1 op 5 profvoetballers in ons land wordt geconfronteerd met discriminatie op basis van ras, geaardheid of geloofsovertuiging. Internationaal onderzoek toont vandaag aan dat dit 3 keer zo hoog ligt als elders in Europa! Onaanvaardbaar dus.

Ex profvoetballer Paul Beloy die zopas zijn boek ‘Vuile Zwarte’ lanceerde over racisme in het Belgische voetbal klaagt het versnipperd beleid ter zake aan waarbij de 3 verschillende ministers van sport en het Ministerie van Binnenlandse Zaken de hete aardappel naar mekaar doorschuiven.

De strijd tegen racisme moet expliciet worden opgenomen in de ethische code van de sportfederaties die we vanuit de Vlaamse overheid regisseren. Die ethische code waar ook subsidies aan gekoppeld worden vanaf 2017 wordt afgetoetst op een aantal indicatoren. Voorbeelden van dergelijke indicatoren zijn o.a. de strijd tegen doping, strijd tegen matchfixing en ook sociale verantwoordelijkheid met daarin bevorderen van gelijkheid en diversiteit. Wordt het niet eens dringend tijd dat we racisme en discriminatie binnen die code benoemen als een strijdpunt met een heel groot uitroepteken erachter? Ik denk dat niet, ik ben daar rotsvast van overtuigd!

Ik vind dan ook dat er dringend in Vlaanderen een tandje worden bijgestoken om de kwalen racisme, discriminatie en pesten met wortel en al uit te roeien. Vandaag lanceerde ik daarom in de plenaire zitting van het Vlaams parlement een concreet voorstel. Naast de vorming van trainers en scheidsrechters waar de minister op inzet steun ik het voorstel van Beloy voor een apart meldpunt rond racisme en discriminatie op de voetbalbond. De bond moet zich volgens mij engageren om elk individueel geval grondig te laten onderzoeken of het alsnog door te spelen naar de bevoegde instanties buiten het voetbal zoals de politie of Unia. Ik citeerde ter afsluiting het begin van het boek ‘Vuile Zwarte’: “Het is met racistische incidenten in het voetbal zoals met verkrachtingen: je weet dat het ergens in je buurt nú gebeurt, maar je hoort of leest er nauwelijks wat over. Omdat het slachtoffer zich schaamt. Of omdat het slachtoffer vreest voor represailles van de daders, als het hen 'verraadt'. Of omdat het slachtoffer niet gelooft dat de politie veel werk zal steken in het opsporen van de dader(s).”

Zie ook mijn tussenkomst hierover in de plenaire vergadering van woensdag 29 november (bijlage)