De kaaimantaks zou volgens de minister van financiën 460 miljoen euro per jaar opbrengen, vanaf dit jaar zelfs 510 miljoen. Uit de statistieken van de FOD Financiën blijkt dat voor 2017 amper 5,3 miljoen euro geweest te zijn. In deze blog leggen we uit hoe we dat berekenen. De minister betwistte dat cijfer niet, maar meende dat het goed nieuws was. Volgens de minister werkte de kaaimantaks ontradend en werden daardoor massaal offshore-constructies opgedoekt. Die uitleg blijkt niet te kloppen. Het aantal offshore-constructies is, opnieuw volgens de statistieken van de FOD Financiën, amper teruggelopen. En van de onrechtstreekse inkomsten, waar de minister rotsvast in gelooft maar tegelijk zegt dat hij ze niet kan becijferen, blijkt nergens een spoor te zijn. Er is geen stijging te zien in de opbrengst van de roerende voorheffing en inzake de fiscale regularisatie blijven de realisaties ver onder de verwachte bedragen.

Hoe veel brengt de kaaimantaks op?

De minister heeft niet gewild dat er aparte codes voor de kaaimantaks voorzien werden op de belastingaangifte. Dat bemoeilijkt een evaluatie. Maar dat maakt het nog niet onmogelijk om een betrouwbare inschatting van de opbrengst te maken. We kunnen immers de aangiften isoleren waarop de kaaimantaks van toepassing kan zijn, namelijk de aangiften die melding maken van een juridische constructie. De aangifteplicht voor juridische constructies is van toepassing sinds aanslagjaar 2014, de kaaimantaks zelf is pas van toepassing vanaf aanslagjaar 2016.

De inkomsten die relevant zijn voor de kaaimantaks zijn de buitenlandse roerende en onroerende inkomsten. Die gegevens kennen we voor de aanslagjaren 2015, 2016 en 2017[1]. De toename van de buitenlandse roerende en onroerende inkomsten in de aangiften voor aanslagjaar 2016 en 2017 ten aanzien van aanslagjaar 2015 wijzen we toe aan de kaaimantaks. 

Wat de buitenlandse onroerende inkomsten betreft zijn de verschillen klein. Voor AJ 2017 (met kaaimantaks) zijn de aangegeven inkomsten zelfs lager dan voor AJ 2015 (zonder kaaimantaks). Aan een tarief van 50% bedraagt de belastingopbrengst met betrekking tot de buitenlandse onroerende inkomsten in 2016 zowat 2 miljoen euro meer dan in ‘basisjaar’ 2015[2].

Wat de buitenlandse roerende inkomsten[3] betreft zijn de aangegeven inkomsten merkelijk hoger voor AJ 2016 en AJ 2017 dan voor AJ 2015. 

Aan een tarief van 27% bedraagt de belastingopbrengst met betrekking tot de buitenlandse roerende inkomsten in 2017 en 2016 respectievelijk 5,3 miljoen en 46,5 miljoen euro meer dan in basisjaar 2015. Als we buitenlandse roerende en onroerende inkomsten samen beschouwen, dan kan de opbrengst van de kaaimantaks bepaald worden op 5,3 miljoen euro in 2017 en 48,5 miljoen euro in 2016.

Lage opbrengst is bewijs van succes maatregel? 

Volgens de minister is de lage opbrengst van de kaaimantaks het bewijs dat de maatregel succesvol is. De redenering van de minister is dat de constructies massaal werden opgedoekt en dat de betrokken kapitalen, die vroeger op belastingparadijzen geparkeerd stonden, vandaag gewoon in België worden. En zo brengt de kaaimantaks volgens de minister onrechtstreeks veel meer op dan wat uit de statistieken van de FOD Financiën blijkt.

Het aantal constructies aangegeven in de personenbelasting is amper gedaald. Van 1589 constructies in 2016 naar 1443 constructies in 2017[4]. Dat is een daling van 9%. Dit kan bezwaarlijk als verklaring worden ingeroepen voor het verschil tussen de werkelijke opbrengst van de kaaimantaks (5 miljoen) en de vooropgestelde opbrengst (460 miljoen). 

We zien evenmin een sterke toename van de inkomsten uit de roerende voorheffing[5], nochtans zouden we die kunnen verwachten indien grote kapitalen vanuit het buitenland gerepatrieerd zouden zijn naar België en hier zouden worden belast. Bovendien kan nog worden opgemerkt dat de verwachte ontvangsten uit de roerende voorheffing 2018 vorige maand door het monitoringcomité met bijna 1 miljard euro neerwaarts werd bijgesteld[6]. 

De fiscale regularisatie, tot slot, blijft sterk onder de verwachtingen[7]. Bovendien staan de inkomsten uit de fiscale regularisatie apart in de begroting en komen ze dus bovenop de begrote opbrengst van de kaaimantaks.

 


   

[1] Antwoord op parlementaire vraag n° 24097 van Peter Vanvelthoven

[2] Met een negatieve impact als gevolg van de kaaimantaks houden we geen rekening en we zetten de voorzichtigheidshalve de meeropbrengst door de kaaimantaks voor 2017 op nul euro voor wat de onroerende inkomsten betreft.

[3] voor de betrokken jaren worden deze inkomsten belast aan een vlak tarief van 27%

[4] Antwoord op parlementaire vraag n° 1001 van Peter Vanvelthoven; De Standaard, 'Heeft de kaaimantaks wel voldoende tanden', 25/4/2018

[5] FOD Financiën

[6] Monitoringcomité, Raming Begrotingscontrole 2018, 14 maart 2018

[7] Antwoord op parlementaire vraag n° 24092 van Peter Vanvelthoven