Het Belgiësentiment flakkert op, met dank aan de Rode Duivels. Maar in 's lands hoofdstad broedt al langer een nieuw gemeenschapsgevoel, dat volgens sommigen de voorbode kan zijn van een nieuw België. Of neemt de Brusselse elite haar eigen dromen voor werkelijkheid?

'In Lokeren of in Brugge kan het wel', zegt VUB-onderzoeker Rudi Janssens. 'Maar als je in Brussel het gemeenschapsgevoel ter sprake brengt, ligt dat meteen politiek erg gevoelig. Het Brusselse gemeenschapsgevoel zet immers het Brussel van de twee officiële gemeenschappen, met een Vlaamse en een Franstalige taalgroep, onder druk. Maar feit is: dat Brussel bestaat eigenlijk al lang niet meer.'

Rudi Janssens is bekend van de Taalbarometer, een vijfjaarlijks onderzoek naar de taalsituatie in Brussel, waarvan dit jaar voor de derde keer de resultaten werden bekendgemaakt. De evoluties in de Brusselse taalsituatie geven een goed beeld van de demografische omwentelingen die Brussel het voorbije decennium heeft gekend. Algemeen blijkt dat de kennis van het Nederlands verder afneemt - maar dat geldt ook voor de kennis van het Frans - en dat de taaldiversiteit enorm is toegenomen. Meer dan de helft van de Brusselaars tussen 18 en 25 groeit vandaag op in een gezin waar meer dan één taal wordt gesproken.

Die Brusselse bevolking bestaat dan ook voor de helft uit buitenlanders of mensen van buitenlandse origine, en die hebben doorgaans geen boodschap aan communautaire conflicten. 'De meerderheid ziet zichzelf op de eerste plaats als Brusselaar of als Belg. De identificatie met een taalgemeenschap of met een ander gewest, zo blijkt uit ons onderzoek, is bijzonder laag', aldus Rudi Janssens.

Met name de grote groep Brusselaars met buitenlandse roots heeft geen zin om te moeten kiezen tussen Vlamingen of Franstaligen. 'Die nieuwe generatie Brusselaars gaat ook zonder complexen om met de meertaligheid in Brussel', zegt Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi. 'Denk aan Stromae, die eind september, op het feest van de Franse Gemeenschap op de Grote Markt, het publiek eerst in het Nederlands begroette.'

'Jonge Brusselaars zijn niet verkrampt door ballast uit het verleden', gelooft Idrissi, zelf 'in Marokko geboren, in Mechelen opgegroeid, en in Brussel afgestudeerd en uiteindelijk blijven plakken'.

Volgens Nabil Ben Yadir, de Brusselse regisseur van de cultfilm Les Barons , over Marokkaanse straatcultuur in Molenbeek, vormt Brussel het levende bewijs 'dat het samenleven werkt en dat die kleine oorlog tussen Vlamingen en Franstaligen geen enkele zin heeft. Ik heb vrienden die Frans spreken en vrienden die Nederlands spreken, maar dat doet er niet toe, we zijn allemaal Brusselaars.'

Brusselaars voelen zich inderdaad Vlamingen noch Walen, bevestigt onderzoeker Rudi Janssens. 'Het multi-culturele en meertalige karakter van Brussel maakt ook dat Brusselaars echt in een andere realiteit leven. Een realiteit die ze overigens niet herkennen in de manier waarop eentalige Vlaamse of Franstalige media over Brussel berichten.'

De wallingant Jules Destrée had meer dan een eeuw geleden in zijn beruchte Brief aan de Koning - 'Sire, in België zijn er de Walen en de Vlamingen, er zijn geen Belgen' - geen goed woord voor de Brusselaars over. Die combineerden volgens hem de gebreken van de twee andere 'rassen' in dit land. Middelmatigheid was hun voornaamste kenmerk. Een volk waren de Brusselaars in tegenstelling tot de Vlamingen en de Walen immers niet, het betrof hier slecht een verzameling van ' métis '.

