's Avonds kan het er frisjes zijn, maar overdag is het nu lente in Lima, waar het officiële gedeelte van de VN klimaatconferentie COP20 vandaag van start gaat. Zowat 190 landen bereiden in Peru de klimaattop van Parijs voor, die in 2015 wereldwijd een nieuw klimaatakkoord moet vastleggen. Het streefdoel is de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden. Lukt dat niet, dan wacht ons een sombere toekomst.




Investeren in fossiele brandstoffen is een risico geworden en zal dat blijven

In deze barre tijden krijgen bijna alle bijeenkomsten of beslissingen het epitheton "van de laatste kans" mee, en dat geldt ook voor de klimaattop van Parijs in december van volgend jaar. Daarom moet het deeg eerst in Lima goed gekneed worden, willen we straks met een effectief plan eindigen.

Een pak wetenschappers vreest zelfs dat het al lang niet meer mogelijk is om onder die 2°C te blijven omdat we het 'point of nu return al gepasseerd zijn'.

Ik mag er niet aan denken.

Toen ik gisteren op het vliegtuig - ik heb mijn vlucht gecompenseerd bij CO2logic - door mijn documenten bladerde, botste ik op een recente meting van de NASA. Die stelde in november vast dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer nu 399,3 deeltjes per miljoen (ppm) bevatte, het hoogste cijfer ooit. In 2014 werden er al eens dagen van 400 ppm gemeten, maar omdat de seizoenen invloed hebben op de concentraties CO2, is dat geen absoluut cijfer. De laatste NASA-meting is dat wel. De afgelopen 3 miljoen jaar is dit nooit eerder gebeurd. Om de temperatuur onder de 2°C te houden moeten we de uitstoot beperken tot 450 ppm, hoewel steeds meer wetenschappers dat getal te hoog vinden. Het wordt dus kantje boordje.

Optimisme

De radicaalste oplossing is niets doen. Dan wordt de planeet zo goed als onbewoonbaar Nochtans heerst er nogal wat optimisme over de Lima-conferentie. Het besef dat falen geen optie meer is, lijkt diep te zijn doorgedrongen. De onverwachte aankondiging van de VS en China, waarin de VS beloofde haar uitstoot te beperken tot 26 à 28 procent ten opzichte van 2005 en China verklaarde haar uitstoot te laten pieken tegen 2030 veranderde de sfeer in de aanloop naar COP20 ten goede. Of de Verenigde Staten ooit bindende doelstellingen zullen aanvaarden, blijft echter maar de vraag. Want van bindende doelstellingen gaan de Republikeinen, die nodig zijn om in de senaat een internationaal akkoord met tweederde meerderheid te ratificeren - helemaal door het lint.

Wij - dat is de EU - trekken wel met bindende klimaatdoelstellingen naar Lima. Europa wil de uitstoot tegen 2030 beperken met minstens 40 procent. Europa heeft altijd het voortouw genomen in het klimaatbeleid, hoewel dat sinds de bankencrisis en de economische crash die daarop volgde niet meer evident is. Alle aandacht gaat naar het economisch herstel in de Unie. Conservatieven en liberalen laten uitschijnen dat economisch herstel en de strijd tegen klimaatopwarming niet compatibel zijn. Het is het een of het ander.

Van die kortzichtigheid moet ik naar adem happen. Het omgekeerde is immers waar. De strijd tegen klimaatopwarming kan onze economie een ongeziene boost geven. Nu al werken er wereldwijd 6,5 miljoen mensen in de sector van de hernieuwbare energie en een echte energietransitie levert daar miljoenen jobs bovenop. Met het geld dat geïnvesteerd wordt om 10 mensen werk te geven in de sector van fossiele brandstoffen, kunnen er 15 jobs gecreëerd worden in de sector van hernieuwbare energie, die veel arbeidsintensiever is. Bovendien zal elke euro die we voor 2020 niet investeren in hernieuwbare energie vier keer zoveel kosten na 2020 om de extra uitstoot te compenseren. Niets doen, zal ons dus gigantisch veel geld kosten. Het adagium dat we 'vandaag moeten besparen voor onze kinderen' heeft nog nooit zo vals geklonken. We moeten investeren.

