In de voorbije week stelden Ruud Goossens (De Standaard, 27/01) en Carl Devos (De Morgen, 02/02) dat de steun van sp.a voor Syriza niet geloofwaardig is, omdat sp.a eerder PASOK dan Syriza zou zijn en ook zijn handen heeft vuilgemaakt aan het Europese bezuinigingsbeleid. In een adem wordt de vraag gesteld welk Vlaams Syriza het sp.a-lot zal bezegelen. Ik deel die analyse hoegenaamd niet: sp.a is net zomin PASOK, als België Griekenland is. We zijn niet de architecten van het Europese bezuinigingsbeleid en hebben altijd voor een koerswijziging gepleit. Bovendien komt de dreiging voor sp.a niet van links maar van rechts populisme en groen-liberaal optimisme. In deze blog toon ik aan hoe dat komt.

 

1. sp.a en PASOK, een wereld van verschil

De vergelijkingen met PASOK zijn van de pot gerukt. PASOK is een cliëntelistische partij die een typisch Zuid-Europees socialisme aanhangt. De PASOK-welvaartsstaat is een mix van verschillende welvaartsstaatmodellen met meer nadruk op armoedebestrijding dan op sociale verzekering, weinig sociale investering, corruptie en een arbeidsmarkt die veel rechten toekent aan ‘insiders’ met een vaste baan en weinig kansen biedt aan ‘outsiders’. Als sp.a al ooit zo geweest zou zijn, dan is ze dat in elk geval al lang niet meer. Integendeel, onze traditionele visie op de welvaartsstaat heeft sinds de jaren 90 een duidelijke koerswending genomen in de richting van een actief arbeidsmarktbeleid en sociale investering, weliswaar eerder bovenop dan in plaats van de klassieke herverdelende sociale zekerheid (1) .

Onze sociaaleconomische prestaties van de voorbije 25 jaar zijn nauwelijks te vergelijken met die van Griekenland en Spanje. Kijken we alleen naar de voorbije 5 jaar, dan loopt de vergelijking met Griekenland en Spanje totaal mank: onze economie is niet ingestort, maar is integendeel een van de best presterende in de EU: we hebben een double dip recessie vermeden, het beschikbaar inkomen ligt hoger dan voor de crisis, onze werkloosheid is beperkt gestegen, terwijl de jongerenwerkloosheid in Zuid-Europa dubbel zo groot is als in België. Waar in Griekenland en Spanje de bodem onder de welvaartsstaat is weggeslagen, heeft die in België net de sociale gevolgen van  de economische crisis gemilderd.

Bron: Ameco, MIP 2014 DG ECFIN

 

Dus sp.a is PASOK niet en België is Griekenland of Spanje niet. Er is geen economische reden waarom de uitdaging voor sp.a van links zou komen.

2. sp.a is niet de architect van het harde Europese besparingsbeleid

Het is een misvatting dat wij de mede-architecten zijn van het Europese bezuinigingsbeleid. Wij hebben regeringsverantwoordelijkheid genomen en als dusdanig waren we deel van de hele Europese besluitvorming. Maar uit regeringsdeelname in België besluiten dat we mee verantwoordelijk zijn voor de koers van de hele EU is een te grove analyse. De Europese besluitvorming is het resultaat van een samenspel van instellingen en landen met politieke meerderheden en leiders. Er is veel mis met het democratisch gehalte van de Europese instellingen, maar er is wel degelijk coalitievorming op de links-rechts as in de EU instellingen.
Op niveau van Commissie en Parlement zijn de beslissingen over het verscherpt begrotingstoezicht (de zogenoemde sixpack en de twopack) genomen door een christendemocratisch-liberale coalitie onder leiding van Manuel Barroso en Oli Rehn. De sociaal-democraten stemden tegen de sixpack die het verscherpt begrotingstoezicht invoerde. De sp.a- europarlementsleden stemden, in tegenstelling tot de rest van de fractie, tegen de twopack die lidstaten verplicht om hun begroting voor goedkeuring voor te leggen aan de Europese Commissie.

 

