'Onze regering gelooft wellicht écht dat de nieuwe welvaart - door haar beleid - zal doorsijpelen naar iedereen. Het probleem is dat deze veronderstelling keihard achterhaald is door de feiten', schrijft Jan Cornillie, die vergelijkt met de situatie in de VS.

Met het Zomerakkoord heeft de regering haar laatste kaarten op tafel gelegd richting 2019. Het is dan ook een belangrijk akkoord. Niet zozeer wegens de maatregelen - die zijn zoals gebruikelijk gebrekkig, ondoordacht en/of onduidelijk (zoals weer is gebleken afgelopen weekend met betrekking tot het pensioen van een 50-plusser die zonder job valt). Het zomerakkoord is belangrijk omdat het de basis vormt voor de voortzetting van deze coalitie. Het toont piekfijn aan welke keuzes ze maakt. Keuzes die ze zal blijven maken als ze ook na 2019 aan zet is. Want nu de economie weer wat begint te draaien, is de fundamentele vraag: wie zal er genieten van die nieuwe welvaart? Wie krijgt van de regeringen een duwtje in de rug en wie moet het met minder doen? En dan is de keuze van deze ministers glashelder: wil je vooruit in het leven, dan moet je bijklussen en bijverdienen, bonussen verzamelen en beleggen. Wil je gewoon je ene job goed doen, bereid je dan voor op loonmatiging en flexibilisering.

Doorsijpelende rijkdom

Deze regering kiest met het recept van bijklussen, bonussen en beleggingen ondubbelzinnig voor de economische visie die trickle-down economics heet: als je de rijken genoeg pampert, sijpelt de rijkdom wel door naar de rest van de bevolking. Het beleid komt dan neer op: de rijken soigneren om voor groei te zorgen en de rest disciplineren om er een graantje van mee te pikken. Wie moeite heeft om mee te kunnen, moet gewoon harder zijn best doen. Het inkomen en het pensioen van wie werkt wordt nog meer dan vroeger afhankelijk van de goodwill van de werkgever, en minder van sociale akkoorden. Want collectieve afspraken over lonen en arbeidsomstandigheden, vakbonden of eerlijke belastingen staan in de weg van de economische superhelden. Dus die houdt de regering ze liever ver weg. Bovendien wordt wie geld verdient met geld in dit model met de fluwelen handschoen behandeld. De speculatietaks werd al afgevoerd, terwijl de opbrengst van de effectentaks nu al hoogst twijfelachtig is. Een eenvoudige, transparante en eerlijke hervorming van ons belastingsysteem waarbij elke vorm van inkomen op eenzelfde manier behandeld wordt, komt niet van de grond.

Onze regering gelooft wellicht écht dat de nieuwe welvaart - door haar beleid - zal doorsijpelen naar iedereen. Het probleem is dat deze veronderstelling keihard achterhaald is door de feiten. In de VS zien we wat geloof in trickle down economics aanricht. De middenklasse wordt er weggeveegd. De sociale mobiliteit hapert. De welvaart vloeit buitensporig naar de 1% rijksten. En oppermachtige bedrijven kapen er de markt. Recentelijk toonde een onderzoek van de KU Leuven aan hoe de winsten van de Amerikaanse bedrijven exponentieel zijn toegenomen. Niet zozeer door hun toegenomen concurrentiekracht (zoals onze regering voor ogen heeft), maar vooral omdat hun marktmacht is toegenomen. Meer dan vroeger zijn ze in staat om hun werknemers te weinig te en consumenten en KMO's te veel te laten betalen. Zo drijven ze hun winsten op. Waarom? Simpel, gewoon omdat ze kunnen. De Amerikaanse regering laat hen vrij spel. Vakbonden en consumentenorganisaties zijn niet bij machte om een vuist te maken. Conclusie: de Amerikaanse economie werkt vandaag dan misschien beter dan de Europese, maar ze werkt steeds opnieuw voor dezelfde superrijken en komt nauwelijks ten goede aan de middenklasse.

'De uitdaging moet net zijn om zo veel mogelijk mensen via waardig werk te laten deelnemen aan de samenleving.'

Zover is het bij ons nog niet gekomen. Maar met het huidige beleid schuiven we onweerlegbaar op in die richting. Richting een samenleving waarin overleg alleen maar tijdverlies is, waarin wie opkomt voor zijn of haar rechten alleen maar vervelend doet, waarin wie niet bijklust een loser is met een voorkeur voor vrije tijd en een vlakke loopbaan. Dat is dramatisch voor onze toekomst in Vlaanderen. Want de uitdaging moet net zijn om zo veel mogelijk mensen via waardig werk te laten deelnemen aan de samenleving. Na 15 jaar activering van werklozen, is het laaghangend fruit geplukt. Nu wacht het moeilijke werk. Meer mensen naar een job loodsen met een loon waarvan je kunt leven, vraagt meer sociale investering en zorgomkadering. Meer zorg voor zij die niet meekunnen of telkens opnieuw uit de boot vallen. Meer investering in gelijke kansen vanaf de vroege kinderjaren om het beste uit ieders talent te halen. Meer innovatie ook in de manier wanneer en waarop we werken, zodat mensen écht weer greep krijgen op hun leven.

Willen we minder drop-, bore-en burn outs, dan moeten we investeren in mensen om hen weerbaarder te maken. Tegenover de keuze voor bijklussen, bonussen en beleggen staat een keuze voor sociale investering, innovatie en inclusie. De Vlaamse regeringspartijen hebben alvast gekozen met welk recept ze verder willen na 2019.