Mocht er nog een zweem van twijfel bestaan bij de laatste der twijfelaars en goedgelovigen, dan is die nu weggenomen. Het sociaal overlegmodel dat ons land rijk heeft gemaakt, moet voor de grootste partij de schop op. Wanneer wie geviseerd wordt, doet er al lang niet meer toe. Nu eens socio-culturele verenigingen, dan eens de ziekenfondsen, of zoals nu de vakbonden. De rode draad is telkens dezelfde: wie zich verenigt, wordt al snel in een hoekje gedrumd. Liefst in een hoekje waar klappen vallen. En wie anders denkt of wie niet in het kraampje past, daar moet – vooral en plein public – hard tegen gebeukt worden.

Kiezen we voor een model waarbij overheid, werkgevers én werknemers ijveren om een hele samenleving te doen groeien? Of kiezen we voor dat andere model waar rechts van droomt?

In die strijd - want ja, intussen zijn we zo ver - nemen de leuzes proporties aan die we al lang niet meer hebben gezien. Op die manier hebben we in een mum van tijd een shift meegemaakt: van een inhoudelijk discussiemodel naar een sloganesk marketingmodel. De centrale vraag is dan: waarom die aanvallen, met de dag agressiever en gerichter? Het antwoord is eenvoudig: een fundamenteel verschil in de manier waarop je groei en welvaart verdeelt.

In die zin zijn de aanvallen niet toevallig, maar passen ze in een strategie om zo snel mogelijk af te stappen van een model waarbij groei en welvaart inclusief zijn. Al die verenigingen staan immers symbool voor en maken fundamenteel deel uit van het sociaal model waar rechts vanaf wil. De geschiedenis leert ons nochtans dat zo’n model meer rechten oplevert voor mensen ‎die ze niet individueel kunnen afdwingen. Diezelfde geschiedenis leert ons ook dat datzelfde model voor een billijkere herverdeling van de groei zorgde. De vraag is dan: gaan we net zoals in de jaren 70 en 80 naar een samenleving waarbij welvaart en welzijn sneuvelen voor het grootste deel van de bevolking, ten koste van een zogezegde betere economie? Of bestaat de mogelijkheid dat een model dat werkte, een goeie economie met degelijke bescherming, het toch kan halen?

Het tempo waaraan deze huidige regeringen tackelen met beide voeten vooruit tegen iedereen die in de weg staat, laat niets aan het toeval over. Het betekent niets minder dan een strijd in ideologie: hoe organiseer je een samenleving? En de tijd is gekomen om kant te kiezen, om uit de halfslachtigheid te treden. Er staat immers te veel op het spel. Precies daarom was de N-VA-slogan “Wel sociaal, niet socialistisch” zo belangrijk. Socialistisch, dat is inderdaad écht iets anders. In tegenstelling tot de meeste van onze buurlanden heeft België het voorbije decennium stand gehouden tijdens en na de bankencrisis: dat betekent een degelijke economie, groei én een verregaande verdeling van dat laatste. Volgens de OESO is de inkomensongelijkheid bij ons bij de laagste en in tegenstelling tot de andere landen niet gestegen. En tegelijk was de groei de afgelopen 15 jaar hoger dan in onze buurlanden. Toen waren economische groei en herverdeling geen tegenpolen, zoals nu maar al te graag geframed wordt. Bovendien stonden we met Duitsland op 1 voor wat betreft de toegenomen toegevoegde waarde van kmo’s. Een rotzooi heet dat dan allemaal. En na die rotzooi volgt nu steevast het discours van matiging en te weinig investeringen, omdat het zogezegd – alweer – niet anders kan. Dat alles moet de ware inzet van rechts maskeren: hoe mensen doen slikken dat ze minder van de koek én een resem hogere facturen krijgen?

Kortom, dit is een ideologische strijd die steeds heviger wordt en waarbij niemand zich nog langer kan verstoppen. Kiezen we voor een model waarbij overheid, werkgevers én werknemers ijveren om een hele samenleving te doen groeien? Of kiezen we voor dat andere model waar rechts van droomt? N-VA steekt haar intenties al lang niet meer onder stoelen of banken, terwijl Open VLD in alles laat blijken dat ze volgt. In die zin moeten die continu aanvallen op personen, verenigingen, vakbonden (ook niet socialistische) met een andere mening gelezen worden en niet anders. Aanvallen die steeds gerichter, steeds feller zijn om de tegenstander met alle mogelijke middelen in diskrediet te brengen. De tegenstander verdacht maken met andere woorden, tot iedereen het ook daadwerkelijk gelooft. En dat met maar één doel: uiteindelijk vrij spel hebben om een economie te organiseren ten voordele van weinigen en ten nadele van velen. Daar gaat dit om. Anders gezegd is dit een nieuwe Back To The Future. Met ene Ronald Reagan grandioos vertolkt door Bart De Wever en Gwendolyn Rutten in de glansrol van Margareth Tatcher.