NEEMT HET MUSEUM BINNENKORT DE TAAK OVER VAN POLITIEK, MEDIA EN SCHOLEN EN WORDT HET EEN PLEK WAAR WE OPNIEUW ÉCHT LEREN DENKEN ? WEL ALS HET VAN CHRIS DERCON AFHANGT, DE BELG DIE SINDS VORIG JAAR DIRECTEUR IS VAN TATE MODERN, EEN VAN DE POPULAIRSTE MUSEA TER WERELD.

Tate Modern in Londen heeft een probleem. Het museum aan de Thames krijgt jaarlijks met zijn vijf miljoen bezoekers dubbel zoveel volk over de vloer dan eigenlijk voorzien was. Meteen de reden waarom sinds kort een leger bouwkranen achter het al vrij gigantische gebouw heeft postgevat : hier wordt aan een nieuwe vleugel gewerkt die tegen 2016 de oppervlakte van het museum moet verdubbelen.

Onder het dak van Tate Modern staan sinds de opening in 2000 zeven verdiepingen in teken van mens, cultuur en kunst. Gelijkvloers huist de museumshop met gadgets en nichelectuur. Op de derde verdieping loopt steeds de hoofdtentoonstelling - nog tot september toont Damien Hirst er dat hij meer is dan 'die van de diamanten doodskop'. Op de andere verdiepingen zijn er steevast een paar gratis expo's te vinden, een maatregel die in 2001 in de Britse nationale musea werd ingevoerd om meer publiek te lokken. En in de nok op de zesde verdieping zitten de bar en het restaurant, waar u bij de cappuccino zomaar even het beste panorama van Londen geserveerd krijgt.

Om maar te zeggen dat het niet echt verwonderlijk is dat Tate Modern, ondergebracht in het voormalige Bankside Power Station, het drukst bezochte museum voor schone kunst ter wereld is, populairder dan Moma in New York en Guggenheim in Bilbao.

Een golf van nationale trots ging vorig jaar dan ook door ons land toen de Belg Chris Dercon (53) benoemd werd tot directeur van het grote kunstschip. Hoewel, zó bekend was zijn naam nog niet bij het grote publiek. Dat veranderde toen hij onlangs een paar interviews gaf aan de Belgische pers. "Ik moest eerst de vier seizoenen van Tate Modern doorlopen, 365 dagen, die waren zwaar maar ontzettend leerrijk."

Eén blik op Dercons cv, en het is duidelijk waarom de Vlaming de ideale kandidaat was om van Tate Modern het voorbeeldmuseum van de 21ste eeuw te maken. Hij is een geoefend museumdirecteur met voelsprieten die ver voorbij de kunstwereld reiken. In interviews omschrijven vrienden en ex-collega's wel vaker zijn larger than life -persoonlijkheid, zijn rusteloze brein ("als een flipperkast") en tomeloze energie.

Toen de vacature vrijkwam aan Tate Modern moest Sir Nicholas Serota, de grote baas van de Tatemusea (naast Tate Modern ook Tate Britain, Tate Liverpool en Tate St Ives), niet lang twijfelen. "Chris Dercon heeft in München een aantal opmerkelijke tentoonstellingen opgezet en kunst van over de hele wereld getoond. Hij is de man om Tate Modern door zijn tweede decennium te leiden."

Aan de acht jaar in München, als directeur van Haus der Kunst, hield Chris Dercon de reputatie van controversiële keuzeheer over. Hij legde de fundamenten van het Duitse museum bloot, gebouwd op commando van Hitler. In 2009 gaf hij de Chinese kunstenaar en politiek activist Ai Weiwei een forum met diens tentoonstelling So Sorry , verwijzend naar de excuses die regeringen en bedrijven de laatste tijd non-stop aanbieden (of net niet) voor de chaos die ze veroorzaken. Tijdens zijn periode in München toonde Dercon dat politiek, kunst, mode of muziek (hij boekte er ook Patti Smith en Sonic Youth) voor hem allemaal thuishoren in het museum. Of misschien toonde de Lierenaar er vooral een sterk staaltje van wat de beroemde grafisch ontwerper Alan Fletcher the art of looking sideways noemde.

Hoe ook, met de tweede vleugel die momenteel in de steigers staat heeft Tate Modern ambitieuze plannen. Het gebouw, dat opgetrokken wordt onder leiding van de Zwitserse architecten Herzog & de Meuron, zal een plek worden waar kunstdisciplines als theater, dans en video, kortom live art , meer aandacht krijgen en waar learning centraal komt te staan.

"Het museum is een plaats geworden waar bezoekers allerlei soorten vragen stellen die de kunst overstijgen", verklaart hij. "Vragen over multiculturalisme, over wat het gezin precies is, over arbeid en ecologie. Debatten waarin het museum een bemiddelende rol zou moeten spelen als mensen zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de politiek, de media of pakweg hun voetbalclub."

