Bart De Wever is een scherp analist en dat is niet anders in zijn bijdrage over de veranderende seksuele moraal. Maar zoals steeds zet Dewever na de analyse zijn scherpe geest in de achteruitversnelling, om te kunnen terugkeren naar een idyllisch verleden waarin alles beter was. In dit geval het Vlaanderen van de strikte sociale normering, “gebaseerd op de traditie van het christendom”.

De Wevers taalgebruik heeft het voordeel van de duidelijkheid. Hij heeft het over normen en gelukkig niet over waarden. Normen zijn afspraken die wisselen in ruimte en tijd. Ze zijn per definitie veranderlijk. Het heeft dus weinig zin te jammeren dat de sociale normering van weleer “weggesmolten” is. Elke historicus zal kunnen verduidelijken dat die processen zich voortdurend afspelen in elke samenleving en elk tijdsgewricht. We moeten ons dus niet zozeer afvragen naar welke normen we moeten terugkeren, maar welke waarden we in het moderne Europa belangrijk vinden en welke afspraken we met elkaar willen maken. We mogen dus als progressieven geen schrik hebben om deel te nemen aan het moderne normen- en waardendebat.

Het is inderdaad juist dat koppels en gezinnen in de periode na ’68 anders geworden zijn. De Wever wijt dat aan de seksuele moraal van een verveelde linkse jeugd, wat me overigens heel kort door de bocht lijkt te gaan. Hij vergeet ondermeer de ontwikkeling van de wetenschap met de introductie van de anticonceptiepil en de emancipatiebeweging die al heel wat langer bezig was dan de jaren ’60.

De Wever wil de complexiteit van de realiteit oplossen door terug te keren naar het traditionele gezin, waarin vader uit werken ging, moeder de strijk deed (en niet mocht stemmen) en de kinderen moesten zwijgen. Het spijt me, dit is geen  oplossing maar moraliserend gezeur. Mijn partij wil dat de gemeenschap alle hedendaagse gezinsvormen ondersteunt. De Wever laat uitschijnen dat het traditionele gezin altijd bestaan heeft, terwijl het slechts over een korte periode in de twintigste eeuw gaat. En hij vertelt er niet bij welke diepe ellende er vaak schuil ging achter de schone schijn van die goede oude sociale normering: Op papier de eeuwige trouw, maar achter de gordijnen speelden er zich soms drama’s af.

Vandaag hebben mensen gelukkig de vrijheid om hun gezinsleven naar hun eigen inzichten te organiseren.

Wetenschappers wijzen er echter op dat er een contradictie is gegroeid tussen de echtelijke spil en de ouderlijke spil in een modern gezin. Voor de meeste ouders is de verantwoordelijkheid voor hun kinderen onbreekbaar, onaantastbaar en onvoorwaardelijk. En dat is maar goed ook. Maar in hun relatie kiezen moderne koppels eerder voor persoonlijke ontwikkeling en authenticiteit én voor de kwaliteit van de relatie dan voor het louter voortbestaan van een huwelijk. Onze wetgeving is echter niet aangepast aan die evolutie. Mijn partij wil niet terugkeren naar een rigide model, maar zoeken naar hedendaagse methoden om tegemoet te komen aan de noden van de moderne gezinnen. Nieuw samengestelde gezinnen hebben nog steeds niet dezelfde rechten als klassieke gezinnen en kinderen in co-ouderschap missen nog steeds voordelen die wel toegekend worden aan kinderen uit klassieke gezinnen. Meemoeders en -vaders zijn volgens de wet zo goed als onbestaand, terwijl in realiteit duizenden mannen en vrouwen zich inzetten voor de kinderen van hun partner. Het wordt dus tijd om in een grootschalig plan de wetgeving te screenen en er alle discriminaties uit te halen. Ook verouderde stigmata, zoals de vermelding ‘gescheiden’ op officiële documenten, moeten aangepakt worden.

Hoe mensen hun leven willen inrichten, is een privé-beslissing. Of een warm en solidair gezin bestaat uit twee mannen, twee vrouwen, een man en een vrouw, mét hun kinderen, met geadopteerde kinderen, met kinderen uit vorige relaties of zonder kinderen mag voor de wetgever niets uitmaken. Betekent dit dat we geen enkele belangstelling mogen hebben voor de moeilijkheden bij moderne koppels? Zeker niet. Heel wat problemen kunnen allicht preventief aangepakt worden. Vandaag zijn relatiebemiddeling en relatietherapie al goed ingeburgerd. Helaas kosten zo’n bemiddelingssessies handen vol geld, en worden ze niet terugbetaald. Alleen gegoede koppels kunnen zich dit permitteren. Ik ben er dus erg voor gewonnen om een wettelijk statuut uit te bouwen voor relatietherapeuten en bemiddelaars en de kosten van zulke bemiddelingen deels terugbetaalbaar te maken.

Ik ben ervan overtuigd dat dergelijke aanpak meer zal bijdragen aan de ontwikkeling van een gelukkig gezinsleven, dan de Sehnsucht van De Wever naar de normen van een geconstrueerd idyllisch verleden.

Dit opiniestuk verschijnt in De Morgen als reactie op het opiniestuk van Bart De Wever "De ravage na de seksuele revolutie" in De Morgen van gisteren, 26 mei 2008 op pagina 15.