In het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, ook wel 'ziekenhuis van de armen' genoemd, staan 150 mensen klaar voor de eerste Belgische ebola-patiënt. "We hebben een missie", zegt directrice Patrice Buyck.

Op de binnenkoer zijn de teksten expliciet. 'Lijkenhuis'. 'HIV'. "Dit blok daar werd laatst in een krant omschreven als het nieuwe sanatorium", wijst Patrice Buyck. "We gaan er mensen met tuberculose opvangen."

De algemeen directeur van het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, hartje Brusselse Marollen, gaat een beetje lacherig over alles heen. Ze is verknocht aan wat ze l'esprit Saint-Pierre noemt. Het ziekenhuis is voor haar eerder een levensopvatting dan een gebouw. Haar te spreken krijgen is lastig, in tijden van ebola. "Vorige week was ik op het ministerie. Ze vroegen: 'Mevrouw Buyck, als er een ebola-geval binnenkomt, gaat u dat dan aanvaarden? Wij kunnen u daar niet toe verplichten, zoals u weet.' Ik heb verteld over de kernwaarden van ons ziekenhuis. Dus ja, wij nemen die ebola-patiënt. Wij zijn een publiek hospitaal, wij hebben een missie." De ebola-paniek viel dinsdag terug te voeren tot een koortsachtige Guineeër. Hij was op eigen kracht naar het ziekenhuis gekomen, zoals in Brussel alle wanhopigen op de een of andere manier de weg naar de Hoogstraat weten te vinden. Vanaf ergens in de 11de eeuw werden hier al leprozen verzorgd, en volgens Buyck is er in duizend jaar weinig veranderd. Op een slide spelt ze de kernwaarden uit. Solidariteit, respect, engagement. Patrice Buyck: "Als hier een hulpbehoevende op straat ligt, dan zullen onze mensen die binnenhalen. 'Blijf een nachtje hier.' Dat zit in de genen. Onze ethiek is keihard, en soms moet ik ingrijpen: 'Jongens, wij kunnen dit niet allemaal blijven betalen.' Uiteindelijk bind je meestal wel in. Als mensen verzorgd moeten worden, dan verzorgen we ze. Of we betaald worden, is een kwestie voor later." Zij zijn het enige ziekenhuis dat heel expliciet zegt: stuur mensen met ebola naar hier.

 

Hulp in 50 talen

Sociale patiënten, mensen voor wie de factuur moet worden doorgestuurd naar het OCMW of elders, maken een derde van het totale aantal consultaties uit. Het is het soort mensen dat het zoeken naar hulp zo lang mogelijk uitstelt. Daklozen, mensen zonder papieren. Als ze hulp komen zoeken, zijn ze vaak al heel erg ziek. "Er is nu een politiek bezig om het medisch toerisme aan banden te leggen: moet België alle zorgen blijven betalen? Kijk, als hier een buitenlandse vrouw aankomt om te bevallen, en ze heeft geen middelen, dan gaan wij die niet weigeren."

Het is woensdagavond en het is rustig op de grootste spoedafdeling van het land. Er ligt een man met een grote grijze baard te stinken op een bed. Een Roma-familie heeft net een zusje binnengebracht. Aan het loket staat iemand onverstaanbare dingen te roepen. Er hangt joligheid in de lucht, alsof elk nieuw probleem slechts bijdraagt aan een groter algeheel vermaak. Volgens de wet horen ziekenhuizen in Brussel tweetalig te zijn. Het Sint-Pietersziekenhuis beroemt zich erop vijftigtalig te zijn.

"Ons personeel is net zo multicultureel als de patiënten. We hebben zeven mediateurs, mensen die veel talen begrijpen of herkennen. Als geen van hen raad weet, vallen we terug op onze talendatabank. Daar zitten alle talen van onze personeelsleden in. Dat waren er volgens de laatste telling vijftig (lacht). Mensen staan daar erg voor open, voor dat tolken. Het kan ook allemaal van thuis uit nu, met de iPad. Tweetaligheid is voor ons een voorbijgestreefd debat. Oké, we werken daar aan, maar in de praktijk hebben we hier veel meer anderstalige dan Nederlandstalige patiënten."

In Texas raakten twee verpleegster besmet met ebola. Eerder ook in Spanje. In het Sint-Pietersziekenhuis maken ze zich sterk dat het hier niet zal gebeuren.

"In feite zijn wij niet uitgerust voor ebola, maar we hebben op een aantal gebieden wel de beste artsen in huis. Zoals dokter Michèle Gérard, die in april al waarschuwde dat dit er zat aan te komen. De voorbije maanden is keihard gewerkt om ebola-patiënten te kunnen opvangen. Er zijn nu 150 mensen gevormd die heel precies weten hoe ze zich moeten kleden en ontkleden. Daarnet hebben we nog een vergadering gehad met het ministerie: 'Hoe lang gaat u het kunnen trekken?' 'Wat met ebola-kinderen?'"

Meer dan twee ebola-patiënten kan het ziekenhuis niet aan.

"Eén ebola-patiënt vereist vijftien mensen. Twee leggen onze volledige intensieve zorgen plat. Met zo'n pak kunnen ze maar een halfuur in die kamer. Mensen moeten elkaar voortdurend afwisselen, en het aan- en uittrekken van die pakken is op zich al zo tijdrovend dat je echt genoeg personeel moet hebben. Het allerbelangrijkste is: nooit fouten maken. Een gewone patiënt heeft een verpleegster, een ebola-patiënt krijgt er twee. De een coacht de andere."

