Op het FDF verkiezingscongres dit weekend liet, Bernard Clerfayt (titelvoerend burgemeester van Schaarbeek, ook staatssecretaris van, euh, van wat eigenlijk? en kopman van het Brusselse FDF) zich weer eens flink gaan.

Bernard beschuldigt Nederlandstalige Brusselaars van Apartheid.

Proficiat Bernard, zeer fijngevoelig. Dit is zeker niet de eerste keer!! In de gemeenteraad geneert hij zich niet om mij in vergelijkbare termen te antwoorden op de vraag naar een Nederlandstalige gemeenteschool.

In tijden van electorale spanning kiest het FDF blijkbaar net als andere extreme partijen voor de vlucht vooruit. "Laten we nog eens goed chockeren en radicaliseren, dat heeft bij Leterme ook gewerkt", moeten ze daar gedacht hebben. Op momenten dat de werkloosheid bij jongeren in Brussel de pan uitswingt, dat meer en meer mensen vrezen voor hun toekomst, op momenten dat het (franstalig) Brussels onderwijs kreunt onder een tekort aan middelen, een gedateerde infrastructuur en een schrijnend tekort aan kwaliteit, vindt het FDF het blijkbaar nodig om als boodschap uit te dragen dat de Nederlandstalige Brusselaars Apartheid nastreven.

De waarheid is dat het FDF nog als enige bestaansreden hun een rabiate haat tegen Nederlandstaligen heeft en dat dat net het element is dat hen onderscheid van de MR.

Brussel is per definitie een veelkleurige stad, waar Nederlandstaligen, Franstaligen, Engelstaligen, ... relatief goed samenleven. De rabiate haat tegen Nederlandstaligen is dan ook grotendeels een anachromisme. We moeten streven naar een stad, waar Brussel onze achternaam is. Onze voornaam is dan Vlaams of Franstalig, Algerijn of Koerdisch, Albanees of Antwerps. Pretenderen alsof Brussel enkel 'Franstalig' als voornaam heeft, is dan ook niet meer dan knarsetandend dromen van een verleden dat niet meer bestaat.