Yanis Varoufakis, de naam zegt u misschien (nog) niets, maar deze economieprofessor is sinds de Syriza-verkiezingsoverwinning de nieuwe Griekse minister van Financiën. Hij speelt een belangrijke rol in de onderhandelingen tussen Griekenland en de zogenoemde trojka (1) (Europese Commissie, ECB en IMF) over het volgende pakket aan steunmaatregelen. Het is dan ook bijzonder interessant om te weten hoe hij als gerenommeerd econoom tegenover het Europese crisisbeleid staat. In deze blogpost vatten we zijn voorstel samen (dat hij in 2013 (2) samen met Stuart Holland en James Galbraith schreef) om Griekenland uit het slop te halen. We zijn er immers van overtuigd dat dit voorstel een aantal nuttige elementen bevat om de eurocrisis aan te pakken.
Zijn zogenoemde ‘Modest Proposal’ biedt een oplossing voor verschillende deelaspecten van de crisis en kan bovendien vrij snel in werking treden, omdat het geen wijzigingen van Europese verdragen, nieuwe instituties of tijdrovende procedures vereist. Het voorstel bestaat uit vier assen, omdat de analyse van de crisis vierdelig is: bankencrisis, schuldencrisis, onderinvesteringen en sociale crisis.  Het ‘Modest Proposal’ van Varoufakis, Holland en Galbraith zoekt een middenweg tussen het contraproductieve bezuinigingsbeleid van de voorbije jaren enerzijds en een beleid dat politiek haalbaar is anderzijds.

1. Band tussen problematische banken en overheid doorknippen

De vicieuze cirkel waarbij een overheid insolvabele banken herkapitaliseert, maar precies daardoor  haar schulden ziet toenemen en zelf in de (schuld)problemen komt, moeten we doorbreken, zo vinden Varoufakis en co. In die zin biedt de bankenunie een uitstekend alternatief, maar om verschillende redenen lukt het (nog) niet om die bankenunie te voltooien. Daarom stelt Varoufakis voor om stap voor stap te werken en het ESM (European Stability Mechanism) in te schakelen om een bank mee te herkapitaliseren. Met andere woorden, niet langer de lidstaat zelf herkapitaliseert, maar wel het ESM. Tegelijk wijst Varoufakis het prudentieel toezicht over die bank aan de ECB (Europese Centrale Bank) toe, zoals nu al het geval is voor systemische banken. Op die manier verhoogt de overheidsschuld niet en is een Europese instelling verantwoordelijk voor het toezicht op een bank die met Europees geld is gered. Dit procédé is een stap in de vorming van een échte bankenunie met gemeenschappelijke depositogarantie.

Varoufakis’ dreiging van een ‘totale default’ van de Griekse overheid lijkt op zo’n scenario aan te sturen. Want als Griekenland failliet verklaard wordt, zijn ook de grote Griekse banken - met 15 miljard van de schuld op hun balans - failliet. En zo komen ze in handen van de ECB en het afwikkelingsmechanisme.

De Griekse schuld is als volgt verdeeld:

Bron: Open Europe

 

2. Deel van overheidsschuld in ECB-schuld omzetten

Eurobonds - gegarandeerd door de verschillende eurolanden samen – worden uitgegeven aan een rente die per definitie tussen de Duitse (laagste) en de Griekse (hoogste) rente op overheidsobligaties ligt. Met andere woorden: een rente die altijd te hoog is voor Duitsland, maar nooit laag genoeg is voor landen als Griekenland en Portugal. Daarom stelt Varoufakis voor dat de ECB obligaties uitgeeft in een ‘Limited Debt Conversion Program’, waarbij ze middelen op de kapitaalmarkt ophaalt. De ECB kan zo als tussenpersoon optreden om de schuld van de lidstaat te herfinancieren, tot de Maastrichtnorm van 60% van het BBP bereikt is. Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen ‘goede’ en ‘slechte’ overheidsschuld, waarbij de ECB de ‘goede’ schuld (tot 60% van het BBP) beheert en de lidstaat de ‘slechte’ (boven 60% van het BBP). De lidstaat blijft wel zelf verantwoordelijk voor de terugbetaling van de ECB-bond voor zijn land.
Omdat de ECB een veel grotere kredietwaardigheid heeft en goedkoper kan lenen, helpt dit systeem pas écht de lidstaat in crisis. Bovendien heeft de terugbetaling van de schuld via een ECB-bond voorrang op de terugbetaling van andere schulden en dus zijn ze minder risicovol.  De rentevoet op de ‘goede’ schuld daalt, maar de rente op de ‘slechte’ niet (of veel minder). Zo zou er geen risico zijn op ‘moral hazard’ en hebben lidstaten er evenveel belang bij om hun overheidsfinanciën op orde te hebben.
Bovenstaand voorstel is één van de vele varianten van de Eurobond (zie onder meer Bruegel http://www.bruegel.org/nc/blog/detail/article/837-paths-to-eurobonds/). Maar hoe groot ook de economische voordelen van deze voorstellen, ze botsen altijd op de politieke beperking dat Duitsland ze niet wil. De vraag is welke maatregelen dan wel (politiek) haalbaar zijn om de Griekse economie opnieuw op gang te krijgen. De Bruegel-denktank lijstte de mogelijkheden op (zie  http://www.bruegel.org/nc/blog/detail/article/1551-greek-choices-after-the-elections/)
Onze verwachting is dat de hoge Griekse overheidsschuld (175% van het BBP) wellicht niet wordt kwijtgescholden, maar dat de eurolanden en het IMF de terugbetalingstermijn verder zullen verlengen en eventueel afhankelijk maken van de economische groei.

