Onlangs werd de voorzitter van de Europese socialisten Poul Nyrup Rasmussen gevraagd voor een interview in een Vlaams tijdschrift. Over de werking van de arbeidsmarkt en van de financiële markten. Hij belde me vooraf om beter zicht te krijgen op een aantal bijzonderheden van de Belgische arbeidsmarkt. Hij was met verstomming geslagen toen ik hem uitlegde dat we in België nog een onderscheid maken tussen het statuut van arbeiders en bedienden. Zijn verbazing was terecht. Het Antwerpse Arbeidshof kwam vorige week overigens tot eenzelfde inzicht in zijn arrest over de zaak Meert.

[image] De discussie over het eenheidsstatuut is minstens vijfentwintig jaar oud. Ondertussen beseft zowat iedereen dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden voorbijgestreefd is. Toch lukten de sociale partners er tot nu toe niet in om een oplossing te vinden. Vier jaar geleden werden in de context van het Interprofessioneel Akkoord (IPA) opnieuw dure eden gezworen. De werkgroepen onder leiding van professor Vanachter leidden helaas tot niets. Het eindrapport werd zelfs nooit gepubliceerd. Twee jaar geleden zijn er opnieuw afspraken gemaakt. Tot op vandaag zonder enig resultaat. Straks beginnen de sociale partners aan de bespreking van een nieuw IPA. Het is hun laatste kans. Het arrest van het Antwerpse Arbeidshof zegt in wezen dat er onmiddellijk een oplossing nodig is. De rechtsonzekerheid wordt gewoon te groot.

We zijn het enige land in Europa dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden nog maakt. Gemeten naar de wettelijke opzegtermijnen moet de Belgische arbeider zo ongeveer de slechtst beschermde van Europa zijn. Daarenboven is het uitgangspunt om in een kennismaatschappij te doen alsof sommige werknemers niet zouden nadenken ronduit beledigend. Het argument van de werkgever in het bovenvernoemde arrest dat de betrokkene een arbeider was omdat hij een schroevendraaier op zak had, is hallucinant. Arbeiders, met of zonder schroevendraaier, zijn ook kenniswerkers, en kennis evolueert vandaag zeer snel.

Waarom is de wens om het statuut van arbeiders en bedienden gelijk te schakelen tot nu toe dode letter gebleven? Zeggen dat het enkel en alleen te doen is om het feit dat de vakbondscentrales leden zouden verliezen, is te gemakkelijk. Helaas speelt dit wel mee. De structuur van het  Belgische sociaal overleg is door het onderscheid tussen arbeiders en bedienden fundamenteel bepaald. Dit is het resultaat van een lange geschiedenis. Wie dit onderscheid wil opheffen, moet ook de structuur van het sociaal overleg en de vakbonden veranderen. Dat dit niet met een vingerknip kan, wil iedereen begrijpen. Maar dit is geen argument om deze discussie een kwarteeuw te laten aanslepen. Op zijn minst kan je verwachten dat de bonzen hun machtsposities niet laten primeren op het belang van de werknemers. Maar het gaat om meer.

Er bestaan ook inhoudelijk sterke verschillen in de statuten: opzegtermijnen, carensdag, verloning, gewaarborgd loon bij ziekte, vakantiegeld enzovoort. Sterke sectoren hebben de kloof al kleiner kunnen maken via hun sectoraal overleg. In minder sterke sectoren is de kloof nog heel groot. Een duidelijk stappenplan kan die verschillen binnen een afzienbare termijn wegwerken. Het mag echter geen voorwendsel zijn om het arbeidsrecht te versoepelen en de bescherming die werknemers genieten te verminderen. Van liberale kant wordt er te gemakkelijk gesteld dat alleen de vakbonden een oplossing bemoeilijken. Het is echter duidelijk dat de agenda van de werkgevers allerminst nobel is.

De hamvraag in de hele discussie is natuurlijk waar we willen uitkomen. Onze doelstelling is een nieuw statuut te creëren dat maximale bescherming garandeert aan alle werknemers. Daarbij vertrekken we uiteraard van de feitelijke situatie. Wie statisch redeneert vraagt dat het nieuwe werknemersstatuut volledig samenvalt met het huidige bediendestatuut. Maar dat is wellicht niet in het belang van iedereen. Sommigen proberen het arrest Meert aan te grijpen om meer flexibiliteit van de werknemers te vragen. Dat zal zonder ons zijn.

Het arrest van het Hof van Beroep in Antwerpen komt in elk geval op een goed moment. Het moet een aansporing zijn om in het kader van het komende IPA eindelijk tot een goede oplossing te komen. Want op zich zijn de feiten eenvoudig: arbeiders zijn bedienden, en omgekeerd. Voorbeelden op de werkvloer tonen dit aan. Sinds de herstructurering bij Ford Genk doen een 300-tal arbeiders het werk dat vroeger door bedienden uitgevoerd werd. Hun inspanningen worden door het bedrijf in dank aanvaard, naar het bediendestatuut kunnen ze fluiten.

Iedereen moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt in de eerste plaats voor de sociale partners. Het zou onverantwoord zijn om opnieuw twee jaar tijd te verliezen. In de volgende maanden zullen de partners tot duidelijke afspraken moeten komen. Geen voornemens, maar concrete invullingen van de belangrijkste elementen. Ik zal mijn vrienden bij het ABVV en het ACV wijzen op hun verantwoordelijkheid. Voor sp.a heeft deze discussie lang genoeg geduurd. En ik raad hen aan om even stil te staan bij het interview met een van de auteurs van het boek ‘Farewell to the Leftist Working Class’. “Het belang van handenarbeid wordt enorm miskend. Daardoor worden arbeiders minder gewaardeerd”, stelt de Vlaamse socioloog Anton Derks. En even verderop zegt hij dat “vroeger de arbeider een held was. Vandaag spreekt men vooral over laaggeschoolden”.

Als Vlaamse socialisten willen we deze grove maatschappelijke oneerlijkheid de wereld uithelpen en zo snel mogelijk tot een eenheidsstatuut komen. En als de sociale partners opnieuw mislukken, moet de politiek zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik geef alvast mijn woord aan alle arbeiders in België.

Caroline Gennez
voorzitter sp.a

Deze tekst verscheen als vrije tribune in De Morgen van zaterdag 16 augustus 2008.