Een nieuwe peiling in negen Europese lidstaten toont aan dat het Brexit-referendum mogelijk een domino-effect zal veroorzaken waarbij ook andere landen een gelijkaardig referendum zullen eisen. Eens te meer wordt duidelijk dat de Europese Unie in het defensief zit en dat nationalisme knaagt aan de funderingen van een project dat Europa vrede én voorspoed heeft gebracht.

De EU evolueert steeds meer naar een breed politiek project dat de belangen van de burgers beschermt. De nachtmerrie van neoliberalen

Nu ja, aan dat laatste wordt steeds meer getwijfeld. Aan de uiterste linkerzijde van het politieke spectrum wordt de EU verweten een technocratisch project te zijn dat louter de belangen van de financiële sector en de multinationals behartigt in schimmige achterkamertjes. Aan de rechterzijde is het gebrek aan democratische legitimiteit ook aan de orde, maar in het discours van rechts bedreigt de Unie vooral de nationale identiteit én de soevereine macht om die identiteit te bewaren en te beschermen.

Volgens de Britse hoogleraar en politicoloog Simon Hix leeft het Brexit-gevoel - de wens om de Unie te verlaten - vooral bij lidstaten die "de last van de regelgeving voor het bedrijfsleven willen verminderen" (DM 9/5). De analyse van Hix is opmerkelijk en belangrijk, omdat ze erop wijst dat het streven om de Unie af te bouwen een politiek-economisch project is, gericht op deregulering. Het lijkt lang geleden dat we de analyse maakten dat precies die deregulering de oorzaak was van de financiële en economische crisis.

Het uiteenvallen van de Unie is in werkelijkheid voor heel wat rechtse politieke partijen een neo-liberaal economisch project. Zij willen samenwerking tussen landen beperken tot een economische samenwerking, zonder lastige beperkingen en regels op het gebied van duurzaamheid, sociale- of consumentenbescherming. Dat toont aan dat - ondanks alle gebreken - de Unie steeds meer evolueert van een economisch project naar een breed politiek project dat wel degelijk de belangen van haar burgers wil beschermen met pan-Europese regelgeving. Dat is de nachtmerrie van neoliberalen.

Alleen, het politieke project om Europa af te bouwen in de hoop verder te kunnen dereguleren, krijg je niet verkocht aan het kiezerspubliek. Er moet dus een emotioneel glijmiddel gevonden worden zodat het neoliberale project van een gedereguleerd Europa vlotjes kan geslikt worden. Dat glijmiddel is het zogenaamde identiteitsvraagstuk, of zoals Europees parlementslid Sander Loones (N-VA) op de Dag van Europa stelde: "De 21ste eeuw wordt die van de identiteit." Identiteit is een metafoor voor 'wij' tegen 'zij', waarbij 'zij' de migranten zijn die 'onze' identiteit komen bedreigen.

We mogen niet naïef zijn, migratie is wel degelijk een indrukwekkende uitdaging, maar die lossen we niet op door etnisch-culturele identiteiten tegen elkaar uit te spelen. Nochtans gebeurt net dat in de Brexit-debatten. Een van de belangrijkste eisen van Cameron om in de Unie te blijven, was immers de mogelijkheid om de toegang tot de sociale zekerheid voor migranten te beperken. De vraag of het Verenigd Koninkrijk al dan niet tot de Unie wil blijven behoren, werd zo een vraag over migratie.

Bij ons speelt N-VA dat tactische spel. Van een traditioneel Vlaams-nationalistische partij heeft ze zich ontpopt tot een voorvechter van een neoliberaal economisch model dat zo min mogelijk regels wil voor het bedrijfsleven, fraude nauwelijks wil bestrijden en vooral de bevolking wil laten opdraaien voor de gevolgen van de crisis.

Net die partij profileert zich steeds sterker als een Eurokritische partij. Bijgevolg gebruikt ze ook het 'identiteitsvraagstuk' in de hoop de Europese solidariteit af te bouwen en zo het glijmiddel te creëren voor een politiek project van deregulering. De partij zet zich op die manier in de 'vaart der Brexit-volkeren' om ook hier het klimaat te kunnen keren. Voorlopig zonder al te veel succes, want de Belgen zijn nog steeds de grootste voorstanders van een sterk Europa.