3. Meer investeren via de Europese Investeringsbank (EIB)

Door de crisis in de eurozone wordt er veel te weinig geïnvesteerd. Dat tast het groeipotentieel op termijn aan. Door het gebrek aan vertrouwen worden investeringen uitgesteld en sparen bedrijven en gezinnen veel meer. Met de Europese Investeringsbank (EIB) beschikt de EU nochtans over een zeer goed instrument om Europese investeringen - in bijvoorbeeld infrastructuur - te verhogen. Maar de EIB investeert alleen als ook de lidstaat co-investeert voor 50%. Het spreekt echter voor zich dat landen die het meeste nood hebben aan investeringen om hun economie uit het slop te halen, te weinig middelen hebben om die 50%-norm te halen. Daarom stelt Varoufakis voor om de EIB samen met de ECB (Europese Centrale Bank) te laten investeren, om zo een ECB-bond uit te geven op naam van de betrokken lidstaat. Met de opbrengsten van die investering kan de lidstaat zowel de EIB als de ECB terugbetalen. Op die manier wordt het investeringstekort aangepakt en wordt de economie zuurstof ingeblazen.
Het Europees investeringsplan van Juncker volgt dat spoor, maar er rijzen twijfels of het direct effect zal hebben in Griekenland. De Grieken hebben immers een beperkte export. Maar in elk geval kan een herleving van de eurozone de Griekse economie enkel helpen.

4. Humanitaire crisis bestrijden mét Europa om zo EU te versterken

De eurocrisis gaat in Zuid-Europese landen gepaard met een humanitaire crisis. Varoufakis wil dat de eurozone rechtstreeks hulp (bijvoorbeeld voedselhulp) biedt aan de getroffen inwoners, in plaats van onrechtstreeks via de lidstaten. Deze rechtstreeks hulp financiert Varoufakis via het afrekeningssysteem van het ‘Eurosystem’, het zogenoemde Target2-systeem. Dat systeem regelt de afrekening tussen nationale banken binnen de Eurozone. In normale tijden is die afrekening zo goed als in evenwicht, maar in crisistijden hebben nationale banken van Griekenland of Portugal grote tekorten tegenover die van bijvoorbeeld Duitsland of Oostenrijk. Op die schulden betalen de Grieken intresten en het zijn precies die intresten die Varoufakis wil gebruiken om voedselhulp rechtstreeks te financieren. Zo zou niet alleen de honger in deze landen worden gestild, maar wordt ook het draagvlak voor de euro en de Europese Unie versterkt.
Dit systeem van rechtstreekse voedselhulp op basis van een monetair balanceringsmechanisme lijkt bijzonder omslachtig, maar houdt een broodnodige correctie in: landen met exportoverschotten (zoals Duitsland) lenen nu immers geld uit aan debiteurlanden ( ‘klanten’ zoals Griekenland) en verdienen daar nog een keer geld mee. Met Varoufakis’ voorstel haal je die onrechtvaardigheid weg en creëer je een (verborgen) solidariteitsmechanisme van crediteurlanden naar debiteurlanden. Mocht dit onhaalbaar zijn, kan de EU uiteraard extra Europese middelen voor voedselhulp en armoedebestrijding inschrijven in de Europese begroting.

Conclusie: Het voorstel dat de huidige Griekse minister van Financiën enkele jaren geleden deed -  samen met gerespecteerde economen als Stuart Holland en James Galbraith - is het onderzoeken waard. Het doel is immers een haalbare en realistische Europese tussenweg, een weg tussen bezuinigingsbeleid en Europese solidariteit. Maar de vraag blijft of zulke voorstellen ook politiek haalbaar zijn. Het antwoord hangt af van de openheid van alle ministers van Financiën van de eurozone. De onderhandelingen zijn alvast aan de gang nu een nieuwe Griekse regering is gevormd. Hoe snel en in welke richting is voorlopig nog koffiedik kijken.