In het lopende schooljaar kregen 432 directeurs in het lager onderwijs een lesopdracht. Het fenomeen lijkt het meest voor te komen in Limburg, waar de directeurs in 23,6 procent van de scholen ook een lesopdracht hebben. In West-Vlaanderen gaat het om 23,1 procent van de scholen. Het Brussels Gewest telt daarentegen slechts zes lesgevende directeurs op 136 scholen. "Lesopdracht" hoeft evenwel niet te betekenen dat de directeur ook echt voor de klas staat, het kan ook gaan om zorgtaken of bijzondere pedagogische taken.

Volgens sp.a worden de directeurs van kleinere scholen op deze manier opnieuw geraakt. "En ze worden al benadeeld, onder meer door een lager loon en minder administratieve ondersteuning." "Voor goed onderwijs heb je goede scholen nodig", stelt Vandenberghe. "En voor goede scholen heb je goede directeurs nodig. Dat kan alleen als die mensen de nodige ruimte hebben om hun job goed te doen."

sp.a roept minister van Onderwijs Crevits op om een nieuw elan te geven aan het loopbaandebat. "Specifiek voor directeurs betekent dat dat we ervoor moeten zorgen dat ze de handen vrij hebben om hun team te coachen."

“Directeurs geven al langer dan vandaag les, maar door steeds strengere regelgeving krijgen ze er almaar meer taken bij”, zegt Steve Vandenberghe. “De werklast is veel te groot. Hoog tijd dat ze meer ademruimte krijgen als we de burn-outs en het grote personeelsverloop willen aanpakken.” Uit het laatste rapport over ziekteverzuim in het onderwijs bleek nog dat 54 procent van de directeurs in de lager school uitvalt door psychosociale aandoeningen. Bij de 'gewone' ¬onderwijzers is dat 35 procent.