Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten beweert met 430 miljoen euro de vennootschapsbelasting voor KMO’s te verlagen tot 25% of minder. “Bovendien kun je ook de sociale bijdragen voor KMO’s en zelfstandigen verminderen”, zei Rutten zondagmiddag in de studio van VTM NIEUWS. Een duw  in de rug van onze KMO’s en zelfstandigen juichen wij toe, maar een berekening op basis van cijfers van Unizo leert dat 430 miljoen euro veel te weinig is om het tarief van de vennootschapsbelasting voor KMO’s naar 25% te verlagen.
Daarvoor is immers zo’n 1,3 miljard euro nodig, en dat is in de veronderstelling dat de bestaande verlaagde tarieven voor KMO’s worden afgeschaft. Laat staan dat daar bovenop nog de sociale bijdragen voor zelfstandigen en KMO’s worden verlaagd. Net zoals de belofte dat alle werkenden er 100 euro netto op vooruit gaan vanaf 2016, zal ook deze belofte niet nagekomen kunnen worden.

1. De feiten
Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt maximaal 33,99% (mét de aanvullende crisisbelasting van 3% inbegrepen). Voor vennootschappen met een belastbaar inkomen dat niet hoger is dan 322.500 euro, bestaat er een verlaagd opklimmend tarief.
Wanneer naar KMO’s wordt verwezen, bijvoorbeeld wat betreft werkgelegenheid en hun toegevoegde waarde, dan heeft men het over de ‘kleine vennootschappen’ zoals gedefinieerd in het Wetboek van Vennootschappen. Het zijn ook die vennootschappen die recht hebben op een verhoogde notionele intrestaftrek. Zij mogen investeringen op een voordelige manier afschrijven.
De vennootschapsbelasting die wordt betaald door KMO’s is niet rechtstreeks af te leiden uit de statistieken van de FOD Financiën die vrij beschikbaar zijn. Unizo kon er evenwel de hand op leggen voor de aanslagjaren 2008-2011 in het kader van het rapport over de ‘duale vennootschapsbelasting’ (1) .
Uit die cijfers blijkt dat KMO’s 40,7% van de vennootschapsbelasting voor hun rekening nemen, en 27,8% van hun winst aan verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting worden onderworpen. De fiscale uitgave voor de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting bedraagt voor de onderzochte jaren gemiddeld 14% van de betaalde vennootschapsbelasting onder het stelsel van de verlaagde tarieven. Als we deze verhoudingen toepassen op de verwachte opbrengst van de vennootschapsbelasting voor 2016 (2), namelijk 14.306 miljoen euro, krijgen we volgend beeld.

We veronderstellen dat een verlaging van het algemeen tarief voor KMO’s naar 25% gepaard gaat met de afschaffing van de bestaande verlaagde tarieven. Dat levert in eerste instantie een budgettaire meevaller op voor de regering van 227 miljoen euro. Samen met de 430 miljoen euro die de regering opzij heeft gezet om, volgens Rutten, onder meer de vennootschapsbelasting voor KMO’s te verlagen komt dat op 657 miljoen euro. Na het afschaffen van de bestaande verlaagde tarieven maar vóór de verlaging van het algemeen tarief zouden KMO’s 6.049 miljoen euro aan vennootschapsbelasting betalen. De verlaging van het tarief met 1 %-punt komt dan neer op 178 miljoen euro.

2. Het logische gevolg: wat Rutten belooft, kan gewoonweg niet
Met de budgettaire marge die zou vrijkomen door de afschaffing van de bestaande verlaagde tarieven, bovenop de enveloppe van 430 miljoen euro die de regering zou hebben voorzien om de vennootschapsbelasting voor KMO’s te verlagen, kan het tarief worden verlaagd tot zowat 30%. Om het tarief te kunnen verlagen tot minder dan 25%, zoals beloofd door Rutten, is echter meer dan 1,3 miljard euro nodig, ofwel drie keer zoveel dan wat de regering heeft voorzien.
Daarbij moet nog worden opgemerkt dat Gwendolyn Rutten met de 430 miljoen euro niet alleen het tarief in de vennootschapsbelasting denkt te kunnen verlagen, maar daar bovenop nog de sociale bijdragen voor zelfstandigen en KMO’s wil verlagen.
Net zoals de belofte dat iedereen er 100 euro netto zal bijkrijgen vanaf 2016 zal ook deze belofte niet nagekomen worden.