Soms is er een état de grâce, en soms een staat van ongenade. Vraag het de Vlaamse socialisten maar. Twee maanden geleden was de sp.a de partij waar elk initiatief mislukte nog voor het begonnen was. De pijnlijkste illustratie was een groot ideologisch congres dat begon met een therapeutische ochtendsessie achter gesloten deuren, vooral om allerlei persoonlijke frustraties bij te praten.

Als Caroline Gennez A zei, liepen de media naar Erik De Bruyn om hem B te laten zeggen - als ze al snel genoeg waren, of Louis Tobback, Freddy Willockx en Willy Claes waren hen op eigen initiatief al voor.

Tijdens het Therapeutische Congres werd beslist om de zaken bij te praten op een raad van voorzitters en secretarissen. Die vindt vandaag plaats. Maar een nieuwe lynchpartij kondigt zich niet aan. Zo'n nationale 'Raad van voorzitters en secretarissen' is de verzameling van de rank and file van de partij. De mensen die in alle steden en gemeenten de socialistische winkel doen draaien, ook als het tegenvalt. Een paar maanden geleden ontaardde de provinciale 'Raad van voorzitters en secretarissen' van Vlaams-Brabant nog in een agressieve fronde tegen de partijtop, en werd onder de dekmantel van de verontwaardiging voor het opzijschuiven van Frank Vandenbroucke als minister een stevige aanval gelanceerd op de sp.a-lijn in het algemeen en de persoon van Caroline Gennez in het bijzonder. En zo ging het door. De sp.a moest maar iets willen of het was al mislukt.

We zijn nu twee maanden verder. Niet eens volle twee maanden. Van het socialistische front was er al die tijd zo goed als geen 'nieuws'. Nieuws, in de zin van: 'om duimen en vingers bij af te likken'. Het was all quiet on the western front.

En geen nieuws bleek eigenlijk goed nieuws. Dat kan men afleiden uit kleine nieuwsjes. In de betoging tegen de regering-Leterme II stapt Caroline Gennez mee op met de ABVV-troepen van Rudy De Leeuw. Het moet lang geleden zijn dat vakbond en partij nog zo duidelijk schouder aan schouder optrokken. Vooral omdat het ACV ostentatief aan de zijkant bleef staan, en de sp.a-leiding de voorbije jaren dan automatisch dichter bij de christelijke vakbond ging aanleunen dan bij de gabbers van het ABVV. Vandaag zijn de relaties tussen de kameraden weer een stuk vriendschappelijker. En als één dominosteen blijft staan, valt de ander ook niet zo snel. Bijvoorbeeld: onder het kopje 'positief nieuws is ook nieuws' zorgt sp.a-rood ongeveer voor het eerst in zijn bestaan voor een welgekomen steun voor Gennez. Die had een delegatie van haar radicaal linkse vleugel op de Grasmarkt ontvangen, een gesprek dat door sp.a-rood als "zeer constructief" werd ervaren, en zo ook aan de buitenwereld gecommuniceerd. Er blijven nog punten van frictie, vooral rond de 'interne' democratie, maar globaal gezien verheugt sp.a-rood zich danig over de nieuwe, linksere, meer travaillistische koers van de partij.

En als de sp.a even kan profiteren van een sfeer van 'er wordt niet gebeten' (bijvoorbeeld omdat alle ogen gericht zijn op de nieuwe glorie bij CD&V, bij de voorzittersverkiezingen bij Open Vld en de rist interne problemen bij N-VA), dan blijven potentiële smeuïge verhalen klein nieuws. Die waren er nochtans ook. Johan Vande Lanotte die op eigen gezag nu al aankondigt dat hij in 2011 de West-Vlaamse lijsttrekker zou zijn: in een mindere periode krijgt die aankondiging de commentaar dat de sp.a-voorzitter blijkbaar geen inspraak heeft in de cruciale lijstvorming voor de volgende federale verkiezingen: sommige peetvaders doen hun ding en daarmee uit.

Zo was het evenmin groot nieuws dat de sp.a-fractie in de Kamer bij het debat over de regeringsverklaring van Leterme collectief had gebrost, en dat Bruno Tobback ineens haast moederziel alleen stond oppositie te voeren. Een Tobback die ook gedragen wordt door een positieve pers. Dat krediet bouwde hij zelf op middels een magistrale aanval op de kwakkelbegroting van Herman Van Rompuy (als eerste minister werd die de laatste maanden beschimpt om zijn gebreken, sinds zijn Europese promotie leest men alleen nog over zijn kwaliteiten). En wie veel krediet op zijn spaarrekening heeft, vermijdt dat hij in het rood moet gaan, zelfs als het even minder gaat. Tobbacks aanval op Leterme was niet zo puntig als die tegen Van Rompuy. Te veel retoriek ("Premier, u regeert in Plopsaland") op een moment dat dat niet sneed. Dat lag natuurlijk aan de wolligheid, zo niet de leegte van de nieuwe regeerverklaring. Leterme zei niets fout: hij zei eigenlijk amper wat. Maar wie hard trapt naar (gebakken) lucht, stampt meestal een gat in die lucht. Maar als Bruno Tobback een dipje heeft, duidt niemand hem dat ten kwade.