Vandaag is dat gemengde Brusselse bloed net een teken van trots geworden. De Brusselaar als zinneke , straathond of bastaard - het is een beeld dat vaak opduikt. Steeds meer geëngageerde intellectuelen en kunstenaars proberen de laatste jaren een soort Brussels gemeenschapsgevoel tot uitdrukking te brengen door bruggen te slaan tussen culturen en taalgroepen. Denk aan UCL-professor Philippe Van Parijs en zijn Marnixplan voor meertalig onderwijs en aan VUB-professor Eric Corijn en zijn Brusselse stadsuniversiteit. Bekende voorbeelden zijn ook de gezamenlijke festivals van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) en het Théâtre National of van de Ancienne Belgique en de Botanique.

'Maar we doen het rustig aan, hoor. In Brussel heerst wat ik een patriottisme light zou noemen', zegt regisseur Nabil Ben Yadir, vanuit Frankrijk, waar hij zijn nieuwe film aan het monteren is. 'Brusselaars zijn cool, en niet zo vol van zichzelf als bijvoorbeeld Parijzenaars.'

'Ik vind het vreemd dat sommigen zich er nog over verbazen dat er zoiets als een Brusselse identiteit bestaat', zegt Jan Goossens, de directeur van de KVS die al twintig jaar in Brussel woont en regelmatig opiniestukken over Brussel en Vlaanderen publiceert. 'Brussel onderscheidt zich van andere steden in België door de grote diversiteit op het gebied van talen en bevolkingssamenstelling, door de enorme sociaaleconomische contrasten en door de aanwezigheid van de Europese instellingen en een grote expat -gemeenschap. Er hangt een uniciteit in de lucht die vanzelfsprekend is voor wie hier woont en werkt, en waar je mee aan de slag wilt. Brusselaars kunnen niet bogen op een gezamenlijke geschiedenis. Het gemeenschapsgevoel heeft dan ook alles te maken met de stad waarin we vandaag leven, en vooral met de vraag hoe we ondanks al die verschillen het samenleven hier in de toekomst gaan organiseren.'

Een 'Brusselse reflex' wordt volgens Goossens sinds een jaar of tien steeds meer zichtbaar, op verschillende gebieden. 'Er zijn de samenwerkingsprojecten tussen Vlaamse en Franstalige cultuurhuizen, maar denk ook aan de voetbalclub van Vincent Kompany of aan de campagne van Yamila Idrissi en honderd bekende Brusselaars voor een Museum aan het Kanaal. Dat is Brussel gewoon', zegt de KVS-directeur. 'Dit alles, in combinatie met de anti-Brusselse stemmingmakerij uit de andere gewesten, heeft ertoe geleid dat Brusselaar zijn vandaag ook echt iets betekent.'

Dit nieuwe Brusselse identiteitsgevoel vormt de meest recente loot aan de Belgische stam. Na het Belgische nationalisme uit de negentiende eeuw, en daaropvolgend, de ontwikkeling van Vlaamse en Waalse 'subnationaliteiten' gebaseerd op communautaire en taalkundige tegenstellingen, is het nu de beurt aan de Brusselaars en een soort Brussels nationalisme. 'Brussel, gesandwicht door de opeenvolgende staatshervormingen, probeert een eigen positie te verwerven', zegt professor geschiedenis Bruno De Wever (UGent).

Dat er in grote steden tussen de bewoners nieuwe solidariteitsgevoelens groeien en nieuwe ideeën over de toekomst ontstaan, is volgens Bruno De Wever ook het logische gevolg van het feit dat natiestaten door de mondialisering in groeiende mate onder druk komen te staan.

Al kan men zich ook afvragen of dat Brusselgevoel waarmee intellectue-len of kunstenaars volgens sommigen koketteren verder veel om het lijf heeft.

'We hebben heel wat bronnen over hoe de maatschappelijke elites een en ander ervaren', zegt Bruno De Wever. 'Maar hoe voelt de gewone Brusselaar dit aan? Hoe staat Mohamed hier tegenover? Identiteitsvorming is moeilijk te doorgronden. Die Brusselse identiteit kan voor een stuk ook de zelfperceptie zijn van een elite die haar eigen dromen voor werkelijkheid neemt.'

Bruno De Wever vraagt zich ook af in welke mate 'een primair anti-Vlaams sentiment' meespeelt in die Brusselse identiteitsvorming. 'Kijk naar een film als Les Barons . Als Brusselse Marokkanen met hun auto in Vlaanderen belanden, lijkt het alsof ze in een oorlogszone verzeild zijn geraakt. Dit soort stereotypen en vooroordelen staat haaks op het mooie humanitaire discours van Brusselse intellectuelen.'

'Die Marokkanen kregen te maken met één racistisch individu', verdedigt de maker van de film zich. 'Maar het was zeker geen oordeel over de Vlamingen als groep.'

De zelf uit Molenbeek afkomstige regisseur Nabil Ben Yadir denkt ook dat Mohamed of Ali meestal wel wat anders aan het hoofd hebben dan vragen over identiteit en loyauteitsgevoelens. 'Voor mij is het evident, ik voel me Brusselaar en Belg. Maar iemand die aan slapeloosheid lijdt, moet je niet vragen of hij goed geslapen heeft. Wie in de misère zit en vooral bezig is met dagelijks overleven, die zal uit frustratie een tegendraads antwoord geven of die stelt zich zulke identiteitsvragen gewoonweg niet. Het zijn belangrijke vragen, maar het zijn ook, met permissie, rijkeluisbespiegelingen.'

En toch speelt een afkeer voor Vlaanderen in het Brusselgevoel van een aantal Brusselaars zeker mee, zegt VUB-onderzoeker Rudi Janssens. 'Het woord Vlaming heeft in Brussel ook vaak negatieve connotaties. Lange tijd heeft men Vlamingen geïdentificeerd met het Vlaams Blok en nadien het Vlaams Belang. En nu gebruikt men 'les flamands' zelfs als scheldwoord voor Franstaligen. Een paar jaar geleden waren er rellen tussen migranten en Franstalige voetbalsupporters in Anderlecht. Die supporters werden uitgescholden voor flamands . Ook Vlamingen in Brussel definiëren zich vaak liever als Nederlandstaligen of als Brusselaars dan als Vlamingen.' De media spelen volgens Janssens een belangrijke rol in het versterken van negatieve vooroordelen tegenover Vlamingen, met name ook in de internationale gemeenschap van expats, die hun informatie voornamelijk uit de Franstalige Brusselse kranten halen.

In Vlaanderen staat Brussel dan weer vaak symbool voor het arrogante Franstalige Belgische establishment, dat de Vlamingen onderdrukt.

Maar dat is al lang het geval niet meer, vindt Jan Goossens. 'Veel din-gen zijn gekanteld in Brussel. De angst voor Franstalige overheersing vind ik op heden tamelijk van de pot gerukt. Vlamingen zijn hier een van de best beschermde minderheden ter wereld. We bezetten in deze stad op vele gebieden sleutelposities. Maar het blijft een ontzettend hybride stad die niet past in een toekomstverhaal van een homogene, eentalige natie, en ik denk dat Vlaanderen het daar vandaag ontzettend moeilijk mee heeft.'

Dat Vlaanderen een emotioneel geladen maar ook moeilijke relatie heeft met zijn extraterritoriale hoofdstad, kan inderdaad moeilijk worden ontkend. 'Het is toch betekenisvol dat de grootste partij van België geen blauwdruk heeft voor Brussel, en die ook nooit zal hebben', aldus historicus Bruno De Wever, over de blinde vlek in het programma van zijn broer en N-VA-voorzitter Bart De Wever. 'Brussel is de nog openliggende zenuw van België. Een van oorsprong Nederlandstalige stad, die massaal is verfranst en die jarenlang de belichaming was van de manifeste onwil van sommige Franstaligen om het Nederlands als gelijkwaardige taal te erkennen. Dat is pas de laatste tien jaar aan het veranderen. De Franstaligen komen langzaam tot het inzicht dat ze worden overvleugeld door het Engels. En de Franstalige elites ervaren in hun dagelijks leven dat ze het niet volhouden met alleen het Frans.'

Het is vaak gezegd en geschreven, maar het lijkt in Vlaanderen soms onvoldoende door te dringen dat Brussel al lang geen stad meer is van overwegend Franstaligen. De nieuwe Brusselaars hebben vaak ook lak aan de oude communautaire tweedeling.

'Door de migratie komt heel die gemeenschapslogica op losse schroeven te staan', zegt VUB-onderzoeker Rudi Janssens. 'Brusselaars weten soms niet welke gemeenschap de diensten aanbiedt waar ze gebruik van maken. Mensen maken pragmatische keuzes, die weinig met taalachtergrond te maken hebben. Vaak gaat het om de school waar je het dichtst bij woont, of waar je binnen raakt, want dat is tegenwoordig de grootste zorg.'

'De Marokkaanse kruidenier uit de Brabantstraat zal zijn kinderen misschien naar het Nederlandstalig onderwijs sturen en naar een Frans-talige sportclub. Hij kiest gewoon uit het aanbod wat hij het beste vindt voor zijn kinderen', zegt Idrissi.

Kondigt dat nieuwe Brusselgevoel ook een nieuw België aan? 'Het discours over een Brusselse identiteit heeft natuurlijk ook een sterk ideologische ondertoon', zegt historicus Bruno De Wever. 'Het bevat een duidelijk anti-nationalistische boodschap, die haaks staat op de oude Vlaams-nationalistische staatslogica. Maar als Brussel verdwijnt als twistappel, verdwijnen deels ook de middelpuntvliedende krachten uit België. Een positievere houding van de Brusselaars tegenover het Nederlands kan een nieuwe, gezondere onderhandelingspositie tussen Vlamingen en Franstaligen binnen België tot stand brengen. We weten het niet, maar misschien is er toch een toekomst voor een Belgische gemeenschap. Een complexe, meertalige gemeenschap, waarin we, wie weet, vooral Engels met elkaar zullen praten. Moeilijk te voorspellen, maar er is iets aan het bewegen, en het vertrekt allemaal vanuit Brussel.'

In het hoofd van regisseur Nabil Ben Yadir zijn de Brusselaar en de Belg sowieso onlosmakelijk met elkaar verbonden. 'Bij de abdicatie van koning Albert II was ik oprecht ontroerd.'

KVS-directeur Jan Goossens is genuanceerder. 'Ik voel me Vlaming, Brusselaar en Belg, maar ik identificeer mij veel meer met Brussel dan met België. De stad waar ik leef en werk, dat is iets heel concreets, en dat belangt mij direct aan. Maar over het algemeen is het België-gevoel hier inderdaad groter, en ligt de verhouding met Vlaanderen soms moeilijk. Maar dat heeft alles te maken met het feit dat de Vlamingen er niet in slagen om Brussel op een positieve manier te integreren in de beleving van hun culturele identiteit.'

Voorstanders van een Brusselse gemeenschap met kleine g dromen van eigen instellingen en politieke partijen die het Brussel van vandaag beter weerspiegelen. Maar het verdwijnen van de gemeenschappen met grote G is niet voor morgen. In de tussentijd komt het erop aan de werking van de gemeenschappen beter aan te passen aan die meertalige, multiculturele Brusselse realiteit.

'Culturele projecten in Brussel, die vaak communautair aseksueel zijn, moeten constant schipperen tussen de twee gemeenschappen en dat is ongelooflijk oncomfortabel', besluit Goossens. 'Brussel moet op heel veel gebieden minder worden gedomineerd door de anderen. Het cultuurleven hier wordt voornamelijk gestuurd vanuit Vlaanderen en Franstalig België. Kun je je voorstellen dat dit zou gebeuren in Antwerpen of Gent? Dat zou als volstrekt onzinnig worden aangevoeld, en terecht.'