Extra verzekering

Of er dan niemand is die weigert, die vindt dat elk engagement ergens z'n grenzen heeft?


"Bij hun aanwerving ondertekenen onze mensen een conventie. Ze weten dat als ze hier binnenkomen, ze in een nationaal referentieziekenhuis voor besmettelijke ziekten werken. Als er een epidemie is, zal van hen worden verwacht dat ze hun deel van het werk doen. In geval van overlijden door besmetting, bieden we onze mensen een bijkomende verzekering. We kunnen hun families meer bieden dan een gewone arbeidsverzekering. We hebben vooral ook een team van hygiënisten dat op nationaal niveau staat en garandeert dat we het kleinst mogelijke risico op besmetting hebben.

"Onze hygiënisten zijn niet aan hun eerste geval toe. Ze maakten Sars en H1N1 mee, ze weten dat dit heel zwaar is. Komt er een ebola-patiënt, dan zullen de verplegers per dag anderhalf uur minder lang werken. Ze zullen ook taxicheques krijgen: het is niet de bedoeling dat ze na hun loodzware shift ook nog eens naar huis moeten rijden. Er is ook een psychologe, die niks anders zal doen dan hen bijstaan.

"Het enige wat we ons niet kunnen permitteren is niet klaar te zijn. Ik weet dat er ziekenhuizen zijn die geweigerd hebben, die al bij voorbaat hebben laten weten: 'Dat kunnen wij niet aan.' Wij zijn de enigen die het heel expliciet zeggen: stuur mensen met ebola naar hier."

Patrice Buyck komt uit de IT. Ze was tien jaar lang consultant voor Michelin. Eerder toevallig kwam ze terecht op deze stoel. "Had iemand aan het begin van mijn carrière voorspeld dat ik ooit aan het hoofd zou komen te staan van een ziekenhuis, dan had ik direct gezegd dat ik geen bloed kan zien. Ik heb dus geen enkele medische achtergrond. Ergens is dat een voordeel. Ik leg nooit een schaduw op de artsen. Mijn job bestaat erin de specialisten te doen samenwerken, wat vrij aardig lijkt te lukken." Tegen alle tendensen in, gaan wij nu opnieuw mensen vast benoemen. We beginnen met zeshonderd, en mijn einddoel is om iederéén vast te benoemen. Patrice Buyck, directrice

 

Vrouwenbesnijdenis

Het Sint-Pietersziekenhuis is ongemerkt uitgegroeid tot een soort Artsen Zonder Grenzen voor jong medisch personeel dat niet zo nodig heel Afrika gezien moet hebben. "Mensen die hier komen werken, weten van meet af aan waar ze voor werken, en dat is niet het riante salaris. Het is 's avonds thuiskomen, kunnen terugblikken op een wonderlijke dag en beseffen: ik heb mensen écht geholpen. De mensen werken hier graag. We hebben geen interims, we zijn ook een van de weinige ziekenhuizen waar er nooit een tekort is aan verplegers. We hebben zo'n duizend stagiairs verpleegkunde per jaar en moeten mensen weigeren. We hebben nu via onze site een databank gecreëerd met wachtlijsten, omdat we niet kunnen volgen. "Tegen alle tendensen in, gaan wij nu opnieuw mensen vast benoemen. We beginnen met zeshonderd, en mijn einddoel is om iedereen vast te benoemen. Omdat ik het engagement van al deze mensen graag beloond wil zien en twee categorieën van personeel ergens discriminerend vind." 

Op een dag moet dit hele model toch onder druk komen te staan?

"Het staat constant onder druk", zegt ze. "Op een jaaromzet van 200 miljoen euro zitten we met een tekort van ongeveer een miljoen, en dat is niet zo slecht. We worden politiek goed gesteund. Het is een maatschappelijke keuze die de stad Brussel maakt. Dat er een publiek ziekenhuis is waar iedereen terechtkan en dat daaruit voortvloeiende financiële tekorten worden bijgepast. Er zijn patiënten die hier al twee jaar zitten, die we niet kunnen ontslaan omdat we niet weten hoe. We hebben een Spaanse psychiatrische patiënt die nergens welkom is, ook niet in z'n eigen land. Kun je die man op straat zetten?

"We zijn samen met Gent ook het enige ziekenhuis in België dat slachtoffers van vrouwenbesnijdenis behandelt. Het is eenvoudig: Sint-Pieter behandelt de problemen van de maatschappij.

"Drie jaar terug, tijdens die vreselijke winter, hebben we 's nachts onze eetzalen opengezet, zodat daklozen hier konden overnachten. Niet eenvoudig. Die mensen komen hier aan met honden, beseffen niet dat zoiets moeilijk ligt in een ziekenhuis. We hebben ook 40 voltijdse veiligheidsmensen. Die zijn helaas nodig."

Klopt het eigenlijk wel, dat enkel de stad Brussel al die lasten blijft dragen?

Ze haalt de schouders op. Wil iets zeggen. Zegt het toch maar niet. "Het is de grootstad. Mensen komen hier een beter leven zoeken. Eens dat leven zich wat gestabiliseerd heeft, gaan ze de rust opzoeken. Zo gaat het altijd, overal."