Het proces van toekenning van fondsen gebeurt niet transparant en maakt gebruik van complexe, ondoorzichtige procedures. We moeten kritischer durven zijn ten aanzien van de Wereldbank. Meer controle is absoluut noodzakelijk opdat we met onze middelen écht een verschil kunnen maken. 

Alle projecten die door de Wereldbank worden gesteund, dienen aan een aantal criteria te voldoen. Zo moeten ze onder meer armoede verder de wereld uit helpen en groei bevorderen. Tot daar de theorie die ook is terug te vinden in de jaarrapporten van de Wereldbank. In de praktijk echter, worden die principes niet consequent nageleefd. Zo blijkt uit een recent rapport van 11.11.11 dat de Wereldbank investeert in de ontginning en verwerking van fossiele brandstoffen, inclusief steenkool. Verre van duurzaam dus.

Incoherent en contraproductief beleid

En daar blijft het niet bij. Een rapport van de mensenrechteninspecteur van de VN sprak van een ‘incoherent en contraproductief beleid’ als het om mensenrechten gaat bij de werking van de Wereldbank. Volgens deze heeft de investering in megadammen en agro-industrie al ettelijke miljoenen mensen van hun levensonderhoud of zelfs thuis berooft.

De aanleg van dammen zet grote stukken land, van gemarginaliseerde, inheemse bevolkingen onder water en grote agrobedrijven misbruiken hun invloed om aan landroof te doen ten koste van arme kleine boeren die hardhandig aan de kant worden geschoven.

Dat dit überhaupt gebeurt is al een tragedie. Maar dat dit gebeurt onder de koepel van de Wereldbank groep en mede met Belgisch overheidsgeld is onaanvaardbaar. De doelen en maatstaven die we voor ogen hebben in de ‘wet betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking’ kunnen we niet gegarandeerd naleven met onze steun aan de Wereldbank.

Amper controle op tussenpartners

Je zou er toch op mogen rekenen dat de Wereldbank de projecten waarin ze investeert ook controleert. Dat controlemechanisme bestaat, maar werkt slechts gedeeltelijk. Het probleem doet zich in het bijzonder voor wanneer het gaat om investeringen van de Wereldbank die via het International Finance Corporation (IFC) verlopen.

Het IFC verstrekt fondsen via tussenpartners, privébanken en multinationals, die dan met dezelfde principes van de Wereldbank op hun beurt projecten financieren in de landen waar ze zich bevinden. Het is aan de tussenpartner om de gesteunde projecten te controleren en dat gebeurt nauwelijks en niet consequent. Op regelmatige basis vloeien zo fondsen naar dubieuze projecten met alle dramatische gevolgen van dien. 

Deze feiten kwamen aan het licht tijdens de laatste hoorzitting in de Kamer in oktober. Vanzelfsprekend heeft de Wereldbank veel positieve invloed op de wereld. Maar dat wil niet zeggen dat we blind moeten zijn wanneer er dingen fout lopen. Ik zal er dan ook op blijven hameren dat we onze constructieve, kritische houding omzetten in daden. Dat we er actief op toezien dat de investeringen die wij doen in de Wereldbank ook echt positieve verandering teweegbrengt zoals ons beloofd is door de Wereldbank zelf. We kunnen in ieder geval niet weer 10 jaar wachten om de beloftes te controleren.