Toen ik jaren geleden als beginnend advocaat mijn eerste appartement huurde, kon ik geen 4 maanden huur in één keer op tafel leggen. Ik ken mensen genoeg in mijn vriendenkring die na een relatiebreuk ook niet onmiddellijk in staat zijn om dergelijk bedrag op te hoesten. Je boft als je in dat geval op familie of vrienden kan terugvallen. In het slechtste geval kun je de woning gewoon op je buik schrijven.

Een centraal huurwaarborgfonds heeft alleen maar voordelen: het vergroot de toegang tot de private huurmarkt, het maakt wonen voor een huurder een stuk betaalbaarder én biedt dezelfde zekerheid aan de verhuurder.

In de wetenschap dat de huurprijs vandaag gemiddeld 581 euro bedraagt, betekent dit dat de huurder –afhankelijk van het geval- gemiddeld een kleine 1.200 tot 1.800 euro dient op te hoesten bovenóp de eerste maand huur. Onnodig te zeggen dat dit een enorme drempel is, zeker voor mensen met een kwetsbaar profiel of jonge starters.

Iedereen is het erover eens dat de private huurmarkt het meest kwetsbare segment van de woonmarkt is. Die private huurmarkt verschraalt, de verhouding tussen de huurprijs en de kwaliteit is steeds meer scheef getrokken. Een steeds groter wordende groep huurders spendeert maandelijks meer dan één derde van zijn of haar inkomen aan woonkosten en het is vooral op de private huurmarkt dat discriminatie een schrijnend probleem is.

Verschraling

Iedereen is het er ook volmondig over eens dat we de private huurmarkt sterk en nadrukkelijker moeten ondersteunen. De teneur – over alle partijen heen - is dat we een verdere verschraling koste wat het kost moeten tegenhouden als we het recht op wonen willen garanderen voor iedereen. sp.a maakt wat dat betreft duidelijke keuzes.

Een centraal huurwaarborgfonds heeft alleen maar voordelen: het vergroot de toegang tot de private huurmarkt, het maakt wonen voor een huurder een stuk betaalbaarder én biedt dezelfde zekerheid aan de verhuurder. En kers op de taart: een centraal garantiefonds kan een bijzonder rendement opleveren als alle huurwaarborgen, die vandaag op tienduizenden individuele rekeningen zijn gedeponeerd, op één centrale rekening worden geplaatst. Geld dat op zijn beurt in de private huurmarkt kan worden geïnjecteerd.

We reiken maatregelen aan voor de eigenaars. We moeten de verhuurder tevreden en gemotiveerd houden, zodat dat hij zijn woning op die private huurmarkt houdt, niet de handdoek in de ring gooit en zijn woning verkoopt. We moeten er met ander woorden voor zorgen dat die verhuurder een redelijk rendement uit zijn huurwoning kan halen én dat we hem voldoende zekerheid kunnen bieden. De zekerheid bijvoorbeeld dat hij kan terugvallen op een gegarandeerde huurwaarborg als er na beëindiging van het huurcontract schade aan zijn woning mocht zijn.

OCMW

En we reiken maatregelen aan voor de huurders. Voor veel potentiële huurders is de huurwaarborg een zware financiële dobber. De huurwetgeving voorziet immers dat de huurwaarborg twee maanden huur bedraagt, als de huurder dat bedrag in één keer op tafel kan leggen. Kan hij dat niet, dan betaalt hij drie maanden huur of moet hij bij het OCMW of de bank aankloppen. Hier zit al een flinke adder onder het gras. Uit het Woononderzoek blijkt dat 1 op 3 verhuurders niet bereid is om te verhuren aan huurders die hun waarborg via het OCMW moeten volstorten.

Een centraal huurwaarborgfonds biedt oplossingen. Het geeft aan de private huurder de mogelijkheid om de huurwaarborg in schijven te betalen. De verhuurder van zijn kant heeft de garantie dat hij de waarborg in één keer ontvangt uit het fonds en bovendien weet hij niet of de huurder al dan niet in schijven terugbetaalt. Dat sluit meteen ook discriminatie uit. Een centraal huurwaarborgfonds heeft dus alleen maar winnaars. Je vraagt je af waarom er dan zo moeilijk over wordt gedaan?

Dit opiniestuk verscheen in De Tijd (21/03)