De eerste levensjaren zijn van wezenlijk belang voor de verdere toekomst van elk kind. Daarom organiseerde sp.a vandaag een studiedag om na te gaan hoe dit nog beter kan. “De conclusies zijn duidelijk”, zeggen Joris Vandenbroucke en Caroline Gennez. “Er zijn bijkomende investeringen in kinderopvangplaatsen en in het kleuteronderwijs nodig.”

Als we weerbare en gelukkige jongeren willen vormen, moeten we elk kind een warme, zorgzame en stimulerende omgeving garanderen. Kinderopvang en kleuteronderwijs zijn daarbij cruciaal. Vlaanderen mag terecht trots zijn op de hoge participatie van kinderen aan het kleuteronderwijs. “Toch zien we dat de kloof tussen leerlingen niet kleiner wordt”, zegt Joris Vandenbroucke. “Als we elk kind een gelukkige toekomst willen geven, moeten we beter doen. Het is namelijk in die eerste levensjaren dat de kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen ontstaat. En die kloof blijft later vaak lang doorwerken op de schoolbanken en op de arbeidsmarkt. Een goede start is met andere woorden cruciaal. Daarom hebben we de nieuwe uitdagingen in kaart gebracht zodat we samen vorm kunnen geven aan die sterke start die elk kind verdient.”

“In het belang van de kinderen zijn er volgens Caroline Gennez bijkomende investeringen in kinderopvangplaatsen en in het kleuteronderwijs nodig. “Zo zou 90 procent van de kinderen een plaats moeten krijgen in de kinderopvang. Nu is dat iets meer dan de helft. Om aan die 90 procent te komen, moeten er 110.000 plaatsen moeten bij komen in de kinderopvang. Deze plaatsen moeten bovendien betaalbaar zijn voor iedereen.”

Ook de kloof tussen crèche en kleuterschool moet volgens Gennez kleiner. “En in de kleuterscholen zelf moeten de klassen kleiner of moet er meer kleuterleiders per klas zijn. In de crèche is er één verzorger per acht kinderen. In de kleuterklas één juf voor gemiddeld 16 kindjes. Dat komt omdat er per 50 extra leerlingen er de voorbije jaren maar één leerkracht bij gekomen is. Voor de ontwikkeling van de kleuters, de jobkwaliteit van de kleuterleiders en het welbevinden van de kinderen, is het essentieel dat de kleuterklassen kleiner worden of dat er meer leraren per klas komen", besluiten Joris Vandenbroucke en Caroline Gennez.