 7 tot 19 uur, is niet ideaal, maar dat lijkt me een kwestie van gezond verstand. Er is zeker niets mis met goede kinderopvang, maar het gezin blijft voor de meeste kinderen toch de plek waar ze helemaal zichzelf kunnen zijn, zonder stress.’

En die sociale competenties dan? Die zijn, volgens Jacobs, geen goed argument om kinderen naar de opvang te sturen. ‘Taal, sociale omgang, luisteren... Dat zijn zaken die je een kind ook perfect thuis kunt meegeven. Ik vind het trouwens problematisch dat we bij kinderen van die leeftijd al naar vaardigheden kijken. Het enige waar ik me iets kan bij voorstellen, is een mogelijke sociale angst: een kind dat amper mensen ziet buiten zijn ouders, zal misschien bang en wantrouwig aan school beginnen. Maar je kunt je kind natuurlijk ook meenemen naar de speeltuin, ontmoetingsplaatsen, neefjes en nichtjes... Al geef ik toe dat het voor kinderen uit anderstalige of kansarme gezinnen, die vaak sociaal geïsoleerd leven, wel een grote meerwaarde kan zijn, ook al gaan ze maar één dag per week naar de opvang.’

Slotsom: meer kinderopvang is een goede zaak (het liefst vanaf één jaar), maar dan moet de kwaliteit omhoog

‘De polariserende discussie over kinderen al dan niet naar de opvang sturen, zou verdwijnen als de kwaliteit van onze crèches omhoog zou gaan’, zegt Jacobs. ‘Dan zou het tenminste echt een vrije keuze zijn. Terwijl ouders nu soms noodgedwongen thuisblijven omdat ze geen goede opvang vinden.’

Ook Jan Peeters geeft aan dat daar het schoentje wringt. ‘Kinderen tussen 0 en 2,5 jaar worden in Vlaanderen meestal opgevangen door laagopgeleide mensen, die bovendien te weinig begeleid worden. In het nieuwe decreet over kinderopvang is daar gelukkig wel aandacht voor. Zo zullen onthaalouders straks ook een opleiding moeten volgen. Maar we zijn er nog lang niet.’

Uit | DS AVOND 07 januari 2016 | STEFANIE VAN DEN BROECK