Sander Loones maakt een pertinente analyse van het falen van het Europees beleid op vlak van asiel of de werking van de eurozone. Maar zijn eurorealistische oplossing is meer van de Unie die we de voorbije jaren zagen: telkens strengere regels in ruil voor geld. Zo geraken we er niet. Een Unie gebaseerd op discipline in ruil voor geld is een eindige Unie. De volgorde moet omgedraaid: gezamenlijk investeren voor het goed van de Europese burgers om de opgeklopte tegenstelling tussen solidariteit en verantwoordelijkheid weg te werken. Is dat realistisch? Misschien niet. Maar  welke Unie houden we over in de politiek realistische scenario’s? 
Migratie, economische groei en jobs zijn volgens de Europeanen de prioriteiten voor de EU volgens de Eurobarometer. Anders gezegd: de EU moet zorgen voor meer jobs en stijgende inkomens, gecontroleerde migratie en stabiele grenzen om relevant te zijn. Niets van dat alles is in zicht. Bart De Wever en Sander Loones maken ook die vaststelling en concluderen dat de Unie de lidstaten tegenhoudt om ‘goed beleid’ te voeren. Ik draai het om: het noodzakelijke beleid van de Unie wordt tegengehouden door eurorealisten zoals Loones en politieke leiders als Bart De Wever. Het gevecht voor Europa gaat niet over de verdeling van bevoegdheden maar over de richting van het beleid. Het beleid is nu zo slecht dat zelfs EU believers zoals ik zich beginnen af te vragen of het nog de moeite is. We zijn op een punt gekomen waar niet alleen desintegratie een reële mogelijkheid lijkt, maar het ook steeds moeilijker wordt om te zien waarom het alternatief zoveel slechter zou zijn. 
De typische EU-bubbel-reactie is om dan over de structuren te beginnen. De believers zien de oplossing in meer Europa: ‘We kunnen geen beter beleid voeren, want de structuren verhinderen ons. Meer integratie zal de problemen oplossen.’  De sceptici zien de oplossing precies in minder Europa: ‘We moeten uit de verdragen stappen om juist beleid te voeren’. Eerlijk, het structuur-argument overtuigt me niet meer. De Unie zal allicht nooit af zijn (net zomin als België allicht nooit helemaal verdampt). Maar zelfs als: wat doen we dan ondertussen? Van de ene crisis naar de andere hollen? Het cliché is dat Europa vooruitgaat via crisissen. Maar heel zeker is dat na deze zomer niet meer.
Het EU crisisbeleid was op de leest van Loones geschoeid: solidariteit enkel op voorwaarde van strengere regels van de lidstaten. De EU waakte erover dat banken werden gered zonder staatssteun en dat de overgenomen schulden zo snel mogelijk worden weggewerkt via een bezuinigingsbeleid. De EU maakte van de nood aan steun gebruik om structuurhervormingen af te dwingen. Resultaat: Terwijl Barrack Obama de ene infografiek na de andere publiceert die toont dat de crisiswerkloosheid volledig is weggewerkt en het beleidsfalen na de crisis van 1929 is vermeden, moeten wij ons tevreden stellen met het bericht dat het de Europese economie opnieuw groeit na een dubbele recessie maar helaas nog geen jobs creëert. De bankenunie, het investeringsplan, de begrotingsflexibiliteit, het is allemaal verdienstelijk maar daar zit voorlopig niets in voor de reële economie van onze werknemers. We moeten de logica omdraaien: eerst de inkomens en dan de structuren. Het is dringend tijd dat Europese werknemers de meerwaarde van Europa in hun lonen en inkomens voelen. Eerst de groei, dan de schuld. Die betalen we terug wanneer de economie weer op volle toeren draait, bijvoorbeeld met een Europese vermogensbelasting of een speciale Europese bankenbelasting. Voorlopig is niets daarvan realistisch in de huidige EU. Maar anderzijds: er zit ook geen EU meer in wat wel politiek realistisch is. Want als het enkel is om Zuid-Europa te disciplineren in ruil voor steun en je eigen loon en pensioen te matigen voor competitiviteit zonder groei, waarom zou je als werknemer als België nog zo’n Unie willen?
Neem de vluchtelingencrisis annex grenzencrisis annex veiligheidscrisis. Uit elke Eurobarometer blijkt dat de EU-burgers met grote meerderheid voorstander zijn van een gezamenlijk migratie, veiligheid en buitenlands beleid. Uit de Eurobarometer over veiligheid van april 2015 blijkt dat de burgers de veiligheid in eigen land groter achten dan die in de EU als geheel, met uitzondering van de burgers van bijna alle lidstaten aan de oostgrens van de Unie en Italië. Anders gezegd: de oostgrens wordt gezien als een onveiligheidsgrens. Opnieuw zien we dezelfde dynamiek als in de eurozone-crisis: de EU in zijn geheel maakt er een potje van en West-Europese burgers concluderen dat ook deze rekening voor hen is. Hun leiders beloven dit keer de Oost-Europeanen te disciplineren in ruil voor geld maar slagen er niet in. Resultaat: een disfunctioneel asiel- en migratiebeleid en verhoogd wantrouwen tussen west- en oosteuropeanen. Zo geraken we er niet. Opnieuw moeten we de volgorde omdraaien: stabiliseer de buren van de Unie, pomp EU-geld in grens- en migratiecapaciteit en zorg dat West- en Oost-Europeanen zich samen kunnen optrekken aan de EU-aanpak in plaats van mekaar verwijten te maken. Welk geld? Aangezien we onze olie en gas quasi volledig uit de regio’s trekken die voor instabiliteit zorgen, waarom dan niet een importheffing invoeren en herinvesteren in de buurlanden van de Unie? Als Rusland en Saoedi -Arabië het niet doen, dan doen wij het maar zelf. Realistisch? Allicht niet. Maar opnieuw: welke Unie houden we over in de politiek realistische scenario’s?
Een Unie gebaseerd op discipline in ruil voor geld is een eindige Unie, zeker als de betaler zelf nog maar weinig heeft aan die Unie. Is dit een probleem van structuren? Allicht gedeeltelijk. Maar het is vooral het gevolg van liberaal-conservatief beleid. Een hertekende eurozone of een Europeanisering van het grens- en veiligheidsbeleid heeft enkel zin als er ook een ander beleid mee gevoerd wordt. Een beleid dat niet gebaseerd is op het afkopen van loyauteit en disciplineren van gelijken maar van Europees investeren in gezamenlijke vooruitgang en sociale zekerheden. We moeten alle linkse en progressieve krachten bundelen om de Unie te redden van desintegratie met een project van sociale vooruitgang voor alle EU burgers. Niet door een nieuwe technocratische ronde van verdragswijzigingen maar door meerderheden te maken voor een nieuw, gedurfd progressief beleid en de macht van de eurorealisten à la Loones over te nemen op elk politiek niveau van de Unie.