De Vlaamse regering besliste vandaag om bedrijven in grotere mate vrij te stellen van de groenestroomfactuur. Een moeilijk te verantwoorden beleidskeuze, omdat precies die bedrijven de vruchten plukken van meer hernieuwbare energie. De elektriciteitsprijs die zij betalen, daalde de afgelopen jaren met 25%. Voor gezinnen daarentegen gaat die trend niet op. Integendeel, een recent CREG-rapport  toont aan dat hun elektriciteitsprijs niet daalt, terwijl zij wél in toenemende mate de groenestroomfactuur dragen. De lasten voor de gezinnen, de lusten voor de bedrijven. Het kan nochtans anders, zo stelt datzelfde rapport. De alternatieve groenestroomfactuur van de Vlaamse regering brengt ons echter van de regen in de drop.

Turtelbooms alternatieve groenestroomfactuur

Afgelopen zomer stelde minister Turtelboom voor om het overschot  aan groene stroomcertificaten te financieren via een heffing op de factuur. Opvallend, omdat het overgrote deel van de kosten voor groene stroom verrekend worden via het distributienettarief. Een alternatieve keuze dus, die de minister naar eigen zeggen de kans bood om ook bedrijven een deel van de kost te laten dragen. Dit streven was nobel en schijnbaar ingegeven door een rationele analyse over de verdeling van de kosten en baten van hernieuwbare energie in Vlaanderen. Schijnbaar, want deze dit kwam er uiteindelijk uit de bus:

Meer groene stroom: wie betaalt, wie profiteert?

Bovenstaande tabel geeft de belangrijkste evoluties weer van de residentiële (4) en professionele (5) elektriciteitsfactuur tussen 2007 (start van een geliberaliseerde energiemarkt) en eind 2014 (start van de huidige Vlaamse en federale regering). Wat valt op?

1. De kost van meer hernieuwbare energie evolueert erg ongelijk. Ze steeg opvallend steker voor gezinnen dan voor bedrijven. Toch voor wat betreft het overgrote deel van de kosten die verrekend worden via het distributienettarief. Het plaatje ziet er anders uit voor de bijdrage hernieuwbare energie. Deze bijdrage evolueert voor gezinnen en bedrijven in dezelfde mate.
2. Dalende elektriciteitsprijzen, mee veroorzaakt door het toenemend aandeel hernieuwbare energie op het net, komt enkel bij de professionele verbruiker terecht.

Dalende prijzen voor bedrijven dankzij hernieuwbare energie

Dalende prijzen voor fossiele brandstoffen, zoals gas, spelen een rol in de vastgestelde prijsdaling. Maar er is meer aan de hand. Beleidskeuzes versterken deze tendens en geven ze een structureel elan. Zo zorgt fysieke en financiële integratie van nationale energiemarkten ervoor dat prijspieken afgevlakt worden, want tekorten in één land kunnen opgevangen worden door overschotten in een ander land. Maar bovenal impliceert de toename van hernieuwbare energie op het net een structurele daling van de vraag. Meer zelfvoorziening doet beursprijzen met andere woorden dalen.

Het feit dat Duitsland 27% van haar energie duurzaam opwekt verklaart voor een groot stuk het feit dat haar groothandelsprijs structureel onder die van haar buurlanden ligt.

Bovendien rekenen energieleveranciers de evolutie op de groothandelsmarkt ongelijk door. Lagere energieprijzen op de beurzen werken niet door tot in de gezinsfactuur. Een Vlaams gezin betaalt vandaag slechts een fractie minder voor elektriciteit dan in 2007, terwijl de prijs op de langetermijnmarkt met zo’n 20% daalde in diezelfde periode.
Marktmacht leidt tot lagere prijzen. Bedrijven genieten sinds de vrijmaking van de markt wel van de dalende trend op de groothandelsmarkt. Vandaag betaalt een groot bedrijf zo’n  kwart minder voor elektriciteit. Dat heeft alles te maken met de keuze van leveranciers om hun prijzen sterker te koppelen aan evoluties op de langetermijnmarkt (6). Een keuze die er voor de vrijmaking niet was. Dezelfde indexparameters werden toen toegepast voor gezinnen en bedrijven aangesloten op het middenspanningsnet. Deze parameters werden bepaald door het controlecomité voor elektriciteit en gas en dus niet door de leverancier.

De turteltaks: Van de regen in de drop

Via het distributienettarief betaalt een bedrijf vandaag 14% van de som die een gezin bijdraagt voor groene stroom. Omdat alleen bedrijven via de elektriciteitsprijs gecompenseerd worden voor hun bijdrage is deze verhouding onrechtvaardig. De toegepaste verdeelsleutels door distributienetbeheerders werken dit fenomeen in de hand. De druk op dit nettarief opvoeren is niet langer een optie.
De Turteltaks, een heffing op de factuur, leidt opvallend genoeg tot een nog schevere verhouding. Een bedrijf zal dankzij deze regering slecht  1,66% van hetgeen een doorsnee gezin moet ophoesten en slechts 0.2% van hetgeen een alleenstaande zal betalen vanaf 2016. Bestaande ongelijkheid wordt verder versterkt.

Een rechtvaardig alternatief: reken kosten door via de leveranciersprijs

Als antwoord op de sterk stijgend nettarief, werd dit tarief in 2012 bevroren. De limieten aan het doorrekenen van beleidsmaatregelen via dit tarief was voor de toenmalige Vlaamse regering bereikt. De ontdooiing van het tarief hoefde niet te leiden tot meer van hetzelfde. Het CREG-rapport toont zwart op wit dat er wel degelijk een alternatief bestaat dat vandaag te weinig aangeboord wordt: de kosten moeten prioritair doorgerekend worden via de leveranciersprijs.

De doorrekening van de kost via de leveranciersprijs (de zogenaamde bijdrage hernieuwbare energie) brengt een meer rechtvaardige lastenverdeling tussen gezinnen en bedrijven mee. De stijging van deze bijdrage is zowel in relatieve, als in absolute cijfers even sterk. Gezinnen en bedrijven betalen met andere woorden in gelijke mate mee voor groene stroom en hun bijdrage stijgt ook in gelijke mate. In tegenstelling tot het gereguleerde nettarief is dit leveranciersprijs onderhevig aan concurrentie, wat een gelijke spreiding van de kost duidelijk in de hand werkt. Deze piste om de groenestroomfactuur door te rekenen, vraagt enkel en alleen moed van de Vlaamse regering. De moed om leveranciersquota voor de opkoop van certificaten drastisch omhoog te stuwen.

Helaas kiest deze regering ervoor dit pad niet in te slaan en een schijnvertoning op te zetten. Of hoe ongelijkheid vergroten een bewuste keuze blijkt.