Progressieve politici en activisten voeren nu al ruim een decennium campagne om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Dat heeft geholpen, maar ruim onvoldoende om een belangrijke impact te hebben. Wij zijn immers niet in staat het conservatieve en centrum-rechtse deel van de bevolking te bereiken. Nu is er eindelijk paus Franciscus, die dat als gezaghebbende stem wel kan.

Dat de paus zich zo expliciet uitspreekt over de klimaatopwarming, zou weleens een gamechanger kunnen worden. Progressieven zullen het rechts-conservatieve kamp nooit kunnen overtuigen, Franciscus misschien wel.

In de encycliekLaudato Si, die vandaag wordt voorgesteld, stelt de paus dat het ieders morele plicht is om te strijden tegen de klimaatopwarming (DS 17 juni) . Dat zou weleens een gamechanger kunnen worden in de debatten die leiden naar de belangrijke klimaatconferentie van Parijs eind dit jaar. Een doortastend klimaatbeleid vraagt immers moedige politieke beslissingen. Politici zullen die alleen nemen als een ruime meerderheid van de bevolking aanvaardt dat er actie ondernomen moet worden.

De uitbreiding van de Unie naar het oosten én de economische crisis hebben bij Europese conservatieven de weerstand doen groeien tegen daadkrachtige acties om de klimaatverandering te keren. Voor christendemocraten blijft de bescherming van de competitiviteit en de economische slagkracht vaak een argument om belangrijke maatregelen tegen te houden. Ze worden daarvoor door hun kiezers niet afgestraft. Eurostat-gegevens tonen aan dat het centrumrechtse kiespubliek minder begaan is met klimaatverandering dan progressieve kiezers. Zij denken vaker dat de dreigingen van klimaatverandering 'overdreven' worden en wantrouwen de groene 'onheilsprofeten'.

Binnen de EU zijn het vooral de Oost-Europese kiezers die minder bezorgd zijn om klimaatverandering. Dat heeft veel met hun verouderde energieproductie te maken, waarin fossiele brandstoffen nog een grote rol spelen. Een schoolvoorbeeld zijn de koolstofminnende Polen, wier economie nog volop draait op steenkoolcentrales. Maatregelen om subsidies voor steenkoolcentrales onmogelijk te maken of die centrales versneld te laten uitdoven, stoten voortdurend op een Poolsnie. Maar de Polen zijn, zoals vele andere Oost-Europeanen, ook overwegend katholiek. In zo'n omgeving kan Franciscus een belangrijke rol spelen.

Ook in de VS kan de paus impact hebben. Om een klimaatakkoord te ratificeren, is er een tweederdemeerderheid nodig, wat betekent dat zowel Democraten als Republikeinen het bad in moeten. Franciscus' oproep kan er erg belangrijk worden.

Vergeefs zwaaien met grafieken

Het is inmiddels duidelijk dat progressieven er nooit in zullen slagen het behoudsgezinde gedeelte van de samenleving te overtuigen. Wij hebben met statistieken, infobalken, taartdiagrammen en dikke rapporten gezwaaid, maar tevergeefs. Hoe meer we dat deden, hoe minder het conservatieve deel van de bevolking ons geloofde. Mensen zijn immers geneigd eerder een boodschapper te geloven die hun waarden deelt en boodschappers met andere waardepatronen te wantrouwen. Het moet dus uit eigen kring komen. Dat geldt trouwens ook voor liberalen, die dringend een gezags­figuur nodig hebben die erop wijst dat klimaatverandering wellicht het grootste marktfalen van de geschiedenis is.

Laudato Si is een ethisch appel dat opnieuw het rentmeesterschap kan aanwakkeren waarin christendemocraten zo sterk waren, namelijk het geloof dat hun god de aarde in beheer heeft gegeven en dat de mens rekenschap verschuldigd is voor wat hij daarmee aanvangt. Dat rentmeesterschap is sinds de crisis zwaar onder druk komen te staan. Franciscus houdt christendemocratische politici weer bij de les.

De klimaatproblematiek is een indrukwekkende uitdaging waarvoor we partij-overschrijdend oplossingen moeten zoeken. Zonder steun van het behoudsgezinde deel van de bevolking stevenen we af op een catastrofe, waarvan de allerzwaksten het eerste slachtoffer zijn. Franciscus als trekker van een centrum-rechtse milieubeweging, dat was net wat we nog misten om een succesvol klimaatbeleid te kunnen voeren.

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard (18/06)