In De Morgen zeggen een aantal scholen dat ze armer geworden zijn en allerlei dingen moeten afschaffen. Zo'n signaal neem ik ernstig en meteen laat ik de cijfers onderzoeken. Wat blijkt? Elke met naam genoemde school, waarvoor we kunnen vergelijken met 2004, krijgt vandaag een pak meer geld: van 43 tot zelfs 75 procent. Hoe kun je nu armer worden als je zoveel meer krijgt?

Frank Vandenbroucke antwoordt op de grieven van de schooldirecteur.

We vragen dat scholen kosten van uitstappen en bijkomend materiaal beperkt houden voor de ouders: maximaal 60 euro per jaar in het lager onderwijs (20 voor een kleuter), en voor uitstappen van meerdere dagen hoogstens 360 euro gespreid over zes jaar lager onderwijs. We zeggen niet dat de totale kost van uitstappen onder deze bedragen moet blijven. De regels gaan over de ouderbijdrage. Het is de bedoeling dat scholen zelf een deel van de kosten dragen, als die hoger uitkomen. Hier en daar legden scholen immers toch wel stevige facturen voor aan ouders. Dan krijg je kinderen die bij elke schooluitstap zogezegd ziek zijn. Dat is erg voor kinderen. We willen ook niet dat scholen dankzij een 'dure reputatie' hun publiek selecteren.

Scholen hebben extra geld gekregen om dat mogelijk te maken. Voor het schooljaar 2003-2004 kregen ze gemiddeld 422 euro werkingsmiddelen per kind per jaar. Volgend schooljaar is dat gemiddeld 695 euro per kind, een stijging met 65 procent. Sommige directies vertellen nu aan de krant dat ze activiteiten moeten schrappen, alsof hun scholen armer worden. Zo laat een directeur optekenen: "We schaffen zaken af zoals culturele uitstappen, natuuruitstappen met gids, het bezoek aan de VRT en aan Technopolis. Zwemmen is voortaan tweewekelijks in plaats van wekelijks." Deze directeur vertelt er niet bij dat zijn school nu 613 euro per kind zal krijgen, tegenover 386 euro per kind 2004: een stijging met 227 euro per kind of 59 procent. Gelooft u echt dat deze school niet in staat zou zijn om dezelfde activiteiten te blijven organiseren, met minder kosten voor de ouders? Een andere directeur vertelt in de krant: "Door de beperking van het budget gaan nu alleen nog de kleuters van vijf jaar zwemmen en die moeten te voet terug naar de school." Die school kreeg in 2004 395 euro per leerling en ziet dat bedrag nu stijgen tot 616 euro. Nog een andere directeur zegt in de krant: "Bij de kleuters hou ik, na het zwemmen en de halfjaarlijkse toneelvoorstellingen, nog 2 euro over voor een educatieve uitstap. Met dat geld geraken ze niet erg ver." Die directeur ziet zijn werkingsbudget per leerling stijgen van 395 euro (2004) tot 581 euro. Een directeur laat schrijven: "Het zijn spijtig genoeg de activiteiten die het onderwijs extra boeiend kunnen maken die eerst zullen sneuvelen: toneel- of museumbezoek, een bezoek aan het Zwin en kajakken tijdens de bosklassen." De school van deze directeur ziet haar werkingsmiddelen stijgen met niet minder dan 75 procent tussen 2004 en dit schooljaar, van 400 euro per kind naar 700 euro per kind.

Natuurlijk kwamen scholen ook geld te kort voor andere noden en zijn sommige kosten sterk gestegen. Maar wij denken dat de extra euro's volstaan om én gestegen kosten te dekken, én de factuur voor ouders te beheersen, én een gelijkekansenbeleid te voeren. Vanuit het perspectief van een individuele directeur die met vele uitdagingen geconfronteerd wordt, kan dat anders zijn. Dat moet dan wel aangetoond worden. Waar zullen scholen hun gestegen werkingsmiddelen aan besteden? Hoe verantwoorden ze dat de extra euro's die ze nu eventueel uit het schoolbudget moeten halen om kinderen te laten zwemmen, minder belangrijk zijn dan andere kosten? Directeurs die menen dat ze nog altijd op ouders, ook de minvermogende, een beroep moeten kunnen doen om uitstappen en zwemmen te betalen zoals vroeger, moeten die klacht ook met harde cijfers ondersteunen.

De werkingsmiddelen die scholen extra kregen, zijn vrij te gebruiken. Een school zet die middelen naar eigen goeddunken in. Ik vind dat belangrijk omdat scholen zelf hun beleid vorm moeten geven. Niet de minister moet beslissen hoe de school geleid moet worden, maar de directeur van de school. Vrijheid betekent ook verantwoordelijkheid. Het lijkt wel of sommige directies nu van de gelegenheid gebruik maken om uitstappen die ze zelf niet zinvol vinden te schrappen, en de schuld bij de minister te leggen. Dat is wel erg gemakkelijk. Zo'n houding leidt er uiteraard toe dat de minister in de verleiding komt zelf te bepalen wat er met elke euro werkingsmiddelen moet gebeuren. Precies dat leidt tot overregulering en planlast. Ik hoop dat directeurs zelf verantwoordelijkheid nemen voor de beslissingen die zij nemen en ze zelf ook uitleggen aan de ouders. De overgrote meerderheid van de directies doet dat ook. Het is jammer dat de toon in de krant nu gezet wordt door uitzonderingen.