Een meisje van 11 is meer waard dan een minister die de schouders ophaalt, zegt @freyabos

Hoe het is om aan de andere kant te zitten in het parlement? Het is een vraag die ik vaak krijg, nu ik de regering recht in de ogen kijk vanuit de oppositie. Dat ik weet wat het is om te besturen, zorgt er voor dat ik soms minder hard uithaal: als minister Vandeurzen (CD&V) nog maar eens komt vertellen dat hij te weinig geld heeft om de lange wachttijden in te korten voor betaalbare psychotherapie, hoor ik hem tussen de regels door roepen dat hij heeft gevochten voor meer budget, maar dat ‘de anderen’ het hem niet gunden. Op zo’n moment weet ik dat hij dat niet luidop kan zeggen – what happens op het Martelarenplein stays op het Martelarenplein – en schiet ik minder scherp dan iemand die zo’n discussies zelf nog niet meemaakte.

Maar evengoed zorgt het er voor dat ik soms kwader word dan een ander. Ik weet immers wat een minister wél vermag. Als een jongen van achttien sterft in een tent in de Blaarmeersen omdat hij niets en niemand meer heeft, verwacht ik van een minister dat hij handelt. Niet dat hij schimpscheuten uitdeelt aan parlementsleden die aanklagen dat jongvolwassenen alleen worden gelaten na een traject in de jeugdzorg. En als er een kind van elf in crisis wordt opgenomen in de volwassenenpsychiatrie, verwacht ik van minister De Block (Open Vld) dat ze iets doet aan het tekort aan plaatsen in de kinderpsychiatrie, niet dat ze het "spijtig, maar onvermijdelijk" noemt. Het mooie aan haar job is immers dat zij bij uitstek in een positie zit om te vermijden dat zo’n drama zich voltrekt. 

Wanneer ik daarop wijs, wordt me algauw verweten de minister persoonlijk verantwoordelijk te houden voor elk drama, munt te slaan uit de miserie van een ander, de illusie te voeden dat er zoiets als een nulrisico bestaat. Zo’n reactie is niets anders dan een poging om de aandacht af te leiden van boodschap naar boodschapper, uit angst dat het drama aan de kleren van de minister blijft kleven. Retoriek, om niet te moeten handelen. Veel woorden, om niet te moeten zeggen: ‘Ik zal alles doen wat ik kan’. Want daar gaat het over. Vandaag wordt niet alles gedaan wat kan. Er zijn veel jongvolwassenen die nergens heen kunnen op hun achttiende. En er zijn veel kinderen die belanden in instellingen waar ze niet thuishoren. Zo werden in 2014 – de meest recente beschikbare cijfers zijn dat – liefst 47 jongeren gedwongen opgenomen in een instelling waar niet eens een afdeling is voor kinderen en jongeren.

Regels overtreden

Hulpverleners vertellen me dat ze soms kunstgrepen toepassen om een kind te helpen. Dat ze al eens een extra bedje openklappen als een kind op de foute plek dreigt te belanden. Wanneer ze dat doen, mijnheer de minister, mevrouw de minister, overtreden zij uw regels. Regels die meer belang hechten aan de poort waarlangs iemand binnenkomt dan aan de plek waar dat kind belandt. En zo komt het dat kinderen in de volwassenenpsychiatrie belanden. Of zelfs vastgehouden worden in een politiecel. Ja, er is gebrek aan plaats, maar meer nog dan dat is er gebrek aan flexibiliteit. Aan ruimte voor een kindvriendelijke oplossing wanneer de administratieve weg een andere richting wijst.

Het is niet mijn bedoeling u met alle zonden te beladen. Het is niet omdat ik in de oppositie zit dat ik geen begrip kan opbrengen voor de moeilijke taak waar u voor staat. Maar stop ermee uw schouders op te halen in onverschilligheid, stop ermee te zeggen dat het allemaal toch zo spijtig is, en vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Stop ermee de grote onvermijdelijkheid te prediken. Doe waarvoor u aan die kant van de parlementsbanken zit. Want ik weet wel, u bent het niet die een kind in de volwassenenpsychiatrie stopt. U bent het niet die een kind alleen laat in een tent. Maar u bent het wel die de macht heeft is om middelen toe te wijzen. U bent het wel die procedures kan veranderen. U bent minister. U bent bevoegd. Ook wie geen schuld treft, hoort verantwoordelijkheid te dragen.

Freya Van den Bossche

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen (21/09/2017)