In zijn kantoor hangt een Google Mapsafdruk tegen het prikbord met daarop Tate Modern aangekruist en in blauwe fluostift de wandelroute naar wat vermoedelijk de personeelsingang van het gebouw is. Voor Dercon geen groot afgezonderd bureau met een dikke directeursstoel. Zijn werkplek huist te midden van de gezellige drukte van het departement learning , het typeert zijn groepsgeest. Verder op het prikbord : een ansichtkaartje van München, een post-it met I like my job op neergepend.

Deze zomer gaan de kelders van de tweede vleugel al open: The Tanks. Ze maken deel uit van de Cultural Olympiad, een cultureel festival in Londen ter ere van het olympische jaar. "Anne Teresa de Keersmaeker is een van de topnamen die er deze zomer zullen performen. Ze brengt er haar debuut Fase uit 1982 in een nieuwe uitvoering." Dercon en De Keersmaeker kennen elkaar al van toen ze beiden in de jaren zeventig proefden van experimentele kunstvormen, georganiseerd door kleine organisaties in Brussel. "Toen er nog geen sprake was van Vlaamse of Waalse cultuur."

Dat hun paden vandaag weer kruisen op topniveau, zegt veel over het belang van een goede voedingsbodem en leerschool. "Ik heb ongelooflijk veel geleerd uit de Brusselse scene, op plekken als Alternatives Théatrâles of Plan K." Maar eigenlijk ontstond Dercons interesse voor cultuur al vroeger, op de schoolbanken. "In feite heb ik alles te danken aan mijn leraar esthetica, Herman Cool. Hij heeft mij dingen laten zien die ik totaal niet kende en zelfs heel vreemd vond. Ik heb mijn eerste Jean-Luc Godardfilm in zijn lessen gezien, en mijn liefde voor Richard Hamilton (vorig jaar overleden Brits kunstenaar) heb ik aan hem te danken." Momenteel dreigt in Groot-Brittannië cultuur uitgeschreven te worden uit het vakkenpakket aan de middelbare school, iets wat Dercon dan ook vreselijk noemt. "Want waar, behalve thuis, krijg je die dingen anders nog mee ?"

Alle kunstkiemen die Dercons mentoren in de loop der jaren in zijn hoofd plantten - hij trok ook nog naar Amsterdam en Leiden om theaterwetenschappen en film te studeren - hebben van zijn geest één groot cultuurbos gemaakt. Vraag vandaag zijn visie op de economische crisis of zijn mening over een schrijver, en hij maakt moeiteloos, noodzakelijk haast, associaties over kunstdisciplines heen. Interdisciplinair denken is een van zijn stokpaardjes geworden. "Alles is verbonden. Hoe archieven en klasseersystemen werken, ik vind dat mateloos boeiend. Hoe je door toeval dingen ontdekt waar je niet naar op zoek was, serendipiteit zoals dat heet, dat is vaak mijn kompas."

Het klinkt ontzettend romantisch, maar door benoemd te worden als directeur van Tate Modern is voor Dercon de cirkel rond. "Ik kom uit een gesubsidieerd milieu waar openbare cultuur erg belangrijk was en het niet uitmaakte of iets niche dan wel populair was. De Standaard liet mij over videokunst schrijven toen daar absoluut geen publiek voor was. De Vlaamse televisie gaf me de kans om samen met onder meer Jef Cornelis programma's te draaien waar propaganda werd gemaakt voor een andere soort kunst. Dertig jaar later zit ik zelf propaganda te voeren voor cultuur in het onderwijs, en als directeur van een zeer grote en sexy instelling pleit ik voortdurend voor het belang van kleinschalige organisaties. Alles wat we in The Tanks zullen tonen, bestaat doordat er in een subsidiestelsel plaats moet zijn voor kleinschalige experimenten, nog voor er sprake is van een markt. En als een Vlaams cultuurcentrum mij vraagt om een lezing te geven dan doe ik dat, omdat ik op een positieve manier misbruik wil maken van de macht die Tate Modern heeft."

Vóór zijn passage in München werkte Dercon in Nederland, waar hij in de jaren negentig directeur was van het museum Witte de With in Rotterdam, en daarna van het Museum Boijmans van Beuningen. In België woont hij al een tijd niet meer, maar de actualiteit probeert hij nog te volgen. "En ik heb iets met Oostende, met het Ensorhuis en die eeuwige regen. Ik kom ook heel vaak in Wiels in Brussel en ben benieuwd naar M in Leuven, daar hoor ik veel goede dingen over. Deze zomer ga ik er zeker naar de kleurtekeningen van Sol LeWitt kijken. Schrijf op, mijn tip voor de zomer !"

Dat een museumdirecteur meer een bruggenbouwer is dan een curator, kon Dercon al meermaals ervaren. "Het idee van de museumdirecteur als dé heilige voorzienigheid is voorbij. Ook de eenzame directeur die 's nachts nog een tentoonstelling verandert, een beeld dat erg belangrijk was in de jaren zestig en zeventig, is verleden tijd. Vandaag is een museumdirecteur eerder een soort hoofdredacteur, een filmproducer, een projectarchitect, een pr-agent, en het museum een massamedium. Al die functies lopen in elkaar over. Je moet vooral overzicht houden over een team van fantastische mensen, van marketeers tot curatoren, die je job mogelijk maken."

