Aanvankelijk afgestudeerd als regent schoolde ik mij om tot verpleegkundige. Ondertussen ben ik in verschillende functies en zorginstellingen al 13 jaar actief op het werkveld. En graag. Ik oefen mijn beroep uit met volle overtuiging en heel veel goesting.

Maar de werkdruk neemt wel schrikbarend toe en de inspanningen die je moet doen om je werk ook goed te doen, worden onrealistisch hoog. De vakliteratuur loopt over van de holistische benaderingen, inter-, trans-, multidisciplinaire samenwerking enz. Maar ondertussen wordt ons onder het mom van goed management om de oren gekletst met doelmatigheid en efficiëntie als zaligmakende doelstellingen. Dat management en zorgmanagement niet hetzelfde zijn heeft men op het kabinet voor Volksgezondheid nog niet goed begrepen. Op acute diensten ligt het verloop zo hoog dat je met moeite de naam van de patiēnt kan onthouden voor hij weer weg is. Vragen hoe het er mee is durf je niet, want er is geen tijd om het antwoord af te wachten. Onze taken worden steeds uitgebreider, want geld voor meer handen is er niet. Voor meer hulpmiddelen evenmin.

Wij worden zowel geacht om bedpannen op te ruimen, als op de hoogte te zijn van medicatie, hun bijwerkingen en de invloed op parameters. Wij verplaatsen die mensen, die zelf hiertoe niet meer in staat zijn. Soms met tillift. Soms samen met een collega. Vaak alleen. Of die patiēnt 50 of 150kg weegt, maakt geen verschil. Voor ons is iedereen gelijk.

Wij weten waarom die ene patiēnt kortaf is, want we kennen zijn verhaal, weten wat er schuilgaat achter de tranen van de andere. Wij zijn advocaten van onze patiēnten wanneer ze terechtkomen in een systeem dat hen reduceert tot hun patiēntennummer. We zijn de artsen hun notablok en spiekbriefje wanneer hun geheugen in de hectiek van alle dag het even laat afweten. We volgen de wondzorgen op en sturen ze bij waar nodig.

Bij de verzorging hebben wij contact met patiēnten op een manier die zij vaak zelfs van hun kinderen niet tolereren. We zorgen voor hun eten en het juiste dieet. Poetsen hun tanden als zelfs dat niet meer gaat. Stoppen hen in bed en leggen hen comfortabel.

En dat, Mevrouw De Block, doen wij allemaal met plezier.

Want wij zijn in ons zorgberoep gestapt omdat we om mensen geven. We care. We houden van mensen en dragen er graag zorg voor. Uw voorstellen zorgen ervoor dat die zorg niet langer zal kunnen gegeven worden zoals het hoort. En neen, wij kunnen dit niet volhouden tot ons 67 jaar. Onze collega's gaan bijna niet meer op pensioen. De meesten verdwijnen voor die tijd aanbreekt van het toneel. Rug, schouders en/of knieēn zijn versleten of de werklast ligt te hoog..

Maar, misschien vindt u dat niet erg? Tenslotte bent u gezond en wel. Allicht dekt uw verzekering wel de peperdure kosten die het ziek zijn meebrengen. Voor veel mensen is dit niet langer het geval. Mensen met andere jobs dan Minister en ook met andere lonen. Mensen die nu al de touwtjes aan elkaar moeten knopen en weten dat ze dit straks niet meer gaan kunnen. Wij zien mensen vertrekken naar huis omdat een rusthuis voor hen financieel onhaalbaar is, wetende dat ze binnen de kortste keren terug zullen zijn omdat het alleen thuis niet gaat gaan en thuishulp niet toereikend zal zijn. Wij zien mensen hun doktersbezoek uitstellen, omdat ze allicht medicatie gaan nodig hebben die ze niet kunnen betalen.

Mensen worden ontslagen uit het ziekenhuis omdat ze aan hun 'maximum' aantal ligdagen zijn voor de pathologie die hen trof. Ze komen kort erna terug binnen via spoed met dezelfde pathologie omdat ze onvoldoende waren hersteld. Maar de quota zijn gehaald. Dat dezelfde onderzoeken opnieuw gebeuren die voor ontslag werden uitgevoerd is geen bezwaar. De rekening loopt immers. En enkel de patiēnt betaalt ze. Want u bespaart met uw regering op zijn en haar kap.

Ondertussen probeert de zorgsector het hoofd boven water te houden. Worden mensen die wel zien dat een toegankelijke gezondheidszorg noodzakelijk is voor een op termijn goed draaiende economie gefnuikt in hun initiatiefname hierrond door WGC's die al in de startblokken staan, hun toelage te ontnemen. Dus de zorgsector verzuipt. In papieren, procedures en geplogenheden waar niemand baat bij heeft. In regels waar niemand beter van wordt behalve ogenschijnlijk de cijfers in die fameuze begroting van jullie. U weet wel: die met dat enorme gat?

Hier wordt uw bevolking niet beter van. Enkel de statistieken. Waarom ook al weer? Oh, ja. Om te zeggen dat het niet goed gaat. Om te zeggen dat het nog erger gaat worden. Om toe te geven dat u hier niks aan gaat doen.

En toch houd ik nog steeds van mijn werk. Alleen niet van het uitpersen. Dat is er teveel aan. Zowel van ons als van de patiēnt. Bent u zeker dat u zelf nog terecht wil komen in de gezondheidszorg die u voor ons creēert? Ik zou er toch echt eens heel goed over nadenken en eerst eens goed bekijken wat de papieren maatregelen als effect hebben in de praktijk. En kom achteraf niet zeggen dat u het niet wist. We hebben het u allemaal verteld.




Beleefde groeten,

Katia Groenwals

Verpleegkundige met volle overtuiging