Is voetballen op kunstgras kankerverwekkend? Het is een vraag die in oktober vorig jaar bij onze noorderburen voor heel wat opschudding zorgde na een reportage van het Nederlandse onderzoeksprogramma Zembla. Daarin beweerden wetenschappers dat het Nederlandse Volksgezondheidsinstituut RIVM nooit goed heeft onderzocht of schadelijke chemische stoffen in rubberkorrels op kunstgrasvelden tijdens het spelen in het lichaam terecht kunnen komen. Aangezien maar liefst 95 procent van alle Europese kunstgrasvelden is ingestrooid met dubieuze rubberkorrels uit afgedankte autobanden (waarin potentiële risicostoffen als lood, zink en benzeen zitten verwerkt), was er dus ook in ons land genoeg reden voor ongerustheid.

Toch stelde Volksgezondheid dat er in België geen reden is tot paniek. De Belgische wetgeving legt – gelukkig – veel strengere normen op voor giftige stoffen dan de Nederlandse. In producten die op kinderen gericht zijn, mag er bijvoorbeeld ‘maar’ een halve milligram gevaarlijke stof per kilo rubberkorrels zitten. Bovendien zijn de 63 kunstgrasvelden die met de steun van de Vlaamse overheid werden aangelegd conform de Europese regelgeving. Minder positief is dat er alleen al in Vlaanderen nog een 250-tal andere kunstgrasvelden liggen waarvan voorlopig niet geweten is of ze aan de gezondheidsregels voldoen.

Dat politieke en economische belangen de bovenhand krijgen op gezondheid werd pijnlijk duidelijk in Nederland waar – naar verluidt onder druk van de machtige bandenlobby – zowaar gepleit werd voor soepele regels met betrekking tot het zogenaamde rubbergranulaat. Daarbij steunend op een weinig solide en haastig rapport van het RIVM waarin wordt gesteld dat – hoewel er wel degelijk sprake is van de aanwezigheid van potentiële kankerverwekkende stoffen – er geen gezondheidsrisico’s zijn bij het spelen op kunstgras omdat de schadelijke stoffen in het granulaat opgesloten zitten en dus niet kunnen vrijkomen.

Een nieuwe Zembla-reportage presenteerde intussen resultaten van proeven met zebravisjes en zebravisembryo’s – dieren die gebruikt worden om aandoeningen zoals ADHD en autisme te onderzoeken, maar ook in kankeronderzoek worden ingezet omdat kanker zich bij zebravisjes op dezelfde manier als bij mensen ontwikkelt. Deze diertjes werden blootgesteld aan water waarin rubberkorrels hebben gelegen. Uit de opmerkelijke resultaten van het onderzoek blijkt dat de schadelijke stoffen in de rubberkorrels wel degelijk vrijkomen: alle 40 embryo’s gaan namelijk binnen de vijf dagen dood en de visjes vertonen hyperactief gedrag. Voldoende bewijs voor wetenschappers om de conclusies van het RIVM ernstig in twijfel te trekken en het sporten op kunstgrasvelden met rubberkorrels af te raden.

Ook bij ons in Limburg wil men het zekere voor het onzekere nemen en niet langer blijven wachten op de beloofde rapporten van de minister van Sport en van Sport Vlaanderen. De stad Sint-Truiden gaat de rubberkorrels op al haar kunstgrasvelden zo snel mogelijk preventief verwijderen en door ongevaarlijke alternatieven vervangen, het Belang van Limburg pakt eerdaags uit met een studie van de UHasselt die stalen hebben genomen van 19 Limburgse kunstgrasvelden en ook ikzelf blijf dit brandend actuele thema op de voet volgen. Want, om Nederlands professor en hoogleraar hematologie Bob Löwenberg te citeren: “Het is niet bewezen dat voetballen op kunstgras schadelijk is voor de gezondheid. Maar: het tegendeel ook niet!” Waarom zouden we dus het risico nemen om met de gezondheid van onze kinderen te spelen als we weten dat er met kurk, kokos of zelfs zand voldoende zorgeloze alternatieven beschikbaar zijn?