Waarom kiest de nieuwe Vlaamse regering ervoor liefst 100 miljoen euro per jaar te schrappen in het hoger onderwijs, terwijl ze tegelijk de ambitie heeft om Vlaanderen 'tegen 2020 naar de Europese top 5 te loodsen op het vlak van welvaart en welzijn'? sp.a-voorzitter Bruno Tobback en Jongsocialisten-voorzitter Sanne Doms uiten hun bezorgdheid in een gezamenlijk opiniestuk in de De Tijd.

Elke keuze die de groei van het aantal studenten hoger onderwijs afremt, doet onze maatschappij enkele stappen achteruit zetten

Een tik met een liniaal op de vingers. Zo strafte de meester in de vorige eeuw stoute leerlingen. Het onderwijsrapport van de OESO over ons land is geen wake-upcall, maar net zo'n harde tik als toen. Zachtjes aan verliezen we onze plek in de Europese kopgroep, terwijl hetzelfde rapport toont dat het loont om zo veel mogelijk jongeren in het hoger onderwijs te krijgen. Voor hen, maar ook voor de hele samenleving. Reden te meer om niet te besparen op die noodzakelijke grondstof, en al zeker niet op zo'n manier dat het de toegang voor een groot deel van onze jongeren bemoeilijkt.

Wie hoger onderwijs genoten heeft, leeft veel vaker in goede gezondheid, heeft meer zelfvertrouwen en vertrouwen in de medemens, investeert vrijwillig meer in ons zo geroemde sociale weefsel, zit veel minder vaak zonder job en de job betaalt ook beter. Bovendien tonen studies de sterke correlatie aan tussen een hoge participatiegraad in het hoger onderwijs en een sterke economie: een beter opgeleide bevolking staat garant voor meer innovatie, hoogwaardige producten en diensten, en dus een veel hogere concurrentiekracht. Elke euro die we investeren in ons onderwijs, verdienen we later dubbel en dik terug.

Waarom dan maakt de nieuwe Vlaamse regering de keuze om liefst 100 miljoen euro per jaar te schrappen in het hoger onderwijs, terwijl ze tegelijk de ambitie heeft om Vlaanderen 'tegen 2020 naar de Europese top 5 te loodsen op het vlak van welvaart en welzijn'? Wie dan niet verder komt dan het magere excuus 'elk departement moet een inspanning doen, dus ook onderwijs moet besparen', doet niet alleen al die getalenteerde maar weinig gefortuneerde jongeren onrecht aan, maar hypothekeert meteen ook de toekomst van onze hele samenleving. Hoe moeilijk kan het zijn om duidelijke keuzes te maken, als er eigenlijk maar één optie is?

Inschrijvingsgeld

Besparen op de kwaliteit van en de toegang tot onderwijs is altijd een foute keuze. Door het eenzijdige besparingsbeleid van de nieuwe Vlaamse regering kunnen universiteiten en hogescholen niet anders dan hun inschrijvingsgeld drastisch optrekken én knippen in hun werking. Zo evolueren we naar een verregaande economisering van ons meest kostbare goed - recht op kennis - en varen we naar een tweestromenland: één dat het geld en de facturen zonder probleem kan betalen en een ander voor wie diezelfde facturen onoverkomelijk zijn.

Al hoeft dat geen probleem te zijn voor die tweede groep, zo luidt de rechtse logica: de studietoelagen zullen we verbreden en verhogen. Maar impliceert dat dan net niet dat je meer geld moet vrijmaken in plaats van te besparen? Een studielening dan maar? Ook daar bepaalt het loon van je ouders hoeveel je moet lenen, waardoor studenten met minder fortuinlijke ouders uiteindelijk zullen afstuderen met een veel grotere schuld. Bovendien gaat de stelling niet op dat iedereen zo gelijke toegang tot onderwijs krijgt. Onderzoek toonde aan dat meer dan 20.000 studenten in Vlaanderen nooit zouden verder gestudeerd hebben, hadden ze een beroep moeten doen op een lening. Studieleningen creëren dus ongelijkheid. Opnieuw loop je zo heel wat talent mis en ja, opnieuw heeft dat gevolgen voor de hele samenleving.

Wij zijn ongerust. Het is net mooi om na te streven dat universitair onderwijs vandaag binnen het bereik ligt van elk kind dat over de talenten beschikt om verder te studeren. En dat heeft voor een groot stuk te maken met de bewust laag gehouden financiële drempels. Inkomen mag in Vlaanderen geen rol spelen bij de vraag of een jongere zou verder studeren. Kennis geraakt op die manier wijd verspreid over de samenleving, waardoor we er samen de vruchten van plukken.

Dat staat nu op de helling. Elke maatregel die de groei van het aantal studenten hoger onderwijs verder afremt en kansen voor onze jeugd wegneemt, zet onze maatschappij een paar stappen achteruit. Amerikaans onderzoek wijst uit dat elke drempel voor de toegang tot hoger onderwijs een direct maatschappelijk effect heeft. Ooit was onderwijs de motor van de American Dream, maar vandaag behaalt slechts een op de vijf jongeren een hoger diploma dan zijn ouders. Meer zelfs, één op de vijf tuimelt naar beneden op de opleidingsladder en gaat van school met een lager diploma dan zijn ouders. Slechts 44 procent van kinderen uit minder gefortuneerde gezinnen schrijft zich in aan een universiteit, tegen 80 procent voor de rijken. Heel wat talent blijft dus onbenut, sociale mobiliteit hapert en de onderwijskloof wordt een diepe maatschappelijke kloof.

Drempels

Dat het anders kan, toont Scandinavië. In Noorwegen, Finland, Denemarken en Zweden heeft een kind met laaggeschoolde ouders bijna evenveel kans om verder te studeren als een kind met middelgeschoolde ouders. Ook daar hebben kinderen met hooggeschoolde ouders nog altijd een voorsprong bij hun geboorte, maar het verschil is wel zo'n vier keer kleiner dan in Vlaanderen. Er zijn heel wat verklaringen voor, onder meer de organisatie van het lager en secundair onderwijs. Maar naast een brede eerste graad begrijpen ze in het Hoge Noorden bovenal dat je financiële drempels zo laag mogelijk moet houden. Meer nog, hoger onderwijs is er gratis. Beweren dat democratisch onderwijs onbetaalbaar geworden is, is dus een vals argument. Het is een ideologische keuze.

Evolueren we verder naar het Angelsaksische model, waar het levenspad van een kind grotendeels vastligt bij de geboorte? Of kiezen we voor het Scandinavische model waar kinderen en jongeren alle kansen krijgen om zelf dat pad uit te tekenen? Onze keuze is duidelijk. Een beleid dat minder inzet op het best mogelijke onderwijs voor iedereen ontzegt de volgende generatie kansen. En zeggen dat de Vlaamse regering net claimt de belangen van die volgende generatie te willen vrijwaren. Alle reden dus om er eerder te veel dan te weinig in te investeren. Alle reden om juiste keuzes te maken. Anders eindigen we misschien met een rekening die klopt, maar met een generatie zonder toekomst.