“De sociale zekerheid teert de staat uit.” Dat beweerde Bart De Wever in het VTM Nieuws van zondag 24 mei. Een stelling om u tegen te zeggen.  Deze bewering is de laatste van een totaaldiscours waarin N-VA voor haar besparingsdrift steeds nadrukkelijker naar de sociale zekerheid kijkt en daarbij expliciet de gezondheidszorg in het vizier neemt.  Maar gaat de redenering - “België leeft boven zijn stand” - wel op voor de gezondheidszorg? Klopt het dat de uitgave aan gezondheidszorg in België decadente proporties aanneemt? In deze blog zetten we alles op een rijtje en dan komen we tot een andere conclusie.

Hoe groter welvaart, hoe   groter uitgave gezondheidszorg. Gelukkig maar
@Bart_DeWever'
@JeroenSchoenm

1. De Belgische uitgaven op de wereldkaart

Laten we eerst de uitgave aan gezondheidszorg, uitgedrukt in percentage van het BNP, internationaal bekijken. België geeft - publieke en private uitgaven samen - 10,9% van zijn welvaart uit aan gezondheidszorg. Die uitgave ligt weliswaar boven het OESO-gemiddelde (9,3%), maar is vergelijkbaar met landen als Denemarken en Oostenrijk.  Meer nog, ze ligt zelfs lager dan buurlanden Nederland (11,8%), Frankrijk (11,4%) en ‘gidsland’ Duitsland (11,3%).

Ook als we de gezondheidsuitgave per capita afzetten tegenover het BNP per capita - gecorrigeerd in termen van koopkracht - is België precies daar terug te vinden waar men ons land op basis van zijn welvaartsniveau zou verwachten. Het enige land dat we in dat opzicht van decadentie kunnen betichten (figuur 2), zijn de Verenigde Staten. Véél meer dan een verslindende politieke keuze lijkt de uitgave aan gezondheidszorg een product van ons welvaartsniveau. Die correlatie zie je overigens ook terug bij landen in volle ontwikkeling zoals Turkije of Slovakije. Aan het begin van de 21ste eeuw laten ze grote groeicijfers in de uitgaven voor deze sector optekenen (OESO, 2009).

2. De historische groei

In vergelijking met het begin van de jaren 70 spenderen we nu een aanzienlijk groter deel van onze welvaart aan gezondheid. Het Planbureau becijferde dat de publieke uitgave toen 3% van het BNP in beslag nam. In 2011 bedroeg dat aandeel, ondanks een sterk toegenomen BNP, reeds 8% (Van den Bosh, Willemé, 2014).

Is het bij meer rijkdom dan abnormaal dat een land een groter aandeel besteedt aan gezondheidszorg? Grafiek 1 toonde al aan dat alle landen met een gelijkaardige groei in welvaart ook hun proportionele uitgave aan gezondheidszorg zagen stijgen.  Schokkaert (2012) stelt vast dat het toegenomen belang van gezondheid in onze uitgaven zelfs gelijke tred houdt met luxe-uitgaven.  

Gezondheidszorg kun je in economische termen een superieur goed noemen. Hall en Jones (2007) stellen dat gezondheid een inkomenselasticiteit heeft die ver boven de één ligt. Met andere woorden: naarmate het inkomen of de welvaart stijgt, zal men bereid zijn een steeds groter deel van dat inkomen aan gezondheid te besteden. Dit gaat zowel op voor individuen als voor landen in hun geheel.

Dat we de waarde van gezondheid hoog inschatten, blijkt ook uit de toename van het gedeelte dat men out-off pocket betaalt (Burtin, 2011).  

Wanneer de overheid de vinger op de knip houdt, gaat de patiënt meer uit eigen zak betalen.

3. Het maakt (niet) uit wie betaalt

Figuur 1 toont aan dat de manier waarop men de gezondheidszorg financiert geen impact heeft op de economische kost van de gezondheidszorg. Opvallend is het voorbeeld van de Verenigde Staten. In zo goed als geen enkel ander land is het gezondheidszorgsysteem meer geprivatiseerd als in de VS. Voor Obamacare was een aanzienlijk deel van de bevolking niet eens verzekerd. De volksgezondheid is er zelfs pover in vergelijking met de meeste westerse landen. Toch spenderen Amerikanen jaarlijks 17,6% van hun welvaart uit aan hun gezondheidsuitgaven. Meer recent bleek de privatisering van de gezondheidszorg in Nederland de kost helemaal niet te drukken. Of een gezondheidszorgsysteem dus een meer privaat dan wel publiek karakter heeft, heeft geen impact op de totale kost. De Amerikaanse, Zwitserse en Nederlandse voorbeelden bevestigen dat. Waar de aard van het gezondheidssysteem wel een impact op heeft, is de mate van toegankelijkheid en gelijkheid maar dat is een ander debat.

4. Conclusie

Stellen dat België dus boven zijn stand leeft wat gezondheidszorg betreft, is de waarheid geweld aan doen. Zoals eerder gesteld, internationaal vind je de Belgische gezondheidsuitgaven precies terug waar men ze op basis van het Belgische welvaartsniveau zou verwachten. Mocht het zo zijn dat België zich te buiten gaat aan een ware decadentie die onze welvaart uitteert, dan zou dat voor zowat alle ontwikkelde landen gelden.

Zonder meer beweren dat het ontoelaatbaar is dat uitgaven voor gezondheidszorg een steeds grotere hap nemen van onze totale welvaart, gaat niet op. Het druist in tegen historische en maatschappelijke trends en gaat voorbij aan de waarde die de samenleving aan gezondheid hecht.

Uiteraard betekent dit niet dat de steeds toenemende mogelijkheden ooit op de grens van de betalingsbereidheid van zowel de maatschappij als het individu zullen botsen.  Maar dat punt is vandaag nog niet bereikt. De retoriek van N-VA dient een ander doel, met name het beperken van het aandeel van de gezondheidskost dat we solidair dragen. Gezien de mogelijkheden en de vraag zullen blijven stijgen, zal in zo’n scenario het aandeel dat we uit eigen zak betalen mee stijgen. Met alle gevolgen van dien voor al diegenen die hun portefeuille niet kunnen opentrekken als de nood hoog is.