Liefst 34% van de Vlaamse basisscholen beschikt niet over een eigen sportzaal. Slechts 22 procent heeft een eigen sportveld. Dat blijkt uit het antwoord van minister Crevits op een schriftelijke vraag van sp.a-volksvertegenwoordiger Steve Vandenberghe. Dat resulteert in 25 % onvoldoendes bij de inspecties voor lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs. ‘Een gezond leven begint met voldoende beweging, van in de kleuterklas’, zeggen Vandenberghe en sp.a-onderwijsspecialist Caroline Gennez. ‘Minister Crevits moet dringend meer aandacht besteden aan sport en lichamelijke opvoeding op de Vlaamse scholen. Zo moet elke school een turnleraar hebben en moet er in nieuwe en te renoveren scholen verplicht sportinfrastructuur worden voorzien.”

 In een kwart van de lagere scholen waar de voorbije drie jaar een inspectie plaatsvond voor lichamelijke opvoeding, leidde dat tot een onvoldoende. In het kleuteronderwijs is dat 11 procent. Dat is niet verwonderlijk, zo blijkt uit cijfers die Steve Vandenberghe opvroeg bij minister Crevits.

 

In het lager onderwijs is het, in tegenstelling tot het kleuteronderwijs, niet verplicht om een aparte leraar lichamelijke opvoeding te voorzien. Daarom laten één op de acht scholen die taak over aan de juf of de meester, wat op twee manieren slechte gevolgen heeft. De leraars moeten de turnlessen er bovenop hun takenpaket bijnemen, wat voor extra werkdruk en stress zorgt. Anderzijds lijdt de kwaliteit van turnlessen eronder.

 

Tegelijk blijkt dat 34% van de scholen niet eens over minimale sportaccommodatie in de school beschikt, waardoor het geven van kwaliteitsvolle lessen lichamelijke opvoeding niet zo evident is.  Slechts 22% beschikt over een eigen sportveld, zo blijkt ook nog.   “Voor zover mogelijk moet men dus uitwijken naar sportaccommodatie buiten de school, wat dan weer een grote hap uit de lestijd voor de lichamelijke opvoeding neemt”, zeggen Vandenberghe en Gennez.

 

Gebuisd voor lichamelijke opvoeding

 Voor Steve Vandenberghe en Caroline Gennez is er maar één conclusie mogelijk: ons lager onderwijs buist faliekant als het over lichamelijke opvoeding gaat. Nochtans is het essentieel dat kinderen van zo jong mogelijk goed leren bewegen en sporten. Alleen zo krijgen ze de smaak van het sporten te pakken, en wie regelmatig sport heeft op latere leeftijd minder last van gezondheidsproblemen.

Daarom wil Vandenberghe dat de lessen lichamelijke opvoeding steeds door een specifieke en professionele vakleerkracht worden gegeven, om zo te zorgen voor kwaliteitsvolle lessen lichamelijke opvoeding én een minder zwaar takenpakket voor de gewone leerkracht. Caroline Gennez pleit voor een inhaalbeweging inzake sportaccommodatie bij infrastructuurinvesteringen. “Zo zouden scholen zonder sportinfrastructuur bij renovatie of nieuwbouw enkel aanspraak mogen maken op overheidsmiddelen als ze daadwerkelijk mee investeren in passende sportaccommodatie. Dat past bovendien volledig in het door sp.a al langer bepleite principe van de Brede School."