Onderwijsminister Pascal Smet leek van het ene moeilijke dossier naar de andere betwiste beslissing te struikelen, maar ook hem is ineens een paar weken rust gegund. En Frank Vandenbroucke werd minister van staat. Een eretitel, maar een die bij de toppolitici van het land doorgaans welgekomen is. Het eerste positieve nieuws over Vandenbroucke sinds lang, en dat straalde in dit geval zelfs een beetje af op zijn partij.

Sang froid

Die ademruimte doet de sp.a niet alleen deugd, ze zorgt ervoor dat de kopstukken zich eindelijk kunnen concentreren op de politiek. Dat is fase één: geen fouten maken in de Wetstraat, in de partijstrategie.

Zoals deze week gebeurde bij de liquidatie van VRT-baas Dirk Wauters. Het was een publiek geheim dat de betrokken sp.a'ers, Guy Peeters, voorzitter raad van bestuur van de openbare omroep, en mediaminister Ingrid Lieten, Wauters niet wilden. Het was, tussen haakjes, een veel beter bewaard geheim dat CD&V'ers Kris Peeters en Annelies Van Cauwelaert au fond hetzelfde dachten. Toen het nieuws uitlekte, werd gezocht naar de vermaledijde bron en kwam men foutief tot de conclusie dat dit "gespin uit socialistische hoek" was - quod non. Was dit in oktober gebeurd, parallel met het uitlekken van de brief van Barteld Schutyser, de Vlaamse socialisten waren aan flarden gereten.

Nu halen ze hun slag thuis, Wauters moet vertrekken. Mediaminister Ingrid Lieten had voldoende sang froid en liet elke kans om haar mond voorbij te praten gedisciplineerd aan haar voorbijgaan. Ze zei eigenlijk niets, behalve een zakelijke uitleg toen de operatie afgerond was.

De sp.a had haar zaken trouwens blijkbaar behoorlijk doorgepraat, want vrijdagochtend op De ochtend (Radio 1) voorspelde de socialistische voorzitter van de mediacommissie in het Vlaams Parlement, Philippe De Coene, ongeveer wat er te gebeuren stond (ook wat niét aan de orde was). Zijn CD&V-collega Carl Decaluwé wist tijdens hetzelfde gesprek met grote stelligheid te melden dat de positie van Wauters voor CD&V niet ter discussie stond. Om een paar uur later te vernemen dat de Vlaamse regering - dus zijn eigen CD&V-minister-president Kris Peeters - afscheid had genomen van Dirk Wauters. Een afgang, 'mediaspecialist' zijnde.

Harten veroveren

In de Wetstraat zit het dus snor. De volgende fase is evenwel te appelleren aan de burger - de kiezer. En daar heeft Caroline Gennez nog veel werk aan de winkel. Doet zij het slecht? Allerminst. Doet zij het goed? Best wel: niet één minder tv-optreden de laatste weken, en geen ruzie in eigen rangen.

Zelfs als ze eens honds populistisch was, zoals bij de zaak-Wickmayer (waar ze overhaast een voorstel tot 'reparatiedecreet' klaar had ter 'verbetering' van de beproefde internationale regels aangaande dopingbestrijding), dan vertolkte Gennez wel de gekwetste gevoelens van de Vlaamse sportliefhebber.

Maar: is 'goed' wel 'goed genoeg', gezien de toestand waarin de sp.a zich vandaag bevindt? Mogen we onze joker inzetten? Gennez beseft dat de sp.a bij een volgende verkiezing naar boven moet. Liefst tot 18 procent. En eigenlijk zou 20 procent moeten kunnen. Maar voor die sprong te maken, moet men de tijdgeest vatten, harts and minds van een significant segment van de kiezers veroveren. Dat is voor alle partijen zo. Het is maar de vraag of de nieuwe Open Vld-voorzitter, weze het Alexander De Croo of Gwendolyne Rutten of Marino Keulen, daartoe in staat is. Of Yves Leterme dat nog kan in zijn tweede politieke leven. Scherp gesteld: of Caroline Gennez erin slaagt zich op het niveau van Bart De Wever te hijsen. Die zegt in Zeno vandaag weliswaar dat hij géén top is. Dat lijkt een variant op Stevaerts oude slagzin "wij moeten bescheiden blijven". Wie verkiezingen met glans wint en zich nadrukkelijk nederig opstelt, doet dat omdat hij beseft dat hij zijn partij boven zichzelf heeft uitgetild, dat de basis dus wankel is, het succes mogelijk voorbijgaand. Aan die fase is Caroline Gennez nog lang niet toe. Zij zit nog in het laagland van de politiek. Daar waar men merkt dat het puin is geruimd, dat menselijke relaties hersteld raken, het politieke verhaal langzaam weer verteld kan worden. En nu nog zien of de boodschap ook opgevangen wordt.

Doet Caroline Gennez het slecht? Zeker niet. Doet zij het goed? Best wel. Is dat ook goed genoeg? Mogen we onze joker inzetten?