De inschrijvingen in het Leuvens middelbaar onderwijs tonen aan dat er dringend capaciteitsmiddelen moeten bijkomen. Ingeval die uitblijven, pleit ik voor een voorrangsregeling voor Leuvenaars of een systeem dat rekening houdt met de afstand van de woonplaats tot de school.

Een geschikte middelbare school vinden levert veel ouders een pak kopzorgen op. Elk jaar in mei, de periode van de toewijzing van de plaatsen in het Vrije (Katholieke) Net, krijg ik als schepen van onderwijs heel wat bezorgde reacties te horen. Teleurstelling en kwaadheid ook. Heel begrijpelijke reacties. Beeld je in dat je het bericht krijgt dat je kind niet terecht kan in een van de voorkeursscholen op wandelafstand, maar dat het dagelijks een half uur zal moeten pendelen naar een school ver buiten de buurt.

Wachtlijsten

Het probleem doet zich vooral voor in het Vrije (Katholieke) Net. Momenteel staan in Leuven zo'n 80 leerlingen met een voorkeur voor een katholieke middelbare school op een wachtlijst. Voor hen is het koffiedik kijken waar hun kind na de zomer terecht komt. Het systeem van inschrijven, verschillend voor de netten die hierover de vrije keuze hebben, is de boosdoener.

In het online aanmeldsysteem, in Leuven enkel gebruikt door het Vrije Net (systeem is geen eigendom en niet in beheer van de stad), geven ouders een lijst van voorkeursscholen op. Vervolgens kent de computer lukraak plaatsen toe. Met de woonplaats van de ouders of de campus waar het kind eerder school liep, houdt het systeem geen rekening. En dat leidt voor teveel ouders dagelijks tot moeilijke situaties.

Ik besef dat dit Vlaamse regelgeving en geen keuze van de katholieke scholengemeenschap is. Daarom pleit ik sterk voor een oplossing vanuit Vlaanderen die mogelijk maakt dat Leuvense leerlingen dicht bij huis naar school kunnen gaan. Natuurlijk zijn leerlingen die in de eigen gemeente geen school kunnen lopen welkom in onze stad. Met meer middelen kunnen we extra plaatsen creëren voor iedereen.

Druk op Leuvense scholen

Dat Leuven een centrumfunctie vervult en heel wat leerlingen aantrekt van buiten de stad verklaart mee de druk op onze scholen. Meer dan 60% van de middelbare scholieren is niet-Leuvenaar. En dat aantal neemt toe. Uit de prognose van Vlaanderen zelf blijkt dat we in Leuven tegen 2020 afstevenen op een tekort aan meer dan 1000 plaatsen.

Als schepen van onderwijs heb ik maar een deel van de sleutels in handen om tot een oplossing te komen. Scholenbouw en capaciteitsuitbreiding is de bevoegdheid van Vlaanderen. Ook het inschrijvingssysteem van het secundair onderwijs overstijgt mijn bevoegdheid, in tegenstelling tot dat van het basisonderwijs. Daar zijn we dit jaar, na jaren van gesprek, samen met de onderwijspartners van alle netten van start gegaan met een efficiënt en correct systeem. Hierbij houden we voor de schaarse plaatsen rekening met de afstand tot de woonplaats. Kinderen die dichter bij de school wonen krijgen voorrang. Dit in combinatie met de 500 extra plaatsen die we met het onderwijsveld gecreëerd hebben, met de steun van Vlaanderen, zorgde ervoor dat 98% van de ouders kon inschrijven in een school van voorkeur.

Natuurlijk willen we als centrumstad kwalitatief onderwijs blijven aanbieden aan iedereen en kijken we verder dan onze gemeentegrens. Maar aan een moeder uit Heverlee krijg ik niet uitgelegd waarom een leerling uit Vilvoorde wel een plaats toegekend krijgt in Leuven en zij op de wachtlijst terecht komt.

De noden zijn meer dan duidelijk. De Vlaamse Overheid, verantwoordelijk voor onderwijs, moet dringend bijkomende middelen voor 1000 extra plaatsen voorzien en over de brug komen met een rechtvaardig inschrijvingssysteem.