Dercon moest ook leren dat een reusachtige machine als Tate Modern andere wetten volgt dan de kleinere musea waar hij voordien werkte. "Er zijn technieken om te voorkomen dat zo'n enorm schip zinkt in de Thames. Je bent constant bezig met vernieuwen. Niet alleen van het gebouw, maar ook door intern nieuwe samenwerkingsverbanden te leggen tussen departementen als learning en curating . Hoe kan het museum een nieuw engagement aangaan met een publiek dat alsmaar mondiger en beter geïnformeerd geraakt door het internet en sociale media ? Hoe zorgen we ervoor dat mensen hier hun vrije tijd willen doorbrengen ? Als wij het niet voordoen, zullen anderen het doen."

Hij herinnert zich nog de eerste keer dat hij met Tate Modern in aanraking kwam, in 1996 als adviseur van de Arts Council. "Ik moest toen mee beslissen hoeveel geld naar de bouw van Tate Modern zou gaan. Ik was bang dat het museum alle andere instituten in de stad zou kannibaliseren. We besloten toen dat The Tanks nog niet gebouwd mochten worden. Zestien jaar later zit ik aan de andere kant van de tafel." En opnieuw is de cirkel rond.

Tate Modern gaf Londen niet alleen een ongelooflijk internationaal uithangbord, het sloeg ook letterlijk een brug tussen het centrum van de stad en de Southbank, waar voordien geen toerist echt voet aan wal zette. Vandaag bouwen projectontwikkelaars hier dure lofts en kan de gewone burger de huur al lang niet meer betalen.

"De Britse maatschappij staat bol van ongelijkheid en ongelooflijke zwart-witbeelden. In Londen zie je de raarste dingen. De sensatiebladen schrijven zowel over de celebritycultuur als over de daklozen. Tegelijk is het een ontzettend levendige stad door de aanwezigheid van zoveel bevolkingsgroepen. Dat is een van de redenen waarom ik heel blij ben hier te kunnen meewerken aan een hopelijk iets betere voorziening van cultuur voor mensen die hun kinderen niet naar een dure school kunnen sturen." Mooie voornemens, maar tegelijk werkt Tate Modern in een context vol contradictie : hoe ongelijker een stad, hoe beter de kunstmarkt zich ontwikkelt. "Klopt, kunstmarkten ontwikkelen zich vooral in steden met sociale ongelijkheid waar een bijzonder kapitaalkrachtige groep elk contact met de realiteit heeft verloren. Waarom willen die mensen zo graag kunst in hun huis ? Dat soort vragen houdt mij dagelijks bezig."

Op de tweede verdieping van Tate Modern hangt een tijdlijn met de belangrijkste kunstscholen en -ismes van de voorbije honderd jaar (feminisme, expressionisme). Maar de tijdlijn stopt aan het jaar 2000. Heeft Dercon al een -isme bedacht dat de 21ste eeuw samenvat ? "Die tijdlijn gaan we volgend jaar uitbreiden, veel stromingen ontbreken erop (lacht) . Maar postfordisme is voor mij het belangrijkste '-isme' voor deze eeuw. Het tijdperk na het fordisme, waarin we het verschil tussen werk en vrije tijd niet meer kennen. We worden alsmaar gedwongen enthousiast te zijn door krachten die ons influisteren : wees blij dat je nog een job hébt voor zo'n laag loon ! Wees blij dat je nog naar Londen kunt komen ! Ik geloof dat we binnen het postfordisme weer het onderscheid tussen ontspanning en werk moeten leren maken, en dat het museum een plek kan zijn waar mensen echte beslissingen leren nemen. We denken steeds dat we zelf beslissen, maar eigenlijk zijn het zoekmachines als Google of de macht van het financiële systeem die bepalen waar we naartoe gaan. Daarom is cultuur zo belangrijk, om mensen op tijd een harde spiegel voor te houden. Kunst draait niet alleen over het schone, het ware en het goede."

Mogen we daaruit besluiten dat het museum van de toekomst zich bevindt op het grensgebied tussen het onderwijs, de agora, media en politiek - misschien neemt het ook nog bepaalde functies van de godsdienst over ? "Ik besef dat het museum tegelijk een symbolische ruimte en een leerruimte is. We zijn op een breekpunt gekomen waar we evolueren naar iets totaal nieuws, maar we weten nog niet precies wat. Maar dat we een massamedium zijn, staat buiten kijf. Ik geloof dat een vijftienjarige die naar Damien Hirst komt kijken daar later misschien iets mee kan doen. Als zo'n jongen ziet dat Hirst vanuit een zeer moeilijke omgeving in de eighties choquerende kunst begon te maken, en als een rebel grote systemen tegen elkaar uitspeelde, dan wordt het museum misschien een ruimte waar men zich bewust wordt van de moeilijke realiteit maar tegelijk een alternatief vindt."

De socioloog Tony Bennett zei ooit : "Geef me een museum en ik zal de maatschappij veranderen." Chris Dercon lijkt niet slecht bezig.