Geachte Heer, Beste Filip,

U hangt momenteel een beetje tussen ‘monseigneur’ en ‘sire’ in, dus gewoon meneer leek me eigenlijk de beste aanspreking. Ik heb trouwens van uw Nederlandse collega begrepen dat hij ook niet vasthoudt aan die archaïsche titulatuur. Misschien moet u maar overwegen om daar meteen een Benelux-trend van te maken.




Zowel de ervaring van de laatste regeringsvorming als die van de nog steeds aanslepende Europese crisis sterken mij immers in mijn overtuiging dat samenwerking tussen verschillende bestuursniveaus alleen tot vooruitgang kan leiden wanneer het gebeurt in een geest van samenwerking en wederzijds respect.

De aankondiging van het terugtreden van uw vader heeft naast de welverdiende lof aan zijn adres ook, enigszins voorspelbaar, aanleiding gegeven tot een vloedgolf aan bespiegelingen over de plaats van een koning in een moderne democratie. U heeft zelf politieke wetenschappen gestudeerd, dus u beseft zelf ook wel hoe logisch die vraag is. Monarchieën zijn immers zoals schildpadden en krokodillen een soort van levende fossielen: restanten uit een lang vervlogen tijdperk.

Dat hoeft geen nadeel te zijn. Ook kaarsen en windmolens bestonden al in de middeleeuwen en niet alleen zijn ze nog altijd bij ons, ze hebben zelfs nieuwe en nuttige functies gevonden. Dat heeft van allebei wel een grote aanpassing gevraagd: in de plaats van de kaarsen zijn het vandaag de windmolens die voor licht zorgen. En waar meneer pastoor er vroeger op stond dat de kaars uit ging voor de romantiek begon, kiezen we tegenwoordig bijna unaniem voor het omgekeerde. In beide gevallen is dat trouwens een geweldige verbetering.

Ook de Belgische monarchie heeft de voorbije decennia grote stappen gezet in het vinden van een rol die in een moderne democratie past. De meest terechte lof aan het adres van uw vader is dat hij daar actief aan meegewerkt heeft. Dat maakt de huidige discussie over een al dan niet protocollaire monarchie in mijn ogen ietwat onwezenlijk, al was het maar omdat niemand nog echt weet wat we ons moeten voorstellen bij zo’n niet-protocollaire koning.

De laatste keer dat een vorst in dit land gepoogd heeft om af te wijken van een democratische beslissing was immers toen uw oom weigerde om de wet die abortus wettelijk toelaat te ondertekenen. We weten allemaal hoe dat is afgelopen: de wet is er toch gekomen. Zoals het ook hoort overigens, voor een voorstel dat de steun geniet van een democratisch verkozen meerderheid.

Als er iets is dat ik u langs dit schrijven wil meegeven dan is het dat: of ons land nu een republiek of een monarchie is, het is eerst en vooral een democratie. Democratie is geen instelling zoals koningshuizen of presidenten dat zijn, het is in de eerste plaats een principe. De geschiedenis én de actualiteit van dezer dagen leren ons dat het zowel door koningen als door presidenten kan gediend worden of met de voeten kan getreden worden. Onder ons: als Jan Peumans een eerste keer op bezoek komt met zijn republikeins pleidooi, dan kan u hem er misschien even langs uw neus aan herinneren dat ook de Sovjetunie een republiek was en dat Syrië het vandaag nog altijd is. Ik ga ervan uit dat het uw ambitie is om úw koningschap ten dienste van die democratie te stellen. Indien dat niet zo zou zijn hoeft u mij dat overigens niet te laten weten, want dan denk ik dat de Belgische monarchie in ieder geval geen lang leven meer zal beschoren zijn. Macht laten uitoefenen door iemand die niet ter verantwoording kan worden geroepen staat immers meer dan ooit haaks op het rechtvaardigheidsgevoel van hedendaagse burgers, of het nu Vlamingen, Walen of Brusselaars zijn.

Maar zeker in een land met meerdere taalgroepen en concurrerende bestuurslagen is een staatshoofd dat boven het gewoel staat een nuttig en noodzakelijk tegengewicht voor een politieke en mediatieke markt die al te gretig leeft van het uitvergroten van -al dan niet vermeende- tegenstellingen. Zowel de ervaring van de laatste regeringsvorming als die van de nog steeds aanslepende Europese crisis sterken mij immers in mijn overtuiging dat samenwerking tussen verschillende bestuursniveaus alleen tot vooruitgang kan leiden wanneer het gebeurt in een geest van samenwerking en wederzijds respect. Van coöperatief federalisme in plaats van confederalisme (voor zover iemand dat laatste nog correct kan omschrijven, maar dat is een ander debat).

Of u nu een verkozen president dan wel een erfelijke koning bent, maakt daarbij eigenlijk niet veel uit: de job van zo’n staatshoofd is om de onbeweeglijke en volstrekt neutrale as te zijn waarrond die samenwerking kan draaien. Eenvoudig is dat niet en u zal mij niet horen beweren dat ik u die klus benijd. Het moet best frustrerend zijn om te proberen de machine draaiend te houden zonder zelf aan de knoppen of zelfs maar het kleinste radertje te mogen raken. Maar als er één zaak is waaraan ik de voorbije dagen niemand heb horen twijfelen dan is het uw plichtsbesef en zin voor verantwoordelijkheid.

It’s a dirty job but someone has to do it. Ik wens u oprecht veel succes...

Hoogachtend, Bruno Tobback




(Deze brief aan de kroonprins werd gepubliceerd in de Knack op 10 juli 2013)