Op niveau van de Europese Raad is de belangrijkste vraag allicht wie vraagt en wie moet geven. De sociaaldemocratische regeringsleiders van Spanje en Griekenland moesten financiële ondersteuning vragen. Ze kregen die ook, maar wel op voorwaarden van de grote ‘surpluslanden’, landen met een overschot op de handelsbalans zoals Duitsland, Nederland en Zweden. Voor de Griekse en Spaanse christendemocratische opvolgers was het niet anders. Wie moet vragen, is machteloos in de EU. Het klopt dat Elio Di Rupo, François Hollande en Matteo Renzi al in functie waren toen de twopack werd beslist. Maar alledrie vertegenwoordigden ze landen die zelf in een buitensporige tekortprocedure zaten, met een tekort op de handelsbalans. De huidige Europese commissie is daarentegen een coalitie van christendemocraten en sociaaldemocraten en de koerswijziging is dan ook onmiddellijk gebeurd: flexibiliteit in de begrotingsregels, een Europees investeringsplan én nadruk op groei in plaats van enkel structurele hervormingen.
Als we het bezuinigingsbeleid vanuit binnenlands perspectief bekijken, dan zijn er twee vaststellingen: we hebben inderdaad bezuinigd en dat was ook juist en nodig door het begrotingstekort van 5,5% in 2009. We moesten dat niet doen voor Europa, maar in het belang van onze eigen welvaartsstaat. We hebben dat wél op een sociaaldemocratische manier gedaan: niet meer dan strikt nodig om uit de Europese tekortprocedure te raken én met een eerlijke verdeling van de inspanningen. De vennootschappen en vermogens hebben de zwaarste lasten gedragen, wat door sommigen als marxistisch werd beschouwd en door de oppositie als een belastingregering werd bestempeld. Bezuinigen is niet links of rechts, het gaat over de manier waarop.

3. Syriza en Podemos gedijen in andere context

Tenslotte: verwijzingen naar Syriza en Podemos zijn een luie analyse van de electorale uitdaging voor sp.a. Zij zijn links populistische bewegingen die reageren omdat de bodem onder hun welvaartsstaat is weggeslagen, omdat een cliëntelistische en oude politieke elite belangengroepen heeft afgeschermd en omdat jongeren de rekening betalen. Dit is niet ónze context. In Griekenland en Spanje werden sociaaldemocraten afgestraft voor een te draconische inspanning die bovendien totaal scheef was verdeeld. In Vlaanderen zijn de verkiezingen gewonnen met een programma van meer inspanning en minder eerlijke verdeling.

4. De uitdagingen voor sp.a liggen elders

Onze uitdaging komt van ergens anders en is dubbel (2). Enerzijds komt ze van het rechts populisme dat vreet aan onze klassieke arbeidersbasis van laagopgeleide, economisch onzekere en cultureel eerder gesloten kiezers. Het is een groep die deels naar Vlaams Belang is gegaan en nu naar N-VA (3) , maar waarin we nog een groter aandeel hebben dan de gemakzuchtige lezing laat vermoeden. In de voorbije verkiezing met sociaaleconomische inzet hebben we zelfs netto stemmen teruggenomen van N-VA en het Vlaams Belang.

Bron: TNS-DIMARSO. In 2007 was N-VA in kartel met CD&V.

 

Anderzijds komt de uitdaging van groen-liberaal optimisme, net name de typische hoogopgeleide kiezer: sociaaleconomisch zekerder tot post-materieel op vlak van levenskwaliteit, cultureel tolerant tot meerwaarde-zoekend. Het is de kiezer die we konden bekoren in de begintijd van de teletubbies, het kartel met Spirit en de komst van enkele groenen. Het is de groep die we de voorbije vijf jaar meer en meer zijn kwijtgeraakt aan Groen en Open VLD, de hoogopgeleide partijen bij uitstek.

Het grootste risico op verder electoraal verlies ligt niet zozeer in de klassieke sociaaleconomische thema’s op de links-rechts as maar eerder op vlak van migratie en levenskwaliteit die op de breuklijn tussen laag- en hoogopgeleiden liggen. Aan de ene kant van het spectrum leeft de schrik voor de culturele en sociaaleconomische gevolgen van migratie heel sterk. N-VA heeft die kiezers van het Vlaams Belang teruggewonnen door een combinatie van streng sociaal beleid, een sterke definitie van Vlaams burgerschap en een vijandbeeld ten opzichte van de Walen en hun PS, eerder dan de migranten. Het goede nieuws is dat extreemrechts haar greep kwijt is. Het slechte nieuws is dat het inhoudelijke centrum van mogelijke coalities verschuift naar rechts. Aan de andere kant van het spectrum is de vraag hoe we het nog beter kunnen hebben nu we het goed hebben. Groen en Open VLD zitten hier op winst met hun respectievelijke versies van vooruitgang.

Conclusie: sp.a en bij uitbreiding de noord-west-Europese sociaaldemocratische partijen als de Nederlandse PvdA, de Duitse SPD of de Zweedse en Britse arbeiderspartijen hoeven geen Syriza of Podemos te vrezen, maar wel rechts populisme en groen-liberaal optimisme die uit tegenovergestelde richting aan het kiezerspotentieel vreten. Het sociaaldemocratisch burgemeesterscredo 'de boel bijeen houden' krijgt op nationaal niveau een heel eigen betekenis: het gaat om het verzoenen van soms tegengestelde sociaaleconomische en culturele reacties van hoog- en laagopgeleiden op hun angst en hoop voor de toekomst.  Dát is onze uitdaging. Syriza en Podemos leren ons nauwelijks iets over hoe we met die uitdaging om moeten gaan. Meer nog, gemakzuchtige vergelijkingen zouden ons zelfs op het verkeerde spoor zetten.