Beleid aanpassen, levens veranderen. Onder dat motto organiseert de OESO, de studiedienst van de welvarende wereld, deze week haar jaarlijkse congres in Mexico. Daar ontmoette ik de eregast van het congres, Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz. De 72-jarige Amerikaan verkondigt al jaren dat markten ontsporen als je ze niet grondig reguleert.

Nieuwe regels maken en implementeren voor een markteconomie die de hele samenleving dient, én een geloofwaardige overheid die daarop toeziet.

En dat ongelijkheid een keuze is, geen natuurgegeven.

Stiglitz is een believer van de actieve, sturende overheid. Hij gelooft dat verstandig beleid markten béter doet werken, de economie in goede banen leidt en ongelijkheid vermindert. De les van Stiglitz is dat de markt niet mag worden verketterd, maar dat de markt zo gereguleerd moet worden dat zij ten dienste staat van de mensen en hun leefomgeving. In plaats van omgekeerd, zoals nu het geval is.

Hij heeft ook een heldere mening over Europa: meer groei en minder ongelijkheid moeten bovenaan de Europese politieke agenda staan. To nu was het tegenovergestelde het geval. Het Europese beleid heeft jaren van recessie in de hand gewerkt en een scherp groeiende ongelijkheid opgeleverd. Logisch dus dat (nieuwe) politieke formaties opkomen met recepten buiten de grenzen van de mainstream. Logisch ook dat verschillende partijen met een lange traditie en geschiedenis inzien dat de keuze voor een teugelloos kapitalisme en een terugwijkende overheid niet meer werken. Nieuwe en vaak radicale recepten floreren.

De OESO formuleert nieuwe beleidsrecepten, biedt ons nieuwe politieke keuzes voor de steriele pensée unique waarvoor zogenaamd geen alternatief bestaat. De voorspelbare reactie van de gevestigde marktmachten is dat de alternatieven van de OESO geen échte alternatieven zijn. ‘Zo werkt de economie niet”, zeggen ze dan. Om in één adem de gevestigde marktmachten en machtige bedrijfslobby’s hun zin te geven.

Ik ken dat discours maar al te goed. We hebben het al eens gehoord, toen we in Dublin in 2013 samenkwamen om banken te verplichten hun gegevens automatisch uit te wisselen, een voorwaarde voor een rechtvaardige belastinginning en een efficiënte fraudebestrijding. Deze redelijke verplichting haalde het, ondanks een vurige financiële lobbycampagne ertegen, en de furieuze pogingen van economisch rechts om de publieke opinie tegen gegevensuitwisseling op te zetten. Hetzelfde draaiboek ontrolde zich toen de OESO dit jaar haar nieuw belastingsysteem voor multinationals uit de doeken deed. Ook dat voorstel kreeg fanatieke tegenkanting van the powers that be. Ook dat is er uiteindelijk doorgekomen. Gelukkig maar.

De politiek loopt ver achter op de economische wetenschap. Dertig jaar terug al toonde Stiglitz aan dat markten alleen blijven werken als ze correct gereguleerd worden. Jaar na jaar worden Nobelprijzen economie gewonnen door onderzoekers die ons inzicht bieden in de onvolmaakte werking van volstrekt vrije markten, onderzoekers die de nood van regulering bewijzen, onderzoekers die aantonen hoe goed beleid de economie tot dienstmaagd kan maken van meer welvaart, minder armoede en minder ongelijkheid.

De sociaaldemocratie moet zich laten inspireren door denkers als Stiglitz en andere regels voor de economie formuleren. 'Rewriting the rules', zoals hij het zelf noemt. Regels voor welvaart, voor een goede economie, voor minder ongelijkheid, voor een beter milieu. En daar ook aan vasthouden.

Vandaag groeit ook politiek de tegenbeweging tegen ongebreideld en agressief kapitalisme in de geïndustrialiseerde wereld. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld steunt Stephen Wozniak, één van de oprichters van Apple, de campagne van Bernie Sanders, de linkse challenger van Hillary Clinton. Sanders noemt zich openlijk een socialist, een heiligschennend woord in de VS. De Amerikaanse goegemeente staat er beduusd naar te kijken. In Vlaanderen slaat de slinger even de andere kant uit. Maar de idee dat meer ongelijkheid, meer egoïsme en meer verdeeldheid beter zijn voor welvaartscreatie is achterhaald. En is op vele plaatsen buiten België al op zijn retour.

Een andere markteconomie met nieuwe regels kan niet zonder geloofwaardige overheden en overheidsinstellingen. Het zijn zij immers die de nieuwe economische regels moeten invoeren en afdwingen. Precies daarom behandelt de OESO op haar congres ook het probleem van te weinig geloofwaardige overheden. Als dat probleem niet opgelost wordt, blijft een nieuwe economie ten dienste van mens en milieu een fata morgana. Dat kunnen we ons op geen enkele manier veroorloven.

De opdracht is dus helder als het water uit een Zwitsers bergbeekje: nieuwe regels maken en implementeren voor een markteconomie die de hele samenleving dient, én een geloofwaardige overheid die daarop toeziet.