Naomi Klein zei het onlangs nog tijdens haar keynote speech in Brussel: "Er zijn geen niet-radicale oplossingen meer". De radicaalste oplossing is niets doen. Dan wordt de planeet zo goed als onbewoonbaar. Héél wat minder radicaal is nu voluit gaan voor een energietransitie naar 100 procent hernieuwbare energie. Ook dat zal veel aanpassingen, geld en inspanningen vergen, maar die inspanningen zullen ons heel wat opleveren.

"Stoken maar!"

Investeren in fossiele brandstoffen is een risico geworden en zal dat blijven. De oliebedrijven leven nu in een permanente staat van ontkenning Ondertussen weert de fossiele lobby zich als een duivel in een olievat. Vlak voor de conferentie van Lima hebben de olieproducerende landen de olieprijzen laten dalen; de afgelopen drie maanden zelfs met eenderde. Olie is in jaren niet zo goedkoop geweest. Het signaal is duidelijk: "Stoken maar!"

Uiteraard zijn de oliebedrijven in paniek. Als we onder de 2°C opwarming willen blijven, wordt een groot deel van hun oliereserves waardeloos, omdat dan 80 procent van de voorraden onder de grond moeten blijven. Stranded assets worden ze genoemd, 'gestrande' activa. Ze vormen een luchtbel, een beetje vergelijkbaar met de kredietbubbel, die ook waardeloos bleek omdat ze vol zat met hoge risico-investeringen. Investeren in fossiele brandstoffen is een risico geworden en zal dat blijven. De oliebedrijven leven nu in een permanente staat van ontkenning. "We zullen nog héél lang in de business van fossiele brandstoffen actief zijn", zei Chevron-topman John Watson in september nog. Ik ben er zeker van dat ze achter gesloten deuren wel erg zuur lachen.

De risico's van investeren in fossiele brandstoffen heeft een divestment-beweging op gang gebracht. Heel wat investeerders doen stilaan hun aandelen in fossiele energie van de hand. Dat zorgde gisteren in Lima zelfs voor hilarische situaties toen bleek dat de fossiele sector als randactiviteit van de klimaatconferentie een debat had gepland met de lichtjes van de pot gerukte titel: "Why Divest from Fossil Fuels When a Future with Low Emission Fossil Energy Use is Already a Reality?" Op het laatste nippertje werd die titel nog gewijzigd omdat "fossiele energie met lage uitstoot" een beetje klonk als "sigaretten met een laag risico op longkanker".

Koeterwaals

`Klimaatdoelstellingen', daar wordt een gemiddelde Amerikaan wit van rond zijn neus In het vliegtuig naar Lima heb ik me in het klimaatjargon verdiept. De debatten maken gebruik van ingewikkeld koeterwaals dat eenvoudige begrippen moeten verhullen, begrippen die sommige deelnemers bij hun achterban niet verkocht krijgen. 'Klimaatdoelstellingen' bijvoorbeeld; daar wordt een gemiddelde Amerikaan wit van rond zijn neus. In deze documenten heten ze daarom INDCs, Intended Nationally Determined Contributions of 'beoogde nationaal bepaalde bijdragen'. Dat zijn gewoon de doelstellingen die elk land voor zichzelf voorop stelt. In het voorjaar moeten alle landen die doelstellingen bekend hebben gemaakt. In Lima zullen we moeten vastleggen hoe we die doelstellingen gaan bepalen, zodat ze met elkaar vergelijkbaar zijn. Om tot resultaten te komen, moet iedereen immers met dezelfde maatstaf werken.

Ook een eerlijke verdeling van de lasten staat op het programma. Ontwikkelingslanden zeggen terecht dat zij vandaag al ernstige hinder ondervinden van de klimaatverandering die de geïndustrialiseerde wereld sinds de jaren '80 heeft veroorzaakt. Nu alleen maar praten over de beperking van de uitstoot vinden ze niet eerlijk.

De industrielanden zullen ook moeten bijdragen om aanpassingen uit te voeren, zoals de bouw van dijken bijvoorbeeld. Als het de komende dagen gaat over 'mitigatie versus adaptatie' gaat het precies daarover: de vermindering van de uitstoot tegenover de noodzakelijke aanpassing aan de gevolgen van klimaatopwarming die vandaag al voelbaar zijn. Beiden zijn nodig, maar in welke verhouding? En hoe gaan we dat betalen? Er ligt dus de komende dagen behoorlijk wat werk op de plank. Ik hou jullie op de hoogte.

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen