De klimaatstrijd win je laag bij de grond

Overschakelen op gezonde, milieuvriendelijke en koolstofarme energiebronnen zou ons toelaten om maar liefst 320 miljard euro te besparen. Jaarlijks.

Aangezien 13 van de 25 meest vervuilende kredietverleners ter wereld uit Europa komen, is een grote rol weggelegd voor de Europese Unie.

Vandaag eindigt de Klimaattop in Parijs en met zijn allen hopen we dat er een deftig akkoord uit de bus komt. Strijd voeren tegen klimaatverandering is in de eerste plaats een zaak van verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid tegenover mensen - huidige en toekomstige - wiens levens we aantasten als we niets doen. Het antwoord op de vraag of we de strijd tegen de klimaatverandering winnen, ligt niet alleen in een morele overtuiging maar ook iets lager bij de grond: het zal in grote mate een kwestie van geld zijn.

Om de uitstoot van broeikasgasgassen met 80 procent te doen dalen hebben we nood aan een energiesysteem, gebaseerd op propere, hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en aardwarmte. Dat zal massale investeringen vragen. Concreet moet Europa jaarlijks 270 miljard euro investeren, of twee procent van zijn bruto binnenlands product. Het is een bedrag dat op het eerste gezicht doet duizelen. Ze wordt dan ook vaak door klimaatsceptici gebruikt als argument om de onhaalbaarheid van een ambitieus klimaatbeleid aan te tonen. Maar die redenering slaat nergens op. Het geld is niet alleen beschikbaar, het wordt vandaag zelfs al uitgegeven. Helaas niet aan de juiste dingen.

Zo spenderen we in de hele Europese Unie jaarlijks 400 miljard euro aan onze globale olie- en gasfactuur. Geld dat - terzijde - ook nog eens gaat naar vaak dubieuze regimes. Terwijl overschakelen op gezonde, milieuvriendelijke en koolstofarme energiebronnen ons zou toelaten om dat bedrag op vrij korte termijn te laten zakken tot 80 miljard euro: een besparing van maar liefst 320 miljard. Jaarlijks.

De realisatie daarvan is spijtig genoeg nog lang niet in zicht, zo blijkt uit nieuwe cijfers van de ngo Fairfin. Alle klimaatconferenties ten spijt richten Europese grootbanken nog altijd maar liefst 90 procent van hun investeringen in de energiesector op fossiele energie. Grote investeerders zouden eigenlijk zelf moeten inzien dat die beleggingen gedoemd zijn. In de eerste plaats omdat hernieuwbare energiebronnen aan een razendsnel tempo kostencompetitief worden en dus aan economische slagkracht (en lobbykracht) zullen winnen. Sommigen beginnen dat ook wel te beseffen. In ons land hebben ING en BNP Paribas betekenisvolle stappen gezet om investeringen terug te trekken uit fossiele energie. Zelfs de beroemde familie Rockefeller, die haar fortuin maakte in de oliebusiness, pompt niet langer geld in de ontginning van fossiele brandstoffen. En maar goed ook, want spontane acties van witte merels onder de banken alleen zullen niet volstaan als we de investeringsstromen in de energiesector een draai in de goeie richting willen geven. Zoals Volkswagen bewezen heeft, gaan niet alle multinationals even gewetensvol om met het algemeen belang en de toekomst van onze planeet. Daarom is het van cruciaal belang dat overheden hun verantwoordelijkheid nemen en investeringen in fossiele brandstoffen veel forser ontmoedigen, tot zelfs verbieden. Tegelijk moeten ze alternatieven met veel meer overtuiging stimuleren of zelfs gewoonweg verplichten.

Aangezien 13 van de 25 meest vervuilende kredietverleners ter wereld uit Europa komen, is een grote rol weggelegd voor de Europese Unie. Bijvoorbeeld door een CO2-taks in te voeren en werk te maken van een sluitend emissiehandelssysteem om schadelijke activiteiten radicaal te ontmoedigen. Een EU die investeren in de toekomst ook op korte termijn voordeliger maakt dan investeren in het verleden.

Zo niet, dan zullen we binnenkort voor de ontnuchterende vaststelling staan dat we niet alleen ons geld in een bodemloze put gegooid hebben, maar ook dat grote delen van onze planeet onbewoonbaar zijn geworden.




Deze discussie